21-06-08

In de navel en errond

Jawel, hier ben ik nog eens een keer om jullie te informeren over mijn reilen en zeilen. Ondertussen zijn we weer een tijdje verder gevorderd in mijn reis. Enne ... het einde nadert, binnen twee en een halve maand sta ik alweer op Belgische bodem. Nog steeds zit ik met dat dubbele gevoel: enerzijds verheug ik me er al op om iedereen, familie en vrienden, terug te zien, anderzijds zou ik maar al te graag nog een hele tijd hier blijven rondtouren. Of ergens, op éénbepaalde plek, een hele tijd blijven. Of misschien voor altijd hier blijven ... Wie weet. Ik laat het daar verder bij, want ik heb er zelf ook niet zo´n duidelijk zicht op. (Zal ik dat ooit wel hebben?) Ik heb me nu in elk geval voorgenomen om ten volle te genieten van de tijd die me nog rest in dit continent. Nu staat alleen Bolivia nog op de agenda, een land waarvan ik al veel goeie dingen heb gehoord van andere reizigers. Het Titicacameer, de ´Salares de Uyuni´ (zoutvlakten), de hoofdstad La Paz, de andere hoofdstad Sucre, het Amazonewoud ... Ik ga er de volgende weken nog eens ten volle invliegen, de laatste etappe van mijn reis tegemoet, genieten van die laatste weken, er volledig voor gaan.Toen ik mijn laatste bericht postte was ik mijn tijd in Ecuador aan het afronden. Een land waar ik vele goede herinneringen aan overhoud, een land met vele verschillende aspecten, verschillende klimaatzones, verschillende culturen. Het is ook het land waar ik als vrijwilliger aan de slag ben gegaan, het land dat ik op een andere manier leerde kennen. Ik woonde er namelijk min of meer op één enkele plek, toch wel een andere ervaring dan steeds rondreizen. En ik moet zeggen dat dat langer op één plek blijven mij wel beviel. Zo heb je de mogelijkheid om enkele mensen beter te leren kennen, om iets diepere vriendschappen aan te gaan, om er het leven op een meer profondeuse manier te leren kennen. Ik mis nu eigenlijk nog steeds de mensen en de kinderen van Runtún, het dorpje waar ik verbleef. Soms denk ik terug aan die geweldige, vuurspuwende vulkaan, aan die prachtige groene omgeving vol bloemen en kolibri´s, aan de bungalow waarin ik woonde, aan de warmwaterbronnen in Baños, aan die vele prachtige mensen die ik er ontmoette. Soms heb ik zin om een tijdje terug te keren naar Ecuador, om enkele mensen te zien (vooral dan Marjory, het meisje dat ik er op het einde van mijn verblijf leerde kennen en waarmee ik nog steeds contact heb), maar ik kan dit jaar sowieso niet terugkeren naar Ecuador (ik heb mijn zes maanden verblijfsvergunning al opgebruikt) en eigenlijk zou dat toch niet veel zin hebben, want binnenkort ga ik toch weer terug naar België. En dus probeer ik me nu te concentreren op Bolivia, op wat komen zal, op de nieuwe verwachtingen, op nieuw avontuur.Een maandje geleden verliet ik dan Ecuador. Het was een redelijk lange reis. Ik had me voorgenomen om direct door te reizen naar Cusco, in het zuiden van Peru. Ik ben ook werkelijk in één ruk naar Cusco getrokken. In totaal betekende dit twee-en-een-halve dag bussen. Van Ambato in het centrum van Ecuador tot aan Machalá, in de buurt van de grens met Peru: zeven uur. Dan met de bus van Machalá naar Tumbes, de eerste stad in Peru: drie uur. Daar aangekomen kon ik bijna direct in een bus naar Lima springen: 21 uur bussen. In Lima heb ik dan een drietal uren moeten wachten om een bus naar Cusco te nemen: nog eens 23 uur erbij. En wonder boven wonder ging dat allemaal heel snel vooruit (beetje lullen met de medereizigers, filmpjes kijken ...) en was ik in Cusco voor ik het zelf doorhad. En nog gekker: ik was in feite helemaal niet moe naar die tweeënhalve dag in verschillende bussen te hebben doorgebracht. In die twee dagen zag ik het landschap radicaal veranderen! De Ecuadoriaanse kust is tropisch, vooral dan de noordkant, maar ook het zuidelije deel van de kust is redelijk groen. Van Tumbes tot Lima volg je steeds de kustlijn en de eerste twee uren is die redelijk groen, maar in een klein half uurtje verandert dat volledig en zie je haast geen vegetatie meer rondom je. Je verkeert in een regelrechte woestijn. Je rijdt langs een kustlijn waarop de warme zeestroming El Niño, die de Pacifische kusten van Colombia en Ecuador aandoet, geen vat meer heeft. Integendeel, de Peruviaanse kustlijn wordt geflankeerd door de koude, polaire zeestroming Humboldt, met als resultaat dat er haast geen verdamping optreedt en dat het aan de Peruviaanse kust haast nooit regent. Toch vond ik het ongelooflijk hoe het landschap in een half uurtje zo radicaal veranderde. Het versterkte bij mij het gevoel dat ik precies al heel ver weg was van Ecuador. Van Lima naar Cusco volg je dan een tijdje diezelfde woestijnachtige kustlijn om dan landinwaarts te keren. Traagjesaan begint de bus te klimmen. Telkens wanneer de bus één van die scherpe bochten neemt, word je van links naar rechts geslingerd en vice versa. Met het vorderen van de nacht en het stijgen van de bus wordt het steeds kouder en wanneer het dan dag wordt, ben je weer volop in de Andes aanbeland, weer totaal anders dan datgene dat je de dag voordien gezien hebt. Machtige bergen, besneeuwde pieken, diepe valleien, waaaw!Plots zie je dan Cusco liggen, in een vallei, een prachtig zicht. Een kwartier later sta je dan al in de busterminal.Ik ben nu al bijna een maand in en rondom Cusco, een boeiende stad. Het is voor deze maand een beetje mijn uitvalsbasis geweest. Steeds zijn er allerlei zaken te doen: optochten, culturele activiteiten, optredens. Er zijn veel bars en al even veel historische monumenten en belangrijker nog: er liggen een hoop Incaruïnes in en rond de stad, waaronder het wereldbekende Machu Picchu. Mijn verblijf hier is dan ook een afwisseling geweest van stadsleven en trektochten naar verschillende ruïnes. Een zeer leuke afwisseling: na het afzien van de wandeltochten (hoewel dat nog wel meeviel) kom je weer in Cusco terecht waar je weer alle luxe hebt die je nodig hebt: een bed, warm water, bars, restaurants enzovoort. Maar van die dingen zou je dan weer niet zo hard genieten als je niet eerst een beetje had afgezien in de bergen. En één factor maakte het geheel nog veel beter, namelijk het feit dat het hier de laatste maand maar amper geregend heeft! Elke dag zon, zon en nog meer zon. Het is hier namelijk droogseizoen, en in tegenstelling tot Ecuador of Colombia, is hier het verschil tussen nat- en droogseizoen wel erg gemarkeerd. Twee maanden geleden regende het hier nog elke dag, echt élke dag. Nu regent het vrijwel nooit! Heel aangenaam is dat, vooral omdat ik de laatste weken nogal wat tijd in de bergen heb doorgebracht en zeker ook omdat ik het afgelopen jaar (laat ons zeggen vanaf mei 2007 tot mei dit jaar) haast constant met regen te maken heb gehad. Niet dat het steeds regende, maar ik heb, denk ik, het afgelopen jaar nooit een periode van langer dan drie dagen zonder regen meegemaakt. En nu, tout d´un coup, regent het gewoonweg niet meer. Zalig! Dat wil echter niet zeggen dat het hier warm is! Wanneer de zon schijnt, dan is het ook hier in Cusco heet! Maar wanneer er wolken komen opzetten en het wat winderig wordt, is het redelijk koud. Cusco ligt namelijk op een hoogte van meer dan 3300 meter boven het zeeniveau. ´s Nachts dalen de temperaturen tot tegen of onder het vriespunt. Een goeie pull, een warme jas en een comfortabele muts zijn hier dan ook geen overbodige luxe.Ik heb mijn maand in Cusco natuurlijk niet alleen doorgebracht. Nu is het zo dat Lorenza, een Italiaanse die ik ken van toen ik enkele jaren geleden in Luik studeerde, op dit moment een stage doet in de buurt van Cusco. Ze woont in Cusco zelf, dan nog in de superaangename bohémienachtige wijk San Blas, en ik had het geluk dat ik de hele tijd in haar appartement mocht verblijven. Daarbij komt dan nog dat Damien, een Franse kerel die ik ondertussen al zes keer ben tegengekomen op deze reis, ongeveer op hetzelfde moment als ik in Cusco aankwam. En dus heb ik de laatste weken vooral met deze twee goeie vrienden (en nog een hoopje anderen) doorgebracht.Zoals ik al heb aangehaald zijn overblijfselen, sporen van de precolumbiaanse samenlevingen nog ruimelijk aanwezig in en rondom Cusco. Cusco in Quechua is Qosqo en dit wil ´navel´ zeggen. Waarom? Cusco was het centrum, de navel van het Inca-imperium. Zoals de meesten onder jullie wel zullen weten was het grootste deel van de Andes in wat vandaag Ecuador, Peru en Bolivia zijn, in handen van de Inca´s. Wanneer de Spanjaarden deze regionen begonnen te verkennen was het Incarijk in een burgeroorlog verwikkeld en de Spanjaarden hebben daarvan gebruik gemaakt om uiteindelijk de hele regio onder de Spaanse kroon te brengen. Vanaf dan begint de hele koloniale geschiedenis. Echter, de Inca´s hebben, voordat de Spanjaarden hier aankwamen, heel wat sporen nagelaten. Nogal wat van de ruïnes zijn vandaag gerenoveerd en dus kan je ze gaan bewonderen. Het gaat van paleizen, religieuze centra, verdedigingswerken, kanalen, agronomische vernuftingen, terrassen, begraafplaatsen en zoutwinningsveldjes tot hele steden zoals bijvoorbeeld Machu Picchu. Op mijn eentje, maar ook met Damien en Lorenza, heb ik de laatste maand meerdere van die ruïnes bezocht, telkens weer een hele interessante ervaring, telkens weer iets anders. Vaak moet je heel wat wandelen om tot aan die ruïnes te geraken, want de Inca´s bouwden hun steden op schijnbaar de meest onmogelijke plaatsen. Hun steden lagen door de band niet in de valleien, maar vaak van boven op een bergkam, dit om aanvallen van andere stammen te voorkomen, maar bijvoorbeeld ook om overstromingen te voorkomen. Nu, het is niet mijn bedoeling om hier een hele geschiedenis van de Inca´s neer te poten. Maar wie Cusco en zijn regio beschrijft, kan moeilijk om de Inca´s heen. Hieronder, bij de foto´s, kunnen jullie enkele van de Incaruïnes bewonderen. Telkens geef ik een woordje uitleg. Goed, over de trektochten zelf. Ik heb in totaal twee meerdaagse trektochten ondernomen. De eerste was met Damien en die ging naar Choquequirao, een ietwat minder bekende Incaruïne in de buurt van Cusco, maar zeer de moeite. Het was een trektocht van een vijftal dagen (één dag op de site doorgebracht). De site was interessant, maar dat was niet alles. Er was ook de trektocht zelf. Die was redelijk gevarieerd. In het begin wandelden we door een zeer droog gebied, met kaktussen en in het algemeen veel planten met pieken, typisch voor streken die met droogte te maken hebben. En dan, op de andere bergflank van de vallei kregen we plots met veel vegetatie te maken. Alles was groen, veel bomen, veel bloemen enzovoort. Gek hoe de vegetatie zo snel kan veranderen in zo´n korte tijd. De trek naar Choquequirao was tevens een voortdurend dalen en stijgen. In feite daal je eerst van zo´n 3000 meter hoogte af tot aan een rivier op 1600 meter hoogte, waarna je dan weer 1400 meter moet klimmen tot aan Choquequirao. Het is een trektocht waarbij de weg maar naar boven blijft gaan, alsof je nooit boven geraakt. Het stuk omhoog moet je dan nog doen in de volle zon, waardoor het niet de gemakkelijkste trek is. De tweede trektocht die we dan ondernomen hebben bracht ons (Damien, Lorenza en ik) via de berg Salkantay naar Machu Picchu. Een werkelijk fantastische trektocht! De eerste dag wandelden we progressief bergop tot we de camping bereikten op zo´n 3800 meter hoogte. Ik verzeker u: het is daar ´s avonds niet al te warm. Onze fles rum kwam die avond dan ook erg te pas! De tweede dag was de mooiste van de trektocht zelf. We klommen verder omhoog tot op een hoogte van 4600 meter, aan de voet van gletsjers en niet ver van de besneeuwde bergtoppen. Het zicht was ronduit fenomenaal. Je voelt je maar een klein, nietig iets in het hooggebergte, wat een mysterie! We hadden daar van boven tevens het geluk twee condors te spotten, de grootste vliegende vogel ter wereld. Echter, tegen dat we er een foto van konden nemen, waren ze al uit het zicht verdwenen. Na de pas van 4600 meter hoogte te zijn gepasseerd (die we trouwens zonder al te veel onnodige moeite bereikten) daalden we snel af en al snel kwamen we in een vochtig woud terecht. De derde dag daalden we verder af via een bergrivier. De laatste dag moesten we dan drie uur bergop gaan om een bergkam te passeren. Van boven aangekomen bevonden we ons in een bos. Een beetje verder stonden er drie gasten naar iets in de verte te turen. Net toen we aankwamen, gingen ze door, niet na: ´Mira. el Machu Picchu ...´ tegen ons gezegd te hebben. En inderdaad, we keken tussen de takken van de bomen en zagen daar in de verte, tussen de bergen weggestopt, Machu Picchu liggen. Iets verder kregen we dan een beter zicht, een verbluffend, ongelooflijk zicht. Je ziet van links naar rechts een hele reeks bergen en daartussen ligt dan Machu Picchu. De rest van de dag moesten we verder afdalen en uiteindelijk nog meer dan twee uur over een spoor wandelen tot aan Aguas Calientes, het dorpje van waaruit je Machu Picchu kan bezoeken. Nu, eigenlijk mag je niet over dat spoor wandelen, maar indien je Machu Picchu met een ietwat beperkt budget wil bezoeken, moet je wel over die sporen lopen. Vele locals doen het zelf trouwens ook. Aguas Calientes kent namelijk geen wegverbinding. Je kan het dus enkel met de trein bereiken en aangezien Machu Picchu zo bekend is, heeft de Peruviaanse overheid de tickets voor de toeristen maar ineens heel duur gemaakt! Van Cusco tot Machu Picchu: 47 dollar enkel de heenreis. Wanneer je vertrouwt bent met wat het transport hier normaal gezien kost, is dat echt wel heel duur! De vijfde dag zijn we dan om vier uur ´s morgens opgestaan om in het donker naar Machu Picchu te wandelen. Om zes uur gaat het terrein namelijk open en tegen dan staan er al honderden bezoekers te wachten! De eerste bussen (jawel, er is zelfs een busverbinding vanuit Aguas Calientes, ook al weer véél te duur) komen tegen zes uur aan, dus tegen dan moet je zien aan de ingang te zijn. Om zes uur stipt kan je dan het terrein op om het wonder te gaan aanschouwen. Machu Picchu is hetgene waarvoor ik op deze reis het meeste geld hebt neergeteld (45 dollar), maar dat was het voor een keer eens volledig waard! Iedereen kent natuurlijk de typische foto van Machu Picchu. Ik zeg u: in werkelijkheid is het minstens honderd keer zo mooi! Zonder twijfel één van de prachtigste dingen die ik op deze reis heb mogen aanschouwen, honderd procent de moeite, fantastisch, geweldig! Ik ben er nog steeds van onder de indruk terwijl ik dit neerschrijf. En dan die omgeving: dat maakt het geheel nog waanzinniger! Machu Picchu is langs alle kanten omgeven door bergen waarvan de flanken haast verticaal uit de dalen opreizen. In de verte zie je besneeuwde bergtoppen. De site zelf wordt begrensd door ravijnen van honderden meters diep. Echt een verbluffende omgeving, ik heb er gewoonweg geen woorden voor. Maar hoe is het zo goed bewaard gebleven?Machu Picchu was tot rond het jaar 1500 (voordat de Spanjaarden in Peru aankwamen - dit was in 1521) bewoond door een Inca-elite. Het was een soort geheime stad, enkel de elite wist blijkbaar af van het bestaan van de stad. Rond 1500 dan is de stad om een tot nu toe onbekende reden ontvolkt geraakt. Tegen dat de Spanjaarden dan in Peru aankwamen, was Machu Picchu al een jaar of twintig, dertig ontvolkt en was de hele stad al begroeid met vegetatie, waardoor de Spanjaarden de ruïne nooit ontdekt hebben. Ik weet zelfs niet of ze wel van het bestaan van de stad afwisten. Waarschijnlijk zullen ze wel allerlei geruchten hebben opgevangen, maar ze hebben de verlaten stad zelf nooit ontdekt. (Een Amerikaan ondekte Machu Picchu pas in 1911.) Gelukkig, want anders zouden ze weer aan het plunderen (alles wat kostbaar was werd geplunderd) en het vernielen hebben geslaan. Zoals bekend moest en zou de gehele indianenpopulatie gechristianiseerd worden en dus werden vaak heiligdommen voor de traditionele incagoden (Inti - de zon; Apu - de bergtoppen; enzovoort) vernietigd, want ´er is maar één God en dat is Jahwe!´Boven Machu Picchu zelf reikt een haast verticale piek: Huaynu Pichu. Ook die berg hebben we beklommen, heel mooi allemaal. Na dan de verschillende delen van het complex bezocht te hebben, eindigden we de dag met een prachtig zicht op het geheel: moe maar meer dan tevreden! De volgende dag zijn Damien en ik dan via de treinsporen naar Santa Teresa gegaan, een dorp in de buurt mét wegverbinding. Uiteindelijk moesten we nog zes uur bussen om terug in Cusco te geraken.Na teruggekeerd te zijn, heb ik dan nog enkele excursies in de nabije omgeving van Cusco ondernomen, een ruïne hier en een ruïne daar, tot ik er genoeg van had. Nu heb ik het wel een tijdje gehad met ruïnes. Maar zoals jullie al wel zullen gemerkt hebben, was het allemaal zeer de moeite waard. Die materiële overblijfselen laten je nogmaals beseffen dat er ook vele niet-Europese hoogontwikkelde culturen hebben bestaan. Hoe kregen ze in godsnaam die kollosale stenen verplaatst zonder het wiel te kennen? Mysteríeus. Naast de ruïnes kan de omgeving ook tellen. Ik heb de voorbije weken echt spectaculaire bergzichten mogen aanschouwen, waarschijnlijk meer dan in de rest van mijn reis. Veel heeft natuurlijk te maken met het feit dat het tijdens mijn trektochten in Venezuela, Colombia en Ecuador vaak bewolkt was, met de nodige regen. Na de eerste trektocht van mijn reis, die onvergetelijke tocht naar Roraïma op de grens van Venezuela en Brazilië, zijn dit de eerste trektochten geweest waar de zon veel nadrukkelijker aanwezig was dan de wolken en de regen.Cusco was dus tof. Echter, zoals altijd zijn er ook wel enkele dingen die me minder begunstigden. Doordat Cusco al sinds zovele jaren een echte toeristische bestemming is, is de relatie tussen de locals en die toerist, in concreto met iedereen die er ´noorders´ uitziet, een beetje verstoort. Het is niet zo dat ik me constant geërgerd heb aan de mensen in en rondom Cusco, maar het is wel zo dat de spontaniteit tussen de twee, de lokale inwoner enerzijds, en de bezóeker anderzijds, weg is. De mensen in (en rondom) Cusco zijn erg aan toeristen gewend en dus is de benieuwdheid in grote mate weg. Vele Cusqueños hebben in feite helemaal geen zin om met je te babbelen, om je te leren kennen ... en het is nu juist dát wat een reis zo plezant maakt, de ontmoetingen met de locals, al die nieuwe kennissen, al die interessante verhalen. In Cusco, nee ... Nu, ik begrijp dat wel, hoor. Er zijn gewoonweg te veel toeristen. Een bekende uitdrukking in Cusco is: ´En Cusco hay mas gringos que Cusqueños mismos.´ (In Cusco zijn er meer gringos dan Cusqueños zelf.) De benieuwheid en openheid van de lokale bevolking die je bijvoorbeeld in landen als Colombia tegenkomt, bestaat haast niet in Cusco. Je wordt een beetje meegesleurd in een ´wij-tegen-zij´-tegenstelling, wat nog eens versterkt wordt door het feit dat nogal wat van die toeristen in Cusco het breed laten hangen. Ze komen in grote groepen af en hebben vrachten geld bij dat ze verspillen in tours waarvan de opbrengsten naar een kleine groep mensen gaan en waar ze trouwens veel te veel voor betalen. Ze spreken geen jota Spaans en doen ook vaak niet de minste moeite om dat te doen. Ze willen wel al die pracht en praal bezoeken, maar het contact met de lokale bevolking ontwijken ze liever. Ze kennen Peru, maar kennen niks van de Peruvianen. Vaak gaat het om groepen Amerikaanse toeristen, maar in feite kan het om eender welke nationaliteit gaan. Ik mag natuurlijk niet veralgemenen, het is niet omdat je in een grote groep reist, dat je alleen maar geïnteresseerd bent in de façade van een bepaald land, maar vaak is het wel zo. Soms krijg ik er plaatsvervangende schaamte van. Een voorbeeld. Toen ik in Ollantaytambo was om er een ruïne te bezoeken, zag ik er drie indianenkinderen, traditioneel uitgedost. Voor een groepje Franse toeristen zongen zij een taditioneel lied. Allemaal stonden ze daar met hun grote fotocamera´s, klik, paf, boem, foto´s te nemen van die o zo authentieke kindjes. Daarna werd hen dan snel wat geld toegestopt en wilden ze ook nog wat foto´s nemen van hun indianenmoeders, tegen betaling natuurlijk. Spijtig dat de relatie tussen de local en de toerist tot een puur economische relatie wordt teruggebracht. En de effecten, die zijn er hoor. Ik had het op deze reis nog niet veel meegemaakt, maar in en vooral rondom Cusco des te meer: kinderen die je om een ´caramelo´ (snoepje) vragen, of traditioneel uitgedoste vrouwen die in plaats van je te begroeten, kortweg ´foto?´ vragen. Vooral van dat laatste krijg ik gewoonweg het schijt; een duidelijkere manier om te laten merken dat iemand alleen en alleen maar in je geld is geïnteresseerd is er niet, denk ik. Om hen wat te laten nadenken, antwoord ik dan ´Noooooo´ met een uitdrukking van ´Wat vraag je me nu?´, maar ik weet dat het hopeloos is. De staat Peru en vele Peruanen uit de toeristische regio´s hebben hun hoop volledig ingesteld op een soort toerisme dat gemakkelijk en zonder veel moeite veel geld genereert. Ze willen in feite helemaal geen contact met je, ze willen gewoonweg je geld. En dat gaat soms ver. Zelfs al wil je hen laten merken dat je met hen wil babbelen, dat je hen wil leren kennen, dan nog verkiezen ze het niet met je te babbelen. Niet iedereen natuurlijk, maar toch redelijk wat mensen. Ik heb in Cusco, ondanks het feit dat het een heel toffe stad is met een bruisend cultuurleven, een bruisend barleven enzovoort, niet erg veel contact gehad met de lokale inwoners, veel minder dan in Ecuador en nog veel minder dan in Colombia. Maar dan, wiens fout is dat allemaal? Of, kun je eigenlijk wel van fouten spreken? In elk geval, toerisme, allemaal schoon en wel, maar op een gegeven moment gaat het erover. Toerisme kan heel verrijkend zijn, maar al te vaak wordt het een allesverslindende geldmachine die heel vernietigend kan zijn. Dat zal de leiders van het land natuurlijk niet deren. Die zijn voortdurend, met de glimlach op het gezicht, bezig het geld te tellen dat zij verkrijgen uit dit toerisme, zonder aan de gevolgen te denken voor de inwoners van hun land. Een schrijnend voorbeeld daarvan zijn de inkomsten van Machu Picchu zelf. Die enorme som geld gaat integraal naar het centrale beleid in Lima en het is hoegenaamd niet duidelijk waarin dat geld nu juist besteed wordt. Zakkenvullerij in het kwadraat. Een ander punt dat mij met weerzin vervult, is het onderwijs in Peru. Je merkt direct dat het niveau van dat onderwijs bedroevend laag ligt. Ik heb al vaak gemerkt dat vele mensen hier niet eens fatsoenlijk kunnen lezen en rekenen. Dat uit zich op heel concrete manieren. In de maand die ik in Peru verbleven ben, heb ik het meermaals meegemaakt dat ik verkeerdelijk werd terugbetaald, en daar komt de aap uit de mouw, ik ontving vaak niet te weinig, maar te veel! Nu, moest ik van één of andere reisorganisatie uit Cusco te veel geld terugkrijgen, ik zou er niks van zeggen, maar wanneer het om een arme, bejaarde domper gaat die leeft van de pakjes chips en de drankjes die hij in de bus verkoopt, is de situatie toch wel anders. Het zou een beetje cru zijn indiend de man tot de vaststelling komt dat hij met minder geld thuiskomt dan dat hij vertrokken is. Om weer maar eens de vergelijking te maken met Ecuador en Colombia: in dat eerste land is me dat misschien eens één keer gebeurd; in Colombia werkelijk nooit! Zonder te willen zeggen dat het niveau van het onderwijs in die twee landen hoog ligt, merk je toch wel een groot verschil met Peru. Vrouwen die in de bus komen vragen welk plaatsnummer ze gekregen hebben omdat ze het cijfer niet kunnen lezen ... in de landen waar ik tot nu toe gereisd heb, maakte ik dat niet mee, in Peru echter ... Het is niet enkel het probleem van het lage niveau op zich, denk ik. Het ligt ook aan de prioriteiten die gesteld worden. Om een voorbeeld te geven. In Cusco is het elke zondag défilé en elke keer maar weer lopen de kinderen en de jongeren daar in hun schooltenue in mee. Dat kunnen ze goed hoor, marcheren, geen probleem, maar rekenen? Schrijven? Lezen? Ik heb er mijn twijfels bij. Vele Peruanen zijn er trouwens wel trots op, hoor, dat hun zoon zo goed kan marcheren. Rekenen, schrijven ... dat is toch maar bijkomstig zeker ... Peru is dus een maatschappij van mensen die heel goed kunnen marcheren, maar die maar amper kunnen tellen. Goed bezig. Ik overdrijf misschien een beetje, maar het gekke is dat ik het gevoel heb dat ik dat helemaal niet doe! Zo ... ik heb mijn gal weer eens kunnen spuwen. Nu, altijd zijn er natuurlijk wel dingen die je niet graag ziet, maar net daarom is op reis gaan zo verrijkend. Dat constant afwegen van maatschappijen tegenover elkaar, het besef dat sommige zaken in Latijns-Amerikaanse maatschappijen zo paradoxaal en / of hypocriet lijken voor ons. Soms vraag ik me wel eens af op welke manieren de Peruvianen, of de Zuid-Amerikanen in het algemeen, óns hypocriet vinden, wat zij paradoxaal aan óns vinden. En met die gedachte beëindig ik dit bericht. Peru, het is een land waar nog veel te ontdekken valt voor mij. Ik heb alleen maar Cusco en zijn omgeving leren kennen en er zijn gewoonweg nog zoveel zaken te kennen. Maar goed, zo is het altijd. Elke reis lijkt te kort, nietwaar? Bon, aan iedereen het beste en vergeet niet de uitleg bij de fotos te lezen. En vooral: voor degenen voor wie de vakantie eraan komt: geniet ervan! Hopelijk valt het weer daar wat mee ... Groeten vanuit Peru.Uitleg bij de foto´s. 1. Guayaquil, Ecuadors grootste stad. Dit kerkje ligt in de wijk Cerro Santa Ana, Unesco Werelderfgoed. De rest van de stad is groot, modern, commercieel en heet!01 2. Guayaquil, vanuit de zelfde wijk. Je ziet de rivier Guayas en een deel van de stad.02 3. Cuenca, waarschijnlijk Ecuadors mooiste stad met vele koloniale architectuur. De rivier Tomebamba (linkeronderhoek) wordt er geflankeerd door een reeks mooie huizen. 034. Binnen het cultureel centrum ´Prohibido´ in Cuenca, een cultuurcentrum dat is opgericht om alles wat ´verboden´ is te laten zien. Toen ik dit zag, kon ik het niet laten om aan Manneke Pis te denken ... en inderdaad, blijkt dat de creator ervan zes jaar in Brussel heeft gewoond. 045. Vanaf hier zijn de foto´s van Peru. Op weg naar de ruïne Choquequirao. 05 6. Zicht op het wandelpad naar Choquequirao. 067. Het wandelpad naar Choquequirao: meer verticaal dan horizontaal!078. De ruïnes van Choquequirao.089. Choquequirao: boven zie je badhuizen, in het midden de verblijfplaatsen van artisano´s (makers van keramiek etcetera), beneden zie je landbouwterrassen. Meer naar beneden (maar buiten de foto) waren er nog veel meer!0910. Landbouwterrassen van Choquequirao die uniek zijn omwille van de llama´s die erin verwerkt zijn. 1011. Choquequirao: deze foto laat duidelijk zien dat die landbouwterrassen niet voor niets aangelegd zijn. Hoe ga je anders zo´n steile hellingen bewerken?1112. Choquequirao, landbouwterrassen van opzij bekeken. 1213. Wat is dat? Cocablaadjes! Hier zijn we een ´mate de coca´ aan het bereiden, een thee op basis van cocabladeren. Geeft je lekker veel energie. Tijdens het wandelen kan je ze ook kauwen. In Peru en Bolivia zijn cocablaadjes legaal. Wat er vaak van geproduceerd wordt natuurlijk niet ...13 14. Op weg naar Machu Picchu, de eerste dag. Lorenza en Damien en op de achtergrond de berg Salkantay. 14 15. Op weg naar Machu Picchu, de eerste dag. Bij aankomst aan de kampplaats voor de eerste dag, op een hoogte van 3800 meter. Koud ´s nachts!15 16. Op weg naar Machu Picchu, de tweede dag. Op de pas van 4600 meter hoogte.16 17. Op weg naar Machu Picchu, de tweede dag. De top van de Salkantay in detail. Let op de gletsjer. 1718. Op weg naar Machu Picchu, de tweede dag. Niets dan bossen en in de verte de Salkantay. 18 19. Op weg naar Machu Picchu, de derde dag. Damien bij één van de riviers die we moesten oversteken. 1920. Op weg naar Machu Picchu, de vierde dag. In de verte Machu Picchu, weggedoken tussen de bergen. 20 21. Nog een zicht op Machu Picchu. 2122. De typische Machu Picchufoto!2223. Twee llama´s in het complex en Lorenza. Op de achtergrond zie je berg Huayna Picchu. 2324. De eerste zonnestralen die machu Picchu bereiken. Een prachtig moment en eindelijk een beetje warmte.24 25. De Machu Picchu bekeken vanop de Huayna Picchu. Machu Picchu zou de vorm van een condor hebben. Zie je hem? Zou geen toeval zijn, want de condor, de slang en de poema waren voor de Inca´s heilige dieren.2526. Machu Picchu. Dit lijkt een zonnewijzer te zijn, maar het is in feite een zonnekalender! Slechts één keer per jaar is er helemaal geen schaduw. Cusco en zijn omgeving liggen op het zuidelijk halfrond waardoor de zon er in de winter (nu!) niet loodrecht in de hemel staat, en dus is er ook ´s middags een beetje schaduw. Dit zou de enige zonnekalender van de Inca´s zijn die nog overblijft. De zonnekalender had eveneens een religieuze lading (aanbidding van Inti, de zonnegod) en dus vernielden de Spanjaarden ze steeds. 26 27. Machu Picchu. Zicht op de bergen rondom. De trapeziumvormige openingen zouden een referentie zijn aan de bergen.2728. Machu Picchu. Een tempel, huizen, terrassen. 2829. Machu Picchu. Het einde van de dag. Let op de kleuren groen. 2930. Machu Picchu. Een foto van de zon die boven de bergen uitsteekt ´s morgens. We bevinden ons op de terrassen, ik kijk in de richting van Huayna Picchu en het centrale deel van Machu Picchu. (foto van Damien)30 31. Huayna Picchu. Met Lorenza op een uitstekend terras. Vooral niet vallen of je ligt honderden meters lager! (foto van Damien)3132. Huayna Picchu. Tja, soms ging het er daar wel heel verticaal aan toe! Die inca´s toch! (foto van Damien)3233. Een zicht op Cusco. 3334. Het complex van Sacsayhuaman, een heiligdom vlakbij Cusco. 3435. Een detail van Sacsayhuaman. Lijkt op een regenboog? Juist! de inca´s van Cusco aanbaden de regenboog als een god. Dit uit zich vandaag in de vlag van Cusco die een regenboogvlag is, heel erg gelijkend op de holebivlag bij ons. juist om die verwarring te vermijden overweegt men in Cusco zijn vlag te veranderen. 35 36. Een zicht op Sacsayhuaman. Beneden in de vallei ligt Cusco. 3637. Sacsayhuaman: Hoe hebben ze toch in godsnaam ooit die grote stenen op hun plaats gekregen? Ze hadden namelijk geen wielen, die inca´s. Let ook op de perfecte afwerking van de stenen ten opzichte van elkaar. Ze kenden namelijk geen cement. 3738. Zicht op Plaza de Armas, de centrale plaats van Cusco. let ook op het opschrift ´El Perú glorioso´op de berg! Dit soort opschriften zie je overal in Peru. 38 39. Pisaq, in de buurt van Cusco. Landbouwterrassen.39 40. Pisaq. Zijn dat holen? Jawel. Het was de begraafplaats voor de inca´s die in Pisaq woonden. Het is de grootste precolombiaanse begraafplaats van Latijns-Amerika!4041. Pisaq. 4142. Pisaq. Let nogmaals op de perfecte manier waarop de stenen op elkaar afgestemd zijn. Er kwam geen cement bij te pas!4243. Ollantaytambo, in de buurt van Cusco - wederom die trapeziodale figuren ...43 44. Ollantaytambo: zicht op de besneeuwde bergtoppen. 4445. Ollantaytambo: de badplaatsen. 4546. Ook in het hedendaagse dorp van Ollantaytambo zijn er nog veel incaoverblijfselen. 4647. Chinchero, in de buurt van Cusco. De markt op zondag. 4748. Chinchero: zoals vaak bouwden de Spanjaarden hun kerken bovenop incastructuren. Hiervan is de kerk van Chinchero een treffend voorbeeld. 4849. De landbouwterrassen van Chinchero. Je ziet het niet op de foto, maar ze worden vandaag nog altijd gebruikt. 4950. Het centrale plein van Chinchero. Linksonder zie je indianen die chicha drinken (een alcoholische drank op basis van maïs) tot ze er vaak ladderzat van zijn. 5051. De streek rond Chinchero wordt wel eens de graanschuur van Cusco genoemd. 5152. Moray, in de buurt van Cusco. Het gaat om cirkelvormige landbouwterrassen uitgehouwen in een natuurlijke depressie. De temperatuur op het onderste terras kan tot 15 graden hoger zijn dan die op de bovenste terrassen! Men denkt dat Moray een soort van proefcentrum was voor de inca´s. 5253. Het dorp Maras, in de buurt van Cusco. In de koloniale periode was het een belangrijk handelscentrum. Er werd tropisch fruit vanuit het Amazonegebied naartoe gebracht, fruit dat dan aan handelaars uit Cusco werd verkocht. 5354. De omgeving van Maras. 5455. De zoutwinningsveldjes van Maras, een uurtje stappen buiten het dorp. Deze worden heden ten dage nog steeds geëxploiteerd, maar bestonden al tijdens het incatijdperk! Van een rivier met hoog zoutgehalte wordt water afgetapt en dit vloeit in de verschilledne veldjes. Men laat het water enkele dagen verdampen en het zout blijft achter. Esthetisch mag het er ook zijn, nietwaar?55 56. De zoutwinningsveldjes van Maras.56 57. Nogmaals de zoutwinningsveldjes van Maras.5758. Op weg naar Urubamba, in de buurt van Cusco. Die palen met een doek geven aan dat er op die plek chicha wordt verkocht. 5859. Traditionele Andesdansen opgevoerd in een cultureel centrum in Cusco.5960. 13 juni: verjaardagsfeest van Damien in het huis van Lorenza. Ikke, Will (een kerel uit Lima), Mario (een artisano uit Chimbayo die in Cusco verblijft) en Laura (een Argentijnse). (foto van Lorenza)60 61. Feest! Lorenza, Damien en ik. Die avond ging schever en schever ... Verder geen commentaar. 6162. Wij in een bar in Cusco. 62

21:19 Gepost door Peter in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |