16-05-08

Peter, no te vayas de nuestro país!

Koekoek! Na een lange stilte laat ik nog eens iets van me weten. Ondertussen heb ik het dorp Runtún en de vulkaan Tungurahua achter mij gelaten, met een beetje triestheid in het hart maar vooral met veel zin om verder te reizen. Ik heb het gevoel dat ik momenteel de laatste etappe van mijn reis in ga. Ecuador zal ik spoedig, na een verblijf van bijna een half jaar, verlaten, op zoek naar nieuw avontuur. Mogelijk sta ik al binnen een twee- of drietal weken Machu Picchu te bewonderen. Verder wil ik Bolivia bezoeken, alvorens ... terug naar huis terug te keren. Jawel, het is nu officieel: ik kom terug naar België. Ik heb ondertussen de tickets al gekocht.Ik wil eerst nog eens stilstaan bij de ervaring die ik heb opgedaan in het dorp Runtún, een ervaring die een heel mooie is geweest: veel contact met de locals, een erg goede band met de kinderen van het schooltje, veel rust en af en toe eens een ferme explosie uit de keel van mijn vriend, de Tungurahua. Ik moet zeggen: ik ben er nu een tiental dagen weg en ik mis het dorp. Niet dat ik mij triest voel, maar soms zou ik even willen terugkeren, gewoonweg om nog eens iedereen te zien die ik er gekend heb. Maar langs de andere kant wil ik dat nu net niét, wil ik mij mentaal voorbereiden op wat het laatste deel van mijn reis zou moeten zijn. Het deed wel even raar toen ik de tickets geboekt had. Ineens stond er een heel conrete datum op mijn terugkomst. Ineens was het niet meer iets van ´waarschijnlijk kom ik ongeveer rond die tijd aan´, plots stond de dag van terugkomst vast! Wanneer? Wel, op 19 augustus neem ik het vliegtuig van Lima in Peru naar New York. Daar wil ik enkele dagen blijven om dan door te reizen naar Toronto in Canada, om er mijn zus Leen, haar man Brendan en hun kind Brian te gaan bezoeken. Op 4 september neem ik dan een vlucht van Toronto naar Amsterdam, waar ik dan vliegensvlug, maar dus niet met de vlieger, terugkeer naar België, net op tijd om de Roel en Wendy hun trouw bij te wonen, een idee dat me met veel blijheid vervult, want die trouw, daar wou ik toch wel bij zijn! Tot die twee data ga ik proberen nog zoveel mogelijk te bezoeken, enkele onvergetelijke momenten te beleven, maar goed: ´onvergetelijke momenten´ kun je natuurlijk moeilijk plannen, we zien wel wat er nog allemaal gebeurt in deze laatste fase van mijn reis. Tegelijkertijd begin ik ook te wennen aan het idee dat ik binnen een paar maanden op Belgische bodem zal staan en ik verheug me er al op om familie en vrienden terug te zien. Het is ondertussen toch al een hele tijd geleden en de behoefte groeit steeds meer om jullie nog eens allemaal terug te zien. Niet dat ik niet langer hier had kunnen blijven. Een reis is in feite altijd te kort, maar nu ik WEET dat ik terug ga, is het alsof de behoefte om jullie allemaal in levende lijve te zien, groter wordt. Nu maar hopen dat er zich geen problemen voordoen van welke aard ook. Maar goed, ook dat zien we dan weer wel.Goed, even terugblikken op Runtún, het dorpje waar ik meer dan drie maanden verbleef. Een gemiddelde Belg die Runtún zou bezoeken, zou volgens mij de volgende dingen denken: ´Waw, de tijd heeft hier precies stilgestaan.´ En: ´Wat een rust.´ En: ´Wat een vriendelijke mensen!´ En : ´Is dat hier niet gevaarlijk met die vulkaan zo dichtbij?´ Dit waren in alle geval mijn eigen eerste overpeinzingen. Al snel leerde ik het dorp beter kennen en kwam ik tot enkele vaststellingen, onder meer dat religie hier nog steeds een zeer belangrijk deel van het leven uitmaakt. De liefde voor God is hier voor velen het allerbelangrijkste. God, daarmee begint alles en eindigt alles. Zonder God zijn we niets. De ideeën over hoe je moet leven om een goed mens te zijn, verschillen dan weer sterk tussen de dorpsbewoners onderling. Ik heb in het vorige bericht al vermeld dat er twee grote groepen zijn in het dorp: de katholieken en de adventisten. Die eersten zijn meestal iets gematigder in het uitoefenen van hun godsdienst, die tweede groep mensen is toch wel iets radicaler. Het is een soort je-mag-dit-niet-en-dat-nietgodsdienst, veel regelneverij. Zo zijn er enkele kinderen in de school die niet mogen dansen van hun ouders, want dansen, dat is des duivels. Ironisch genoeg zijn het juist die kinderen die, wanneer hun ouders het niet zien, maar al te graag dansen. Het zijn juist zij die het beste kunnen dansen, ze willen proeven van de verboden vrucht ... In elk geval heeft ook de katholieke Kerk de laatste decennia in Ecuador ingeboet, maar in de kleine dorpjes zoals Runtún gaat dat proces veel trager dan in de steden, waar de ontkerkelijking groter is, hoewel dat in vergelijking met ons land nog allemaal wel meevalt. Wat mij wel opvalt, is dat zowat elke Ecuadoriaan er wel van overtuigd is, dat er ´iets´ is. Zowat iedereen die ik gesproken heb over dit thema, is ervan overtuigd dat het na het leven niet afgelopen is met ons. Alleen, velen geven daar niet meer de gedachte aan die traditioneel door de katholieke Kerk naar voren wordt geschoven: na de dood volgt de hemel of de hel. Nogal wat mensen hier zijn ervan overtuigd dat we reïncarneren. Met andere woorden: ook in Zuid-Amerika heeft het religieshoppen, waarbij je uit verschillende tradities je eigen geloofssysteem samenstelt, ingang gevonden. Toch vind ik het grappig dat één beeld blijkbaar heel goed standhoudt: er is maar één God en dat is een man! Het beeld van de bebaarde, kalende Jaweh staat blijkbaar danig in de geesten gegrift dat mijn opmerkingen in de aard van: ´Waarom zouden er niet meer dan één God kunnen zijn?´, of 'Waarom zou God geen vrouw kunnen zijn?´, of ´Wie zegt dat God een geslachtsdeel heeft?' vaak op algemeen ongeloof worden onthaald. In een klein dorpje als Runtún houden de traditionele geloofsstandpunten dan veel meer stand. Soms doet het wat raar aan wanneer ik mensen uit het dorp hoor zeggen dat slechts een kleine groep uitverkozenen God zal mogen vergezellen in Zijn Paradijs. Het is steeds moeilijk om te aanvaarden dat mensen dat werkelijk GELOVEN wanneer je daar zelf allerminst van overtuigd bent. Maar goed, elkaars opinie respecteren is de boodschap en ik moet eerlijk zeggen dat wat ik te zeggen had (namelijk dat ik sterk betwijfel of er wel een God is) steeds gerespecteerd werd, ook door diegenen die voor zichzelf en voor hun eigen familie allerlei strenge regels opleggen. Zou het komen door het feit dat ik een buitenstaander ben? Zou het anders zijn indien ik zelf uit Runtún afkomstig zou zijn? Dat soort vragen hebben mij de laatste weken toch wel wat bezig gehouden.Voor mij persoonlijk betekende mijn verblijf in Runtún dus een kennismaking met een meer traditionele cultuur, een cultuur die meer geënt is op religie en waar solidariteit en gemeenschapsdenken nog centraal staan. Toch leerde ik uit gesprekken dat dat alles relatief is. Runtún is, naar wat ik te verstaan heb gekregen, de laatste jaren erg veranderd. In 1986 werd er een baan aangelegd tussen Ulba, dicht bij Baños, en Runtún. Voor die datum, nog maar tweeëntwintig jaar geleden dus, moest je te voet! Er was gewoonweg geen baan! Diezelfde baan is nog maar een half jaar geleden geasfalteerd. Het is zeker dat die baan voor verandering heeft gezorgd in het dorp. Vroeger moesten alle landbouwproducten te voet naar Baños getransporteerd worden, daar waar dat nu via vrachtwagen gebeurd. Door die baan werd dus veel meer mogelijk! De inwoners kunnen de laatste decennia veel meer investeren in hun bedrijf want ze hebben nu de mogelijkheid om veel meer produkten te gaan afleveren. Zeker wanneer ze zelf een auto of vrachtwagen hebben. De dollarisatie van een achttal jaren geleden zette dit proces nog verder. Vroeger had Ecuador zijn nationale munteenheid, namelijk de sucre. Echter, nadat die eind jaren negentig hevig begon te devalueren (van één dag op de andere betaalde je voor één dollar 25000 sucres in plaats van 10000), werd besloten over te stappen op de Amerikaanse dollar. Een voordeel van de dollar is dat die veel stabieler is en dat je dus effectief geld kan verdienen, want je zit niet met het constante risico dat je geld de volgende dag niks meer waard is. Nu, het ironische van heel deze operatie, en wat men toendertijd niet echt had kunnen voorzien, is dat juist die Amerikaanse dollar zou beginnen te devalueren. Maar goed, in vergelijking met wat ze toen hebben meegemaakt, valt dat allemaal nog mee. Door de dollarisatie ontstonden er meer mogelijkheden, of, de mensen van Runtún hadden in elk geval dat gevoel. Nu, meer dan ooit, is het werken-werken-werken dat de klok slaat. Herminia, die mij de bungalow waarin ik woonde, leende, verwoordde het zo: ´Vroeger ging ik op zaterdagnamiddag frisdrankjes, choclo´s (gekookte of gebraden maïskolven) en empanada´s verkopen op het pleintje van de school, maar nu moet ik dat niet meer doen, want alle jongeren zijn aan het werk in de serres van het dorp om meer geld te verdienen.´De sociale cohesie, die ooit zo sterk was in het dorp, vermindert volgens haar: ´Tegenwoordig nemen de mensen veel minder de tijd om met elkaar te spreken dan voorheen. Altijd is er wel ergens werk te doen.` De ik-ik-ik-mentaliteit wint het blijkbaar ook in Runtún steeds meer op het gemeenschappelijke. Nu, ik herhaal het: voor een gemiddelde Belg zal het dorp op het eerste zicht nog steeds overkomen als een oase van rust waar mensen elkaar nog begroeten en waar er nog een andere, een op traditie geleeste mentaliteit heerst. Echter, de ouderen van het dorp hebben het steeds over hoe het dorp veranderd is, hoe met het aanleggen van de baan de moderniteit traagjes aan het dorp binnengeslopen is.Ik zie natuurlijk vooral wat Runtún verschillend maakt van wat ik gewoon ben. En verder heb ik vooral genoten van mijn verblijf aldaar. Ik heb er enkele interessante, toffe mensen leren kennen die de moeite deden om mij meer van hun dorp en hun land te laten zien. Vooreerst zijn er Gustavo en Herminia, twee eersteklassepersonen die mij, ´omdat jij je inzet voor onze gemeenschap´, drie maanden gratis lieten leven in hun bungalow, op een dan nog zulk idyllische plek! Ik heb ook veel genoten van en geleerd uit de gesprekken met hen. Zulke mooie mensen! Natuurlijk hield het met hen niet op. Met Bolivar en Oswaldo, twee heerschappen uit het dorp, ging ik wandelen in de bossen en velden boven Runtún, waar er een veelheid aan orchideeën groeit en waar we verrast werden door een tapir die het bos invluchtte en die we naar een plaats konden lokken waar hij niet meer weg kon. Zo stonden we daar urenlang die tapir te bewonderen. Onvergetelijk. Oswaldo heeft me ook enkele keren meegenomen op tripjes buiten het dorp. Eén keer ging het naar El Topo, een dorp op de weg tussen Baños en Puyo (in Amazonegebied), een dorp waar het gevoelig warmer is dan in Runtún en waar we een kolkende rivier bezochten. Een andere keer ging het naar een dorpje in het Amazonewoud, in de buurt van de stad El Puyo, waar enkele familieleden van hem wonen. Ook dat was zeer de moeite: wandelingen in het Amazonewoud, het gadeslaan van allerlei rare insecten en prachtige vlinders, apen die in de bomen slingerden, zwemmen in een galsheldere rivier, genieten van een fikse regenbui. En natuurlijk was er steeds de vulkaan in het dorp zelf. Uitbarstingen zoals die er waren rond de tijd van carnaval zijn er niet meer geweest, maar af en toe trakteerde de Tungurahua ons toch op enkele spectaculaire zichten. Enkele weken geleden bijvoorbeeld, toen ik rond vier uur ´s nachts wakker werd geschud door een hevige explosie. Ik keek door het raampje en zag alles rood! Snel, nadat ik op tastzin mijn bril gevonden had, keek ik terug buiten en zag de lava de bergflanken aldalen ... zo mooi! Geen betere manier om wakker te worden, zou ik zeggen. De dag voordat ik uit het dorp vertrok, ging ik mijn kleren wassen in het huis van Herminia en Gustavo toen de vulkaan weer eens van zich liet horen en ik de assen uit de vulkaan naar boven zag schieten. Plots besefte ik dat ik zulke taferelen niet meer te zien zou krijgen. Ik verzonk in een nostalgisch gevoel, een besef dat juist die vulkaan mijn verblijf in Runtún zo speciaal heeft gemaakt. Op welk ogenblik dan ook kon je verrast worden door moeder Tungurahua die plots van zich liet horen, waarna je een prachtig natuurlijk spektakel te zien kreeg: een rookwolk die uit de krater ontsnapte en die snel van vorm veranderde om dan traagjesaan op te lossen in de lucht. De Tungurahua heeft mij nooit verveeld. Integendeel, wat een pracht en wat een kracht! Natuurlijk is het ook juist die kracht die zo destructief kan werken. Beeld je in: in 1999 begon de activiteit van de vulkaan. Iedereen natuurlijk in paniek! Wat gebeurt er? In een eerste reactie werd heel het kanton Baños geëvacueerd. De mensen uit het kanton moesten maar elders proberen onderdak te vinden. Nu, die evacuatie duurde maandenlang en voor mensen die op het veld werken, is dat natuurlijk nefast. De koeien moeten gemolken worden, de velden bewerkt, het onkruid gewied. En dus vertelde Gustavo (de man van Herminia) mij over hoe hij het gebied illegaal binnenkwam en de velden rond zijn huis terug begon te bewerken zonder al te veel sporen na te laten, want anders wisten de militairen dat er iemand was en alle binnendringers werden als boeven beschouwd. Precies een burgeroorlog! Het was een kat-en-muisspel waarbij je steeds de militairen moest proberen voor te zijn, want die tolereerden dus geen mensen in het gebied. Het zijn dan de mensen zelf die Baños via sluipppaadjes binnengedrongen en opnieuw bevolkt hebben, tegen de orders van bovenhand in. Het moet een soort minirevolutietje geweest zijn, waarbij de massa Bañenos (inwoners van Baños) de militairen dwongen op te krassen. Die militairen moesten op post blijven omdat de minister van landsverdediging geen gezichtsverlies wilde lijden. Ondertussen was al lang gebleken dat het kanton van Baños, ondanks de hevige ontploffingen van de Tungurahua, bewoonbaar was, dat er helemaal niks vernield was, dat de noodtoestand overdreven was. Dit soort taferelen zijn dus eveneens het resultaat van de nabijheid van een vulkaan. Ik heb, gelukkig maar, alleen de mooie kant van de Tungurahua waargenomen. Nu, zoals ik al eens gesteld heb, is het risico dat er echt iets serieus gebeurd in Runtún, miniem, maar echte volledige, absolute zekerheid heb je natuurlijk nooit. Wat zou er gebeuren indien de hele bergtop ontploft? De gevolgen zouden niet te overzien zijn ... Een vulkaan waarvan de hele top ontploft is, daar is er in Ecuador, bij mijn weten, één voorbeeld van. Eeuwen en eeuwen geleden, voor de komst van de Spanjaarden, zou de Carihuayrazo ontploft zijn. Dat zie je nog altijd, want daar andere vulkanen van boven ietwat afgerond zijn, bestaat de hedendaagse top van de Carihuayrazo uit een reeks scherpe, horizontale pieken. Nog één ding over de Tungurahua. Die naam klinkt een beetje mysterieus en je zou je kunnen afvragen wat die betekent. Tungurahua in Kishwa, de indianentaal uit de sierra, betekent niets meer dan ´vuurspuwende keel´, en dat is nu net dé exacte omschrijving van wat de Tungurahua is: een vuurspuwende, brakende keel.Wat mijn verblijf in Runtún onvergetelijk heeft gemaakt, naast de vulkaan, zijn de kinderen van het schooltje waar ik Engelse les gaf. Ook hen mis ik, ook hen zou ik maar al te graag terugzien. Ik zal hun glimlachen, hun grapjes, hun karaktertjes en vooral hun grote harten nooit vergeten. Steeds voelde ik dat de kinderen veel waardering voor me hadden, er is werkelijk geen enkel kind waarmee ik geen goede band had. Natuurlijk, ik moest wel eens kwaad worden en soms haalden ze deugnietstreken uit, maar in het algemeen verliep ´de samenwerking´ heel goed. Ik merkte dat de kinderen heel graag Engels leerden, wel op speelse manier. Huiswerk geven was niet meteen het grootste succes. Tegelijkertijd moet je een beetje afstappen van ons Belgisch rytme, want de kinderen leren niet zo snel als bij ons. Niet alleen in het aanleren van een nieuwe taal trouwens, ook rekenen en hun eigen taal, het Spaans, leveren heel wat problemen op. De taalfouten, het niet beheren van de tafels (zelfs leerlingen van 12,13 jaar oud), er is in Runtún nog heel wat werk aan de winkel! Moest iemand zich geroepen voelen ... Want, één ding is zeker: ik heb, denk ik, nog nooit met zoveel plezier lesgegeven als hier. En dat is volledig te danken aan de ingesteldheid van de kinderen, die erg openhartig waren, die steeds mijn gezelschap opzochten, die steeds met mij wilden spelen, die mij steeds over hun leventjes vertelden ... Ik heb al eens als vrijwilliger Engels gegeven in Nepal, maar met de kinderen hier heb ik een diepgaandere band kunnen smeden. Ze komen me opener, minder gereserveerd en enthousiaster over dan hun Belgische en Nepalese leeftijdsgenootjes. Tja, we zijn in Latijns-Amerika zeker ... Sommige kinderen zullen zeker in mijn geheugen gegrift blijven: de mentaal achtergestelde Licette die mij steeds ´muñeca´ (pop) noemde en die elke dag kwam vragen of ik die dag bij haar thuis ging eten; de fysiek mindervalide Alex die altijd, maar werkelijk altijd in mijn les wilde zijn en die supergemotiveerd was om Engels te leren en zichzelf te bewijzen; Milena die mij steeds de konijntjes wilde laten zien en die over elke plant en boom wel een verhaal had; de dolenthousiaste Camila die steeds hardrennend kwam aangestormd om zich dan, met de knieën vooruit, op mij te lanceren; Cristina die steeds het baasje moest spelen in de groep van het vierde jaar; Nayelli, een zottineke die steeds mijn naam riep om dan weg te kijken wanneer ik in haar richting keek, enzovoort, enzovoort. Samen met de kinderen waren er ook de onvergetelijke momenten, zoals toen we op uitstap gingen. Met een vrachtwagen, alle kinderen en de ouders vanachter in de laadbak, tuften we naar El Puyo. Daar aangekomen gingen we naar een openluchtzwembad en daar merkte ik dat de meerderheid van de kinderen (en enkele van de ouders!) gewoonweg niet wisten hoe ze moesten zwemmen! Het feit dat ik kon zwemmen en dat dan nog volgens verschillende zwemstijlen, was voor hen een openbaring, terwijl dat bij ons de normaalste zaak van de wereld is. Een ander onvergetelijk moment voor mij was het verrassingsfeestje dat ze bij mijn vertrek hadden georganiseerd. Enkele van de kinderen ´ontvoerden´ mij weg van de school en toen ik terugkwam stond er binnen in één van de klasjes een heuse tafel met taart, koekjes, snoep, drankjes en fruit gereed: ´Sorpresa!!!!´ Ik werd er toch wel even weekjes van ... de tranen kwamen haast in mijn ogen. Later werd er dan gedanst, waarbij enkele van de kindjes (waaronder zij die van hun ouders niet mogen dansen) mij enkele traditionele dansen probeerden aan te leren. Heel mooie herinneringen zijn dat, herinneringen die mij met veel tevredenheid doen terugdenken aan mijn tijd in dat kleine dorpje Runtún.Genoeg over Runtún! De rest van dit bericht is een aaneenschakeling van losse gedachten over Ecuador en het Ecuadoriaanse leven, een beetje in willekeurige volgorde. Misschien ga ik in een volgend bericht een diepgaandere analyse over Ecuador maken, maar dat valt nog af te wachten.Ten eerste, de tijd: in Runtún zijn de mensen redelijk stipt, maar dat is in de rest van Ecuador allerminst het geval! Wanneer je vraagt waar iemand is, krijg je steevast het antwoord: ´Estamos llegando.´ (We komen aan.) In realiteit betekent dat dat je nog een hele tijd te wachten hebt. In feite heeft het helemaal geen zin om iemand naar tijd te vragen, vijf minuten is in realiteit een uur. Verder wordt ook vaak niet de moeite genomen om je te informeren over iets. Ik heb het verschillende keren meegemaakt. Iemand zegt je dat hij of zij op een bepaalde dag zal langskomen. Echter, later hoor je dan helemaal niets meer terug van die persoon. Een ander voorbeeld: je bent met iemand een afspraak aan het maken via telefoon. Om één of andere reden wordt de lijn onderbroken. De andere persoon neemt gewoonweg niet de moeite om je terug te bellen. Ik heb het over dit soort zaken gehad met een Braziliaanse vriendin die in Ambato woont en zij zegt er exact hetzelfde over: ´la gente aqui es tan descuidada.´ (De mensen hier zijn zo onbezorgd.) Soms krijg ik het wel wat op mijn heupen over dit constante gebrek aan informatie, of eerder het gebrek aan wil om je te informeren. Als ik met Paulo (een Braziliaanse vriend die eveneens in Ambato woont) in de auto van Karla stap, samen met haar vriendinnen, hebben we vaak het minste idee waar we naartoe gaan. Er wordt bijvoorbeeld gezegd ´we gaan iets eten´, waarbij we dan de hele avond geen eten zien. Niks informatie. We hebben daar al vaak mee moeten lachen: ´Paulo, weet jij waar we momenteel naartoe gaan?´ waarbij zijn typische antwoord: ´Peter, ni tengo idea.´ (Ik heb er niet het minste idee van.) Steeds moet je wat aandringen: ´Waar gaan we nu naartoe?´ want anders krijg je één of ander omslachtig antwoord, alsof ze zelf vaak niet goed weten waar ze naartoe gaan. Via telefoon vragen waar je vrienden zich bevinden? Een groot probleem! Meestal word je min of meer omslachtig gezegd waar ze zich bevinden. Wanneer je dan aankomt, vraag je je af waarom ze niet iets meer in detail kunnen treden. En zo zijn er een hele hoop voorbeelden. Het zijn uitingen van een cultuur die inderdaad veel meer ´descuidado´ is dan bijvoorbeeld de Colombiaanse, waar je veel minder te wachten wordt gezet, waar je veel beter over vanalles wordt geïnformeerd. Om nog een simpel laatste voorbeeld te geven: in Colombia heb ik nooit enig probleem ondervonden met het nemen van bussen in plaatsen die ik niet ken. Ik zegde gewoon aan de chauffeut waar ik wilde afstappen en ALTIJD werd ik op tijd verwittigd, meestal door mensen in de bus vooaleer de buschauffeur zijn bek nog maar had opengedaan. In Ecuador is het echter wat anders. Verschillende keren heb ik het meegemaakt dat ik op een totaal verkeerde plaats werd afgezet, en dat terwijl ik al twee, drie keer had gevraagd mij op een bepaalde plek af te zetten. Daarbij komt dan nog dat het hier niet de gewoonte is om zijn fout toe te geven. In restaurants vergeten ze je constant te bedienen (bijvoorbeeld vergeten ze het drankje) en wanneer je hen daarop wijst is het steeds van: ´Ik ben juist onderweg voor uw drankje.´ Colombia en Ecuador liggen op vlak van service mijlenver uit elkaar. In Colombia word je in feite altijd als een koning behandeld, in Ecuador moet je zelf steeds achter vanalles gaan vragen of er gebeurt gewoonweg niks. Heel grappig hoe de mentaliteiten op dat vlak zo anders zijn in twee buurlanden. Enige continuïteit zou je verwachten, maar die is er nauwelijks. Alles verandert vanaf het moment dat je de grens oversteekt. Een andere grappige bemerking die ik gemaakt heb, is de gelatenheid bij de politie. Ik herinner me dat de politie werkelijk niks deed toen ik in Quito bijna overvallen werd. Nu, ik ben onlangs weer in Quito geweest en ze waren er weer: de verhalen van andere hotelgangers die overvallen werden. Zij gingen naar de politie waar ze laconiek te horen kregen ´dat je ´s avonds niet alleen buiten moet gaan´. Point finale, wat wil je dat wij doen, meneer? Een ander voorbeeld. In Riobamba, tijdens de feesten aldaar die heel april duren, waren we op een gegeven moment aan het wachten op een vriendin. We zaten in de auto van Karla toen die plots aangereden werd door een andere auto. De bestuurder van de andere auto bleek stiepelzat te zijn, zo erg dat hij letterlijk niet meer op zijn benen kon staan. Iets later passeerde de politie, maar tot ons ongeloof deed die gewoonweg niets! Er werd wat gebabbeld en het duurde allemaal héél lang. Op het einde werd besloten dat de man in kwestie, die trouwens – in het bijzijn van de politie - met zijn bakkes van de zattigheid keihard op zijn auto viel, zijn gsm moest afstaan aan Karla tot hij de schade aan de auto zou betalen. Paulo, de Braziliaan, kon het niet geloven: ´In Brazilië hadden ze hem al lang meegenomen naar het commissariaat. Bij ons is de politie niet zo soft.´ In Ecuador moet je eerst wat staan roepen op de politie, want van één ding ben ik wel overtuigd: moest Karla tegen de politie gezegd hebben dat ze die kerel mee naar het bureau moesten nemen, dan hadden ze dat wel gedaan. Je moet dus eerst wat zagen en roepen tegen de politie hier, anders schieten ze niet in actie. Ze komen altijd nogal lam over, allez, als ze je moeten helpen. Want zo heb ik al genoeg gehoord: ben je (zeker als buitenlander) met iets niet in orde, dan is de politie er hier rap genoeg bij om je het leven zuur te maken. Nog een ander raar fenomeen hier in Ecuador is dat het vooral meisjes en vrouwen zijn die contact met je zoeken. Mannen zijn precies helmaal niet geïntereseerd om reizigers als ik te ontmoeten. Het zal niet snel gebeuren dat ze me hun telefoonnummer geven of me uitnodigen om hen eens te bezoeken. De vrouwen blijken daar wel anders in te zijn. Ontmoet ik een groepje mensen dan zijn het steeds de vrouwen die mij hun contactgegevens doorgeven, de mannen zijn veel gereserveerder. Daardoor heb ik nu veel meer Ecuadoriaanse vriendinnen dan vrienden. Het is alsof de mannen steeds heel jaloers zijn, alsof het niet normaal is om vriendschap te sluiten met een andere kerel. De mannen die ik heb leren kennen, dat ging steeds via vriendinnen die hen aan me voorstelden. Nu, ik vind dat niet erg, er zijn vele toffe madammen in dit land, maar ik vind het een beetje raar. Of zou het gewoonweg allemaal toeval geweest zijn? Ik denk het niet echt. Zoals ik al zei: mannen zijn hier jaloers en ze zien je blijkbaar eerder als een concurrent dan als iemand om vriendschap mee te sluiten. Misschien ben ik iets té algemeen in dit oordeel, maar laat ons zeggen dat het een tendens is die ik heb opgemerkt. Nog een laatste iets over dit land vooraleer over te gaan naar de foto´s. Ecuador is eigenlijk niet echt één land. Je kan het land een beetje vergelijken met ons België waarvan vaak wordt beweerd dat er een soort eenheid ontbreekt. In Ecuador is dat ook het geval, hoewel de breuklijnen anders zijn dan die bij ons. Bij ons gaat het om een taaltegenstelling, terwijl het hier om een cultuurtegenstelling gaat. (Geloof me, de cultuurtegenstellingen zijn hier véél groter dan die tussen Walen en Vlamingen!) Het is te zeggen: er is het Ecuador van de sierra en het Ecuador van de kust. Twee verschillende gebieden met verschillende karakteristieken. De serranos (bergbewoners) en de costeños (kustbewoners) zullen het zelf ook steeds zeggen: dat de cultuur van de anderen geheel verschillend is. De costeños zijn blijkbaar veel rechter voor de raap, minder respectueus en openhartiger, daar waar de serranos steeds worden voorgesteld als ingetogener, formeler en minder rechtuit. Natuurlijk, het gaat hier wederom om typevoorstellingen, maar ik denk dat er veel van aan is. Die tweedeling kust versus sierra gaat ver, tot zelfs in het journaal. Ecuador is tot nu toe het enige land waar ik geweest ben waar er in de journaals twee presentatoren zijn in twee verschillende studio´s. Beide zijn tegelijkertijd te zien. Eén persoon bevindt zich in Quito, de hoofdstad, en neemt het nieuws uit de sierra voor zijn rekening, daar waar de andere persoon zich in Guayaquil, de grootste stad van het land, bevindt en vandaaruit het nieuws uit de costa behandelt. Verleden week was ik in Quito en nu ben ik in Guayaquil en het is waar dat de twee steden een andere uitstraling hebben. Quito is cultureel, redelijk koud en administratief (de hoofdstad), Guayaquil daarentegen is commercieel, heet en kapitalistisch. Het aantal shopping malls zijn hier niet op twee handen te tellen. Guayaquil komt veel Amerikaanser over dan Quito: hoge wolkenkrabbers, brede boulvards, veel grote auto´s, overal shopping malls, grote winkelketens enzovoort. En ook hier vertalen die verschillen zich in een streven naar meer autonomie. Guayaquil staat bekend als de stad die de rest van Ecuador van zich af wil schudden. Nu, bij ons is de discussie over autonomie en onafhankelijkheid veel diepgaander dan hier, maar de tendens bestaat hier echter ook wel, zoals dat ook het geval is met Medellín in Colombia en de petroleumstaat Zulia in Venezuela. Niet voor niets zijn het steeds de rijkere, commerciële gebieden die meer autonomie willen ten opzichte van de andere landsdelen, waar hebben we dat nog gehoord?Goed, dit is het einde van mijn bericht. Het volgende bericht zal vanuit Peru of Bolivia verstuurd worden. Nieuwe landen, nieuwe avonturen. Het déjà-vugehalte dezer dagen is eveneens zeer hoog. Na zes maanden Colombia was ik triest om het land te verlaten. Dit gevoel overweegt ook nu weer. Ik had graag nog een tijd in Ecuador gebleven, en ook deze keer heeft het iets met een meisje te maken. Een aantal weken geleden leerde ik namelijk Marjory kennen, een schat van een meid uit Ambato, en hoewel we nog helemaal niet lang samen zijn, ga ik haar missen. We hebben de laatste twee weken zowat constant met elkaar doorgebracht en daardoor denk ik dat het gemis groot zal zijn wanneer ik Ecuador verlaat. Maar, ik wil verder! Ik wil verder gaan ontdekken! Nieuwe landen bezoeken, mijn reis verder zetten … en daarna? Daarna zien we elkaar dus terug! Moeke, vokke, Kris, Leen, Ellen, Jakke, Roel, Wendy, Pinkie, Joke, Tukke, Annemie, Bart, Tom, Annelies, alle andere Jakkes, Jappe, Leen, Saki, Wimpie en al de rest: ik kan al niet wachten!Info bij de foto´s. 1. Van links naar rechts: Camila, Nayelli en Eva hevig aan het kleuren.foto 0472. Myriam met haar zus en broer in haar huis: waarschijnlijk het meeste armoedige huis in het dorp.foto 1223. Diego, Alejandro (de grootste), Adrian (gele T-shirt) en Kevin (rechts in beeld) tijdens een steig potje voetbal.foto 1414. Kevin, het grappigste manneke van de school!foto 1785. Diego, het meest intelligent manneke van de school ... en tevens grappig.foto 180 6. De fysiek mindervalide Alex met mij op de foto.foto 1867. Mercedes (bovenaan) en Nayelli: twee zotte zusjes. foto 200 8. Van links naar rechts: Jessica, Myriam (bovenaan), Silvana, Nayelli, Mercedes en Cristina op weg naar huis nadat de school is afgelopen. Wat een schatjes, toch?foto 2239. Ik stel u voor van links naar rechts: Diana, ikzelf (getekend door Diana), Kevin en Marisol. foto 23410. Diego met zijn tekening: een olifant met een aap op zijn rug. Origineel, niet?foto 24011. Myriam (bovenaan) en Mercy op het dak van de school. Die Mercy, die klimt overal in, in bomen, op het basketbalbord enzovoort.foto 25912. De lieve Mary op het dak van de school.foto 26013. Luis (de grootste) en Adrian hevig aan het zandschudden. foto 28214. Van links naar rechts: Milena, Marisol, José Luis (broertje van Nayelli en Mercedes), Camila en Mercedes tijdens dat ze me ontvoerd hadden. foto 286 15. Met de kinderen op uitstap in een openluchtzwembad nabij Puyo.S630054416. Nayelli en José Luis met hun hondjes: ´Kijk, Peter, onze hondjes!´S630068217. Milena: ´Kijk, Peter, ons huisdier, un caracol!´ Een oom van haar had die meegebracht uit het Amazonegebied.S6300693 18. De twee zusjes Milena en Licette, die mentaal achtergesteld is. S630070019. Eén van mijn lievelingsfoto´s: Licette, Milena, ikzelf en de vulkaan.S630070120. Milena en Licette met bloemen nabij hun huis. S630071421. Mercy met het kindje van haar zus (die zelf nog maar achttien jaar oud is - tja, ze beginnen er hier heel vroeg aan.)S6300720 22. De Seño, de lerares, een heel aangenaam persoon, met de kinderen van de school. Deze foto werd genomen tijdens mijn laatste dag in Runtún. foto 36723. Alex, Mercedes, Luis, Mary en Cristina met hun slogan: ´Peter, no te vayas de nuestro país!´ (Peter, ga niet weg uit ons land!)foto 37024. Verveelde Belgische kindjes: neem hier een voorbeeld aan! In Runtún vervelen de kinderen zich nooit!foto 37425. Tijdens het afscheidsfeestje ...foto 28926. Dansen met de kindjes. Is er een betere manier om afscheid te nemen? foto 29427. Luis, Mary en Mercy doen een traditionele dans. foto 30128. De leerlingen van het colegio waaraan ik dus ook les gaf: van links naar rechts: Maria Fernanda, Michelle (dochter van Gustavo en Herminia), Adrian, Lucho en Alejandro. foto 312 29. Een afscheidskaartje gemaakt door Dayana. Ciao Peter (let er op hoe Peter gespeld wordt), het ga je goed ...foto 356 30. De llamas van Gustavo in nabijheid van de bungalow waarin ik woonde. foto 215 31. Enkele van de vele bloemen in de hof met zicht op de Tungurahua. foto 21832. Op de Panamericana (de weg die van Venezuela tot Argentinië gaat) tussen Riobamba en Ambato: een spectaculair zicht op de vulkaan Chimborazo, de hoogste piek uit Ecuador (boven de 6000 meter). foto 249 33. Een zicht op Runtun. foto 305 34. De school. Toen ik er aankwam was die afdakking er nog niet. foto 30835. Ik kan het niet laten: nog een keer de Tungurahua. foto 36236. De bungalow nog een keer. Vele goede herinneringen!foto 36337. Runtún en daarachter de afgrond. Waar woonde ik? Daar waar de pijl het aangeeft. S630049838. Orchideeën in de bossen boven Runtún. S630050639. Een verlaten bijenkorf in de bossen boven Runtún. S630051740. De tapir die ons verraste gevolgd door de hond van Oswaldo.S630052541. Dezelfde tapir in het bos.S630053142. Waar rook is, is vuur ...S6300694 43. Volg de pijl en je ziet in de verte ´mijn´ bungalow. S630108744. Oswaldo op een bijna verstopte steen aan de rivier in el Topo: ´Peter, hier moet je terugkomen met een grietje, hier op die steen, perfect. Hier stoort niemand je ...´foto 15945. Een typisch huis in de Oriente, zoals het Amazonegebied in Ecuador genoemd wordt.S6300579 46. Een ´armadillo´ (gordeldier), zonder kop weliswaar. Een echte lekkernij!S630058047. Oswaldo alias tarzan. Die laatste zou het in het Ecuadoriaanse Amazonegebied wel naar zijn zin hebben!S630059048. De vegetatierijke omgeving in de Oriente. S630059849. Pas op voor je vinger!S630060650. Denis en Santiago, waarvan Oswaldo nonkel is. Denis (links) wil steeds vechten met de andere kindjes en riep tegen mij altijd: ´Gringo!´ waarna ik hem vroeg waar de gringo´s vandaan komen en hij daar geen antwoord op had ...S6300639 51. Afscheidsfeestje in Baños; de ´sandwich´zoals we die zoveel gedanst hebben: van links naar rechts: Tania (uit Riobamba), ikzelf, Karla (uit Ambato), Joyce (een Braziliaanse), Paulinho (een Braziliaan) en Marjory, het meisje dat ik dus heb leren kennen. Ironisch dat ik haar leerde kennen op mijn afscheidsfeestje! Así es la vida!foto 338 52. Alexandra en Monica, twee vriendinnen uit Quito die me een keer kwamen bezoeken. Op de achtergrond zie je de kerk van Baños.S6300641 53. Van links naar rechts: Jenny (uit Ambato), Denis (een Franse maat), ikzelf, Karla, Paulinho, Gabriela (een model uit de stad Latacunga) en Diego (uit Latacunga) tijdens een feestje in de bungalow!S630043354. Met Marjory en twee honden van Gustavo en Herminia die ons gevolgd waren tijdens onze wandeling in Runtún. S630108255. Tijdens mijn dagje in Colombia drie maanden terug (wegens visaverplichtingen) bezocht ik dit klooster op enkele kilometers van de grens: Las Lajas.S6300408 56. Eén van de duizenden plaatjes nabij Las Lajas om de virgen te bedanken: Vertaling: ´Ik bedank Moeder Gods die me een gestolen auto deed terugbrengen.´ De meeste ervan gaan over de dank voor de virgencita omwille van een verbeterde gezondheid, maar deze dus niet ...S630042157. Cuy: huisdier? Neen, een lekkernij!S6300706

03:53 Gepost door Peter in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |