31-03-10

adrenalina en Argentina


Dag allemaal! Hier nog eens een bericht van jullie trouwe reiziger. Het
werd tijd! Ik weet zoals steeds niet waar ik moet beginnen, maar goed, ik ga nog eens een poging ondernemen om jullie te vertellen wat er de laatste weken zoal in mijn reis is gebeurd en vooral ook wat ik weer te weten ben gekomen over dit immense land, Argentinië. (Uruguay ligt inderdaad weeral een tijdje achter ons.)

 

De manier waarop ik naar deze reis kijk, is de laatste weken grondig
veranderd. Ik moet zeggen dat ik enkele weken geleden een beetje
reismoe dreigde te worden. Dat is een beetje raar, want uiteindelijk
ben ik, naar mijn eigen maatstaven, helemaal nog niet zo lang weg. Ik
denk dat het te maken heeft met enerzijds te lang op te weinig
interessante plekken te blijven hangen en anderzijds met de manier van
reizen. Zoals jullie al in het laatste bericht lazen, leerde ik in San
Gregorio de Polanco (Uruguay) een heleboel mensen kennen. Deze mensen ging ik
daarna bezoeken. Dat was heel leuk natuurlijk. Eén van de meest
interessante ervaringen op een reis zijn namelijk die verblijven bij
mensen thuis. Echter, achteraf gezien duurden die iets te lang. Op zich
waren die ervaringen zeker de moeite, maar het was iets te veel na
elkaar. Uiteindelijk leef je in een familie op een iets ander ritme dan
op reis. De mensen hebben eveneens hun bezigheden, waardoor je je al
snel nutteloos gaat voelen, want je vult je dagen met praten, kaarten,
spelletjes spelen en des te meer. Op zich tof, ware het niet dat ik het
avontuur dat het reizen is, begon te missen. Daarenboven leven die
mensen meestal op plekken die op ´toeristisch´ vlak niet zoveel te
bieden hebben, en dus begon mijn reizigersonderbewustzijn na een tijd
te knagen. Daarenboven kwam dan nog dat de families die ik leerde
kennen in eerder vlakke omgevingen wonen. In mijn dromen begonnen bergen te verschijnen en dus wist ik wat me te doen stond: naar bergenland! Rivierenland (Uruguay en Entre Rios, de aanpalende Argentijnse
provincie) had op dat moment even afgedaan: het was genoeg
geweest. Andere omgeving!

 

Naar Córdoba reizen (in het centrum van Argentinië), is één van de beste beslissingen van deze reis geweest. Dario, de kerel in wiens familie ik een week verbleef (plezant, maar achteraf gezien dus iets te lang) wist me te vertellen
dat een vrachtwagenchauffeur die hij kende steeds naar Córdoba reed, en
hij regelde een lift voor mij! Fantastisch! Eens in Córdoba aangekomen
en een eerste flits van de bergen in de buurt opgevangen te hebben,
raasde een danige opstoot van energie door mijn lichaam heen, dat de
zin om onderweg te zijn, te kennen, verkennen, exploreren,
leren andermaal terug op ´zeer actief´ stond. Het was alsof ik anders
ademde, anders voelde, anders dacht ... De reizigerspeet was op slag
weer terug! Zelfreflexerende vragen in de trand van ´Wil ik nog wel
steeds rondreizen?´
verdwenen terstond. In de plaats daarvan kwam die
steeds terugkomende vraag waar te beginnen! Córdoba, het Argentijnse
noordwesten, de Atacamawoestijn in Chili: allemaal lagen ze plots
dichtbij en zouden ze platgetreden en overwonnen worden. Vandaag,
enkele weken later, blijft die energie opsteken. Het zit dus allemaal
goed! Het reizen blijft boeien, ik blijf verbaasd staan van de
landschappen, van de mensen en van de zaken die ik elke dag weer
bijleer.

 

Maar voor we naar de bergen gaan nog even dit: vroeger, toen er nog
geen elektriciteit bestond en de mensen hoogstens van een stoommachine
gehoord hadden, waren grote delen van Uruguay, Entre Rios en het zuiden
van Brazilië bedekt met heuse palmwouden. Honderden en honderden
kilometers palmbomen, grote en kleine. Vandaag de dag blijft daar aan
de Argentijnse kant een stukje van over en dit gebied werd jaren geleden
omgevormd tot een nationaal park met het zeer toepasselijk toponiem:
´El Palmar´. Ik ben daar enkele weken geleden eens een kijkje gaan
nemen. Zeer speciaal. Een palmenbos, het is toch iets geheel anders dan
een bos zoals wij het kennen. Het geeft een veel meer open
vegetatietype en daardoor kan je genieten van zeer speciale
zonsondergangen met als kleuren: rood, oranje, geel, maar ook violet en
paarsblauw. Sommige van de landschappen lenen zich dan ook perfect voor
postkaartjes, ware het niet dat er bij mijn weten geen postkaartjes van
dit nationaal park bestaan. Ik verbleef op de camping, dicht bij de
rivier Uruguay, die zich nog steeds buiten zijn oevers bevond en die de
grens vormt tussen Argentinië en ... (hoe raad je het?). De camping is er
voor mensen die op zoek zijn naar rust en natuur. Het geheel geeft een
zeer relaxte indruk en wordt opgefleurd door de vele vogels (in alle
kleuren en vormen) en vizcacha´s (zie bij de foto´s) die er hun
thuishaven gevonden hebben. Toegegeven, etensresten zijn een
gemakkelijke manier om te overleven. Ik leerde er Andrés kennen,
een vierenveertigjarige kerel van Sloveense origine uit Buenos Aires
die er van overtuigd was dat Argentijnse vrouwen zoveel mooier zijn dan
Sloveense. Voor de rest had hij ook veel andere interessante praat bij.
Gezellige gesprekspartner met wie ik liters mate gedronken heb. De
regen was trouwens ook weer van de partij en nog niet een beetje! Maar
... mijn tentje hield stand! En dan gebuerde het: net toen ik
wilde vertrekken, brak de hemel open en werd ik genoodzaakt mijn tentje
te drogen in een soort stookkot voor het warm water van de douche. Een
half uur later kwam ik terug: een deel van het tentje was weg! Nog
wat rondvraag gedaan, maar zoals dat steeds gaat, had niemand iets
gezien en dus stond ik daar met mijn mond vol tanden. Wie verwacht nu
dat juist op dat moment en op die lokatie één of andere malloot met je
tentje gaat lopen? Met een deel van je tentje dan nog! Wie pikt er nu
een halve tent! Goed, na mijn uitstap van een maand in Uruguay was ik
dus weer officieel welkom geheten in de Republiek Argentinië en kon ik
weer met gerust hart op weg naar meer avontuur. (Voor zij die eraan
twijfelen: ik heb ondertussen al terug een nieuwe tent, hoor.)

De stad Córdoba viel direct in de smaak. Het centrum is goed onderhouden
en mooi (vele koloniale gebouwen), ´s morgens en in de late namiddag loopt het er rond met schoon volk, excuseer, zeer schoon volk. Nu weet ik waarom Córdoba geroemd wordt voor het vrouwelijke deel van zijn bevolking. Je ogen worden constant gestreeld, je hoofd slaat op zijn minst vijf keer per minuut op hol ...
Hoe Argentijnse mannen deze regelrechte overvloed aan bloedmooie
vrouwen uitleggen? Een beetje zoals volgt: ´Wij zitten hier in
Argentinië met een scheefgetrokken demografische situatie waarbij er
veel meer vrouwen dan mannen zijn en dus is er onder hen meer
concurrentie.´
Tot daar aan toe. Een beetje een rare uitleg, maar wat
dan volgt, is nog absurder: ´Weet je, voor elke Argentijnse man zijn er
hier negen vrouwen.´
Wat? Zijn die Argentijnse vrouwen zeer gewillig of
is dit een eerder middelmatige uitspraak van de modale Argentijnse
macho? Geen van beide. Ik heb dit mantra meerdere malen door
verschillende personen weten herhalen, onafhankelijk van elkaar. Jaja,
Argentinië zou dus voor 10 procent uit mannen bestaan en voor 90
procent uit vrouwen. Ik weet echt niet waar het vandaan komt, maar ik
heb dit uit zovele monden gehoord ... Wanneer ik hen dan vertel dat dat
gewoonweg niet kan, of er moest een desastreuze oorlog aan vooraf zijn
gegaan die haast alle mannen omlegde, krijg ik een gedesinteresseerd
´en toch is het zo´ te horen. Ik dacht in het begin dat het om een grap
ging, maar blijkbaar geloven velen dit echt! Ondertussen weet ik nog
altijd niet waar dit cijfer vandaan komt. Van die afschuwelijke
Argentijnse TV-kanalen? Echt, het blijft me een raadsel.

Even de draad terug oppikken: Cordoba. Ik verblijf liefst niet te lang in grote
steden (trekken allemaal iets te hard op elkaar) en dus besloot ik na
enkele dagen de Cordobese sierra op te zoeken, vooral omdat ik - zoals
ik hierboven al aanhaalde - die sierra had kunnen waarnemen vanuit de
stad zelf en me dit met een hernieuwde reisziekte had vervuld. En van
dan af tot vandaag heb ik in feite geen moment alleen gezeten ... Eerst
leerde ik Lisandro en Rodrigo kennen op de ´playa de los hipis´, het
hippiestrand dus. Het is een wit strand aan een rivier op zo´n 60
kilometer van de stad Córdoba waar dus een aantal hippies wonen (in
tenten). Sommigen leven er al twee jaar. Wel, ´hippies´ zijn het niet
echt. Ik zie ze eerder als leeglopers, ze doen werkelijk niks. Het
betreft meestal rijke fils-à-papa die zich van de maatschappij afkeren
en als (drugsnemende) hermieten gaan leven. Wanneer je met hen praat,
weten ze je te vertellen hoe moeilijk het leven er is en hoe ze soms
van de honger gedwongen worden op iguano´s te jagen. Pikant detail:
wanneer onze vrienden écht in de problemen zitten, is er natuurlijk de
geldkraan van papa en in de winter gaan de meesten onder hen trouwens
gewoonweg naar huis. Ik heb dus een beetje mijn twijfels bij hun
´alternatieve´ levensstijl. Het is het soort mensen dat alleen
vriendelijk tegen je is wanneer ze iets van je nodig hebben. Een beetje
een ´The Beach´-sfeertje, voor zij die de film kennen. Maar dus waren
er op dat moment eveneens Lisandro en Rodrigo, twee studenten
diergeneeskunde die enkele dagen naar het rivierstrand waren afgezakt
in een poging om te stoppen met roken. Je kan je geen betere
wandelpartners voorstellen, want om niet aan de sigaret te hoeven te
denken, wilden ze zich bezighouden met wandelen in het kwadraat.

En dus vertrok ik met deze twee kerels op lange wandeltochten waarbij we
op momenten recht door de struiken en de stekelvormige planten moesten
bij gebrek aan een duidelijk pad. Het ging steeds bergop en bergaf; een
echt avontuur waarbij je nooit wist of je ooit op iets terecht zou
komen dat op een wandelpad leek of je daarentegen voor een afgrond van
vijftig meter diep zou komen te staan. Uiteindelijk bereikten we op één
wandeling dezelfde rivier als die van de playa de los hipis, maar dan
een aantal meanderbochten hogerop, waar we waarlijk witte, maagdelijke
strandjes aantroffen langsheen het doorzichtbare, kristalheldere water.
Echte miniparadijsjes, des te meer omdat er haast nooit iemand kwam. In totaal
verbleef ik een tweetal dagen op het hippiestrand, een werkelijk prachtige plek
weggedoken achter een heuvel.

Vandaar vertrok ik dan naar het nationaal park ´Quebrada de los condoritos´. Een ´quebrada´ is een soort afgrond, een breuk in het landschap. ´Condorito´ is het
verkleinwoord van ´condor´. De titel van het nationaal park doet ook in
dit geval de realiteit alle eer aan: het betreft een soort afgronden
die een diepe vallei vormen waarin majestueuze condors rondvliegen.
Toen ik naar de ingang van het park wilde liften, bleken maar liefst vijf mensen
hetzelfde idee te hebben. Dat werd dus liften met zessen. En het
grappigste ervan was dat het om twee afzonderlijke groepjes mensen
ging: Pablo en Belen waren een koppel op bezoek bij hun boezemvriend
Edu (een ´echte´ hippie die leeft van ´batics´, een soort tekeningen op
textiel die hij verkoopt - heel mooi!); Alex uit Colombia en Cédric uit
Duitsland waren twee vrienden op doorreis. Met deze olijke bende namen
we uiteindelijk de bus tot aan de ingang van het park waar we Gimena,
een Cordobees meisje leerden kennen, en met zijn zevenen wandelden we
in een prachtig boomarm landschap tot aan de camping in het park zelf.
Iedereen had een beetje eten bij waardoor we niet omkwamen van de
honger. Twee dagen wandelden we in het park. Spijtig genoeg zagen we
maar enkele condors van ver, maar de omgeving zelf maakte veel goed. En
waar we de eerste dag niet veel konden zien vanwege de mist, konden we
de tweede dag het hele gebergte rondom ons zien. Een prachtige plek
waar je met de glimlach op je gezicht al het moois aanschouwt,
verwonderd van weer maar eens die overvloed aan pure natuur. En met die
zes anderen: 100 por ciento buena onda! (Zoiets als: 100 per cent
positive vibes.)

Vervolgens was mijn plan om verder te reizen naar de dorpjes aan de andere
kant van het gebergte, maar Edu overhaalde ons om hem en Pablo en Belén
te vergezellen naar zijn huis in de natuur, op zestien kilometer van
Cosquín, het meest nabije dorp. Cédric en ik zagen dat wel zitten!
Uiteindelijk zouden we negen dagen in zijn huis verblijven, een heel
relaxte periode. (Alex, de Colombiaan, besloot plots, om redenen die we
niet goed begrepen, alleen verder te reizen.) Toen we ´s avonds laat in
zij huis aankwamen was de sfeer direct gezet: Edu liet enkele
afgebroken takken van een marihuanaplant zien: ´Voor iedereen en voor
vrij gebruik´ waarop hij in een schaterlach uitbarste. Meer dan een
week lang leefden we daar tussen de natuur in relatief precaire
omstandigheden. Als we wilden eten, moesten we hout gaan sprokkelen in
de omliggende bossen. Er was geen elektriciteit, WC´s doorspoelen deed
je met een emmer water. Ikzelf zou niet zo ver van de bewoonde wereld
willen leven, maar als vakantie is het natuurlijk erg de moeite. Verder
waren er genoeg mogelijkheden om te wandelen in de omgeving. Meermaals
trok ik er op uit met Cédric en Tupa, de hond van Edu - steeds weer
prachtige wandelingen. Ik ben echt geen hondenfan maar die Tupa is toch
wel een erg grote uitzondering. Tijdens die dagen wisten we elkaar
natuurlijk ook heel wat te vertellen, leerde ik enkele Argentijnse
kaartspelen en leerde ik Gimena, die na enkele dagen ook afkwam,
jongleren. Verder heb ik ook een keer koninginnetaart gemaakt die er
in de smaak viel en kwamen de ouders van Belén af. Vanaf dan werd
natuurlijk meermaals het vuur aangestoken en was het al barbecuen wat
de klok sloeg. Na negen dagen was het echter welletjes geweest. Pablo,
Belén en hun ouders vertrokken, alsook Gimena en dus bleven Cédric en
ik alleen bij Edu achter. Raar hoe een reis soms kan gaan. Op een dag
leer je enkele mensen kennen en zonder je het zelf door hebt, breng je
er enkele weken mee door. Het afscheid valt dan natuurlijk ook
zwaarder, maar goed: je denkt dan vooral aan de mooie tijd die je met
die mensen hebt doorgebracht. Ik moet me toch telkens weer
aanpassen wanneer ik weer alleen ben na enkele dagen met sympathieke
mensen te hebben doorgebracht. Maar ... Cédric, de Duitser dus, en ik
besloten samen een stuk verder te reizen aangezien we toch dezelfde weg
opgingen (naar het noorden) en dus viel het afscheid wat minder zwaar.

´Capilla del Monte´heette de volgende bestemming: bergkapel. Capilla is een
stadje aan de noordkant van de Cordobese sierra en is vooral bekend
wegens het feit dat er zogezegd ufo´s zijn waargenomen op de Uritorco,
de berg die magistraal boven het dorp uitsteekt. Het is dan ook een
verzamelplaats voor allerlei zweverig volk en Cédric en ik waren wel
eens benieuwd wat dat zou geven, zo´n ufo-dorp. Zweverig volk vonden we
er niet al te veel terug, ondernemend volk des te meer. Het is te
zeggen: nogal wat inwoners maken gebruik van de specifieke
naambekendheid van het stadje om toeristische diensten aan te bieden.
De namen van de massagezalen, restaurants of galerijen hebben vaak iets
met de science fictionwereld te maken, maar ook niet meer dan dat.
Capilla is toeristisch, maar gelukkig is het niet overdreven. Het
blijft allemaal binnen de perken en eigenlijk is het best grappig, al
dat ufo-gedoe waar maar een klein percentage van de bevolking echt in
gelooft. Vele mensen zijn er wel van overtuigd dat er een speciale
´energie´ over de Uritorco hangt, dat je die ´energie´ kan voelen, dat
het een magische plek is enzovoort. Toch wel enige zweverigheid dus.
Nu, het moet gezegd, hoe de Uritorco boven Capilla del Monte uitsteekt:
het is echt wel indrukwekkend! Plus: de bergen die achter de Uritorco
liggen zijn totaal onbewoond en met het bergklimaat geeft dit een
zekere magische indruk. Je voelt dus een andere ´energie´ dan
die je in bijvoorbeeld een stad met zijn veel verkeer en geluid zou
voelen. Cédric en ik besloten de Uritorco te beklimmen tot aan de top.
Naast het feit dat we iets te belachelijke grappen op de weg aan het
maken waren, was het een stevige beklimming tot aan de windrijke top.
Maar ufo´s, marsmannetjes en dergelijke kregen we niet te zien. In
plaats daarvan wandelden we bovenaan met onze hoofden letterlijk in de
mist. Op de terugweg dan lieten de ufo´s het wederom afweten, maar,
woaw!, plots liep daar een tarantula ter grootte van een handpalm voor
onze voeten rond! En het is nog niet gedaan! Toen we al bijna beneden
waren angekomen, stonden er een vijftal mensen in een rij te wachten.
Toen ik de laatste in de rij vragend aankeek, antwoordde hij met slechts één
woord: ´Vibora´ (slang). Naast het pad zat inderdaad een heuse
ratelslang (van acht jaar oud zou zo blijken) het pad onveilig te
maken. Iemand had per gsm een kerel uit het dorp opgeroepen en tien
minuten kwam die met zijn hond en een lange wandelstok om het gevaarte
te verwijderen.

Cédric en ik waren er getuige van hoe de brave man op zijn dode gemak de
ratelslang verwijderde. De slang ratelde als gek en viel de wandelstok
herhaaldelijke malen aan waardoor het rubberen ronde schijfje aan de
onderkant van de stok vol met slangengif kwam te zitten. Maar de kerel
slaagde in zijn opzet: de ratelslang weghalen van het pad, het
struikgewas in. Ufo´s hadden we dus niet gezien, maar een tarantula
en een ratelslang: veel hadden we niet te klagen...

Cédric moest dan de volgende dag naar het ziekenhuis waar ze een larve van één of andere Braziliaanse vlieg uit zijn huid moesten halen. Achteraf
vertelde hij me dat die larve wel twee centimeter lang was! En dat zat
dus zo maar enkele weken onder de huid van zijn rug ... Ikzelf huurde
diezelfde dag een mountainbike die min of meer normaal functioneerde en
reed 22 kilometer heen en terug, maar vooral bergop en bergaf, naar San
Marcos Sierra, een slaperig dorpje aan het uiteinde van de Cordobese
sierra. Veel prachtige rotsformaties onderweg, een brandende zon.
Eigenlijk had ik het allemaal wat onderschat en liep ik iets op wat op
een zonnesteek lijkt: koortsigheid, rillingen ... In San Marcos zelf loopt er een riviertje naast het dorp af met door die rivier de weg naar Cruz del Eje, het meest nabijgelegen dorp. Het water loopt over de weg, en dit creëert een soort miniwatervalletje daar waar het water van de weg afloopt. Aangezien ik het heel warm had, besloot ik wat onder die watervalletjes te gaan zitten. Heerlijk fris
water, zalig om wat onder te gaan zitten met die hitte. Zonder dat ik
het wist, kwam er echter een auto voorbijgereden en net toen ik mijn
bril terug wilde opzetten, werd ik door een golf water overspoeld waardoor mijn
bril van mijn gezicht geslagen werd. En die zagen we nooit meer terug
... De tweeëntwintig kilometers terug moesten aldus zonder bril gedaan
worden, wat uiteindelijk wel meeviel. Het was echter de zwaarte van de
tocht die mij velde. Tegen dat ik aan de camping onder de Uritorco
aankwam, was ik werkelijk uitgeput, compleet buiten adem, volledig
afgemat. Desondanks sliep ik die nacht niet al te best. Zouden de immer aanwezige ufo's negatieve energiestralen mijn richting uitgestuurd hebben?

De volgende dag dan keerde Cédric terug en samen  zouden we naar Valle de la Luna gaan liften, een vallei driehonderd kilometer verderop. Dat bleek om twee redenen gemakkelijker gezegd dan gedaan. Ten eerste was ik nogal koortsig en had ik bijgevolg niet al te veel zin om naast te baan te staan liften. Maar goed, soms moet je op je tanden bijten en doorzetten. Ten tweede echter bleek het onmogelijk om te liften. Niemand stopte om ons mee te nemen! Urenlang stonden we daar naast de baan te koekeloeren. Het mocht allemaal niet helpen. En dus besloten we dan maar, puur uit miserie, een bus te nemen naar Cruz del Eje, het eerstvolgende dorp, om daar ons geluk te gaan beproeven. In de bus leerden we nog een bont reizigersvolkje kennen, een paar kerels uit Buenos Aires en een meisje uit Frankrijk die in Cruz del Eje een aansluiting namen naar San Marcos Sierra, het dorpje waar ik de vorige dag naartoe was gefietst en waar ik dus mijn bril was kwijtgeraakt. Bijna nog lieten Cédric en ik ons verleiden om met hen mee te reizen, aangezien er die avond een reggae-optreden bleek te zijn op het centrale pleintje van het dorp. Maar de koortsigheid noopte me om die avond een bed op te zoeken om eens goed te slapen en ook Cédric besloot in Cruz del Eje te blijven, waar overigens voor de rest niks te zien valt. Zo kwamen we bij een heer van zesenzestig jaar terecht die kamers verhuurde ... en wat voor één! Bovendien verhuurde hij die kamers voor een vriendenprijsje (omgerekend 5 à 6 euro per persoon) en lulden we met hem tot één uur 's nachts over een heleboel onderwerpen. Erg interessant allemaal. De man had al op negenentwintig verschillende plaatsen geleefd en was recentelijk op pensioen gegaan (slechts een kleine honderd euro per maand!) en om zijn kas wat bij te spijsen repareert hij kookfornuizen en verhuurt hij dus kamers. Verder wist hij ons nog iets interessants te vertellen wat mij in het bijzonder bijbleef en waarin hij - achteraf bekeken - wel gelijk heeft: 'Hier houdt Europa op, jongens. Vanaf hier treden jullie Zuid-Amerika binnen.'

Het is inderdaad zo dat de laatste twee provincies waarin ik aan het rondreizen ben, La Rioja en Catamarca, toch wel erg verschillen van het Argentinië dat ik tot nu kende. Alles lijkt veel meer op het Zuid-Amerika zoals ik het tijdens mijn vorige reis leerde kennen. De mensen zien er veel meer Zuid-Amerikaans en minder Europees uit, ze zijn minder grootsprakerig en druk, de algemene ontwikkelingsgraad ligt beduidend lager, het levensritme ligt precies ook een stuk lager. Daarenboven is het opvallend hoe het landschap veranderd is. De Cordobese sierra heeft beduidend veel van Zuid-Europa weg. Wanneer je echter de grens met La Rioja overschrijdt, wordt het landschap veel dorder en woestijnachtiger, precies Mexico. Verder reis je steeds tussen erg hoge gebergtes in met prachtige geologische patronen en af en toe knotsgekke rotsformaties, met daartussen valleien die steeds van één punt naar een ander blijken af te dalen, als een biljarttafel die je een beetje optilt. Een heel apart landschap dus ...
 
... een landschap dat onder meer goud en zilver verbergt. In La Rioja zijn enkele gemeenschappen in een strijd verwikkeld met een Canadese ontginningsmaatschappij, Barrick Gold Corporation, die, zoals je kan vermoeden, dat goud wil ontginnen om het naar het noorden te exporteren. Ik heb in de stadjes Chilecito en Famatina met nogal wat mensen over die mijn gesproken en iedereen heeft natuurlijk zijn eigen opinie, maar enkele constanten heb ik wel kunnen optekenen. Barrick Gold heeft een twaalftal jaar geleden de licentie overgekocht van een Argentijnse ontginningsmaatschappij, die de licentie in de jaren '90 verkregen had (de jaren '90 werden gekenmerkt door een forse privatiseringspolitiek die uitmondde in de crisis van 2001). Goud ontginnen zou eventueel kunnen zonder te veel ecologische overlast te bezorgen, maar het ontbreekt aan controlemechanismen en de Argentijnse politici zijn te gemakkelijk ompkoopbaar. Nu, bedrijven als Barrick Gold zijn juist geïnteresseerd in het ontginnen van goud in Argentinië JUIST OMDAT ze er strenge richtlijnen, van toepassing in landen als Canada (en ook in Europa), kunnen omzeilen. Water is in een droge streek als La Rioja een schaars goed en dit vormt het tweede probleem. Om het goud te ontginnen en het te zuiveren is heel veel water nodig, dat nu gebruikt wordt voor de landbouw (onder meer wijnbouw) in de streek. Er is dus een soort gevecht om water bezig. Bijkomend probleem is dat er geen garantie is vanwege Barrick Gold dat ze het vervuilde water zullen zuiveren. Het is in Argentinië te gemakkelijk om politici om te kopen en dus regelt het probleem zich voor het Canadese bedrijf als vanzelf. Bijkomende weetjes: op alle goud dat geëxporteerd wordt, zou slechts 3 procent belastingen moeten worden betaald. Anders gezegd: het Canadese bedrijf gaat met 97 procent van de winst lopen, kapitaal dat het land verlaat. Als werkkrachten zouden slecht betaalde Bolivianen worden ingehuurd en het bedrijf investeert niks, nougabollen in de streek. Als je dan nog weet dat de opperyankee himself, een zekere George W. Bush, hoofdaandeelhouder is van Barrick Gold, is het hek natuurlijk helemaal van de dam en begrijp je het wantrouwen van de plaatselijke bevolking nog meer. En dus is er verzet en is de mijn nog steeds niet open. Maar hoe lang nog? De heren van Barrick Gold dreigen via hun ongetwijfeld zeer lepe advocaten met zeer hoge boetes indien hen belet wordt de mijn te ontginnen. Ik ben wel benieuwd waar dit naartoe zal gaan, hoewel je in feite al op voorhand weet wie aan het kortste eind zal trekken, want wie is er in godsnaam opgewassen tegen de machine van multinationals? Het heeft iets sarcastisch: dit soort bedrijven komt van landen waar ze zich aan een hele waslijst aan regeltjes moeten houden (gelukkig maar) en laten hun echte gelaat zien aan de andere kant van de aardbol waar dat soort controlemechanismen slechts heel precair bestaan, met alle gevolgen vandien. Het zijn de bedrijven van die regelneeflanden die hier komen genieten van de totale afwezigheid van dit soort regeltjes die zouden moeten dienen om de rechten van de plaatselijke bevolking te beschermen ...en they couldn't care less. Het is triest ...

Maar laten we positief eindigen! Al bij al genomen is het een voorrecht om door deze streken te reizen. Die ruwe natuurpracht kom je niet overal tegen en al zeker niet in Europa. Het is een vijandige omgeving, het water is schaars, de zon brandt fel, hier en daar is er een beetje vegetatie. Fascinerend. En zeggen dat mijn volgende etappe de Atacamawoestijn in Chili zal worden, oftewel nog droger, nog vijandiger, nog schaarsere vegetatie. Eén en al dorheid, de droogste plek op aarde (geen gezever!). Ondertussen blijf ik genieten van de Argentijnse gastvrijheid en levenslust, van enerzijds de goedgeluimdheid en anderzijds het typisch Argentijns geklaag en gezaag, van de robuuste, trotse oudjes en de beeldschone deernes in dit land. Soms heb ik het gevoel dat je drie levens nodig hebt om dit immense land te doorkruisen. Ik groet u allen uit Fiambala, de laatste halte voor de grens met Chili, toch nog een slordige tweehonderd kilometer hiervandaan. Het belooft weer interessant te worden. Nu laat ik het initiatief aan jullie om mij te vertellen wat er in België gebeurt. Het beste en hopelijk kunnen jullie van de lente genieten!

014

De warmwaterbronnen van Arapey (Uruguay), barbecuen geblazen met Dario en Wilson. 

020

 De toffe mensen met wie ik mijn tijd in de warmwaterbronnen van Arapey heb doorgebracht.

044

In het nationaal park El Palmar (Argentinië). Een vizcacha, heel grappige beestjes die in het donker rondom je lopen en onderling veel vechten.

046 blog

 Een zicht in het nationaal park El Palmar.

051

 Nog een zicht in het nationaal park El Palmar.

073

Overal in het nationaal park El Palmar kom je capybara's tegen, de grootste knaagdieren ter wereld.

095

 El Palmar, postkaartgewijs.

109

 In de auto met Andres, met wie ik een mooie tijd heb doorgebracht.

128

 Met Dario en zijn vrouw Andrea in de buurt van Chajari in de provincie Entre Rios (Argentinië)

130

 Op dezelfde plek, weer maar eens een onvergetelijke zonsondergang.

008

 Favito en Marco, de twee zonen van Dario voor hun huis. Heel toffe ventjes.

014

Het papegaaitje van de familie Raimundo (de familie van Dario) die op mijn bil een boodschapje heeft achtergelaten. 

019

 Eén van de vele koloniale gebouwen in Cordoba Stad.

088

 Playa de los hipis.

063

 Een ander zicht in de buurt van het playa de los hipis.

065

 Met Rodrigo en Lisandro op wandeltocht, bergen en veel water!

072

 Avontuur, van steen tot steen springen met het heldere water dat voorbijstroomt. 

075

 Op een maagdelijk strandje aangekomen.

094

 Quebrada de los Condoritos, zalige plek!

117

De eerste dag in de quebrada de los condoritos. Er waren veel wolken, maar dat zorgt ook voor erg mooie effecten. Op de foto zie je Edu, Cédric en Gimena.

122

 Quebrada de los Condoritos.

126

 En toen trokken de wolken weg. Op de foto zie je van links naar rechts Pablo, Belen, Alex, ikzelf, Gimena en Edu. Buena onda!

142

 Quebrada de los Condoritos.

145

 Zalig om daar wat rond te dalken!

147

 ... maar ge moet natuurlijk vooral zien dat ge niet naar beneden stuikt, anders zijt ge voer voor de condoritos.

160

 Met Tupa op stap in de buurt van het huis van Edu.

168

 Nog een foto in de buurt van het huis van Edu.

182

 Vanuit het huis van Edu, een onweerswolk. Deze wolk veranderde steeds van kleur door de bliksemschichten.

186

 Mijn leerlinge Gimena met de jongleerballen.

187

 Cédric geniet van een aantal uurtjes in mijn hangmat.

194

 Tijdens een wandeltocht in de buurt van het huis van Edu. Wat je niet ziet, is dat het daar vol staat van de stekelvormige planten, schrammen!

 199

 Tarantulatime!

 

 

210

 De top van de berg Uritorco, velen laten er een polsbandje achter. Zou dat zijn om de marsmannetjes gelukkig te maken?

200

 In de buurt van de Uritorco, Capilla del Monte, provincie Cordoba.

 

225

Ratelslang! Oppassen geblazen. En dat staartje, dat ratelt erop los.

 

 

 

229

 Rotsformaties tussen Capilla del Monte en San Marcos Sierra.

235

 Crazy Horse, een artisanaal gebrouwen biertje uit de streek van Cordoba (denk ik). Verbazingwekkend goed!

 

 

 

21:21 Gepost door Peter in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

Commentaren

que lindo!!!! si seguis asi hasta el 2017 no volves a tu casa!!!! hermosas fotos,hermosos lugares !!! que se va a ser .algunos trabajamos y otros........segui disfrutando

Gepost door: dario | 12-04-10

bijna in Salta Hola Peter!
Ik kwam eens kijken op je blog waar je nu ergens zit, maar er is nog werk aan de winkel hihi. Zit jij nog altijd in Chile? Wij zitten in Cafayate, genieten van het herfstzonnetje, paardrijden en fietsen. Maar morgen gaan we door naar Salta. Als je in de buurt bent, laat eens iets weten. Esteban wil nog wat vlaams spreken ;)

Un abrazo

Lisa

Gepost door: Lisa | 19-04-10

De commentaren zijn gesloten.