25-02-08

Boom, boom, boom, boom, Tungurahua in my room ...

Ik dacht: ik zal ze nog eens een bericht laten ... Neem almaar weer een diepe zucht en een goeie koffie ter hand, want ik heb weer de indruk dat het weer een lang bericht gaat worden. Ik probeer dat steeds te vermijden, maar het is sterker dan mezelf! Hier gaan we dan. In mijn laatste bericht vertelde ik jullie over het feit dat ik een vrijwilligersproject ging starten, namelijk Engels geven in Runtún, een klein dorpje in de buurt van Baños de Agua Santa, in het midden van Ecuador, tussen gebergte en Amazonewoud. Daar ben ik ondertussen meer dan een maand bezig en het bevalt me daar wel. Een rustige omgeving, veel werk met de kinderen, maar niet té veel, veel gebabbel met de locals (die vaak erg gelovig zijn) en veel genieten van de actieve vulkaan Tungurahua in de omgeving. U gaat het zien hieronder: de Tungurahua heeft me reeds meermaals met pure verstomming geblazen. Goed, eerst even wat informatie over het dorpje zelf. Runtún telt niet meer dan een hondervijftigtal inwoners. In feite is iedereen in het dorpje boer: een echt boeregat dus! Er staan heel wat serres in het dorp; sinds enkele decennia worden er vooral ´tomates de arbol´ en ´babaco´s´ geteeld in het dorpje. Dat zijn twee vruchten waarvan je heerlijke spakes kunt maken. Verder is de melk die ik er drink vers, want ze komt regelrecht van de zwart-wit gevlekte koe. De huizen staan redelijk ver uit elkaar, waardoor je vaak redelijke afstanden moet afleggen wil je naar het huis van een bepaald persoon gaan. Dit is ook meteen de charme van het dorp: Het geeft het geheel een heel rustige indruk, wat versterkt wordt door het feit dat de baan vanuit Baños er stopt, waardoor er maar amper verkeer is. Slecht twee keer per dag vertrekt er vanuit Baños een bus naar Runtun. verder is het liften geblazen. Het weggetje dat de bergen oploopt is al een spektakel op zich, met al die mooie vergezichten, maar vergeleken met de nabijgelegen vulkaan Tungurahua, is het natuurlijk kinderspel. Dát is pas een spektakel! Maar daarover verder meer. Ik ga elke dag te voet naar het schooltje, een kwartier stappen, en steeds moet ik goed oppassen dat ik niet uitschuif, want het zijn van die slijkerige, gladde paadjes die ik doormoet. Wanneer het niet regent, valt het nogal mee, maar in geval van regenval, veranderen ze in echte modderpoelen! En het toeval, of de klimaatsverandering?, wil nu eenmaal dat het juist dit jaar véél regent! In heel het land trouwens! Op dit moment is zowat de hele kuststreek overstroomd. Een echt Belgisch weertje, zou je kunnen zeggen ... Tja, zo zeggen ze in het dorp, als je verleden jaar was gekomen, had je veel beter weer gehad! In januari was het verondersteld ´zomer´ te zijn (wat neerkomt op droog weer), maar daar hebben we niet veel van gemerkt. Haast elke dag regent het wel, en soms heel fors! Waar ligt dat dan aan, vraag ik dan. ´La Niña´, het weerfenomeen dat om de zes, zeven jaar het hele klimaat lijkt te veranderen in Zuid-Amerika, is het niet, zeggen ze dan. Wat is het dan wel? ´El clima está cambiado.´, zeggen de locals dan tegen me: ´Het klimaat is veranderd.` Ook hier in Zuid-Amerika wordt tegenwoordig, elke keer dat er wat abnormaals gebeurt, gewezen op de klimaatsverandering. Ik betwijfel of dit werkelijk allemaal daarmee te maken heeft, volgens mij hebben ze hier gewoonweg een regenachtigt jaar, toegegeven, een wel érg regenachtig jaar. Om een voorbeeld te geven: in Guayaquil, de grootste stad van Ecuador, gelegen aan de kust, heeft het enkele dagen geleden in enkele uren tijd even veel geregend als in een maand normaal gezien. Elders zijn er overstromingen, dorpen afgesneden van de wereld. En het is niet de eerste keer: enkele weken geleden was het ook al prijs. Naar Cuenca gaan (een koloniale stad in het zuiden van het land) was enkele dagen geleden onmogelijk omdat er een brug was ingezakt ... door de regenval. De weg van Baños naar Ambato (de hoofdplaats van de provincie Tungurahua - genoemd naar de vulkaan) was enkele dagen geleden eveneens afgesloten omdat er rotsblokken op de weg waren terechtgekomen. Maar dat alles valt in het niets bij de situatie die de Costeños, de kustbewoners, moeten doorstaan. Nu, gisteren en vandaag was het weer veel beter dus hopelijk houden ze het hier van boven vanaf nu wat droger. Bon, Runtún en Baños zijn sowieso vochtige gebieden, want vaak komt de wind uit het oosten, uit het Amazonegebied en dat is dus vochtige wind. Dit heeft ook zo zijn voordelen: door de rijke regenval is het landschap supergroen (en dus heel mooi!) en is het goed om er aan landbouw te doen. De producten groeien gemakkelijk, er is water in overvloed. Die wind uit het oosten heeft nog een ander, niet te onderschatten voordeel: het blaast de assen die de Tungurahua sinds negen jaar constant de lucht in spuwt naar de westelijke kant van de vulkaan. Een twee-, drietal weken geleden was de vulkaan erg actief (zie verder), maar van de assen, die neervallen als een fijne stof en die niet echt goed zijn voor de gezondheid, kwam niks in Runtun of in Baños terecht, aangezien die nederzettingen op de noordoostelijke flank van de vulkaan liggen. Ik heb echter de beelden op TV gezien van de dorpen aan de westelijke kant van de vulkaan: velden die bedekt werden door een soort grijze stof, mensen die een halve meter stof van hun daken aan het vegen waren enzovoort. Gelukkig bleven we daarvan gespaard in Runtún.Nu, is die vulkaan dan niet gevaarlijk? Ik hoor het enkelen onder jullie zich al hardop afvragen. Het eerlijkste antwoord is dat niemand dat in feite kan weten. Er kan altijd iets heel ernstigs gebeuren, maar je hebt volgens mij meer kans om bijvoorbeeld op een andere plaats, bijvoorbeeld in het nabijgelegen Ambato, een serieuze aardbeving mee te maken ... Even wat informatie over de vulkaan: hij is actief sinds 1999. Voordien was hij dus NIET actief, en plots begon hij te roken en te knallen! Beeld je in wat voor paniek dat veroorzaakte. Heel Baños en omstreken werd geëvacueerd gedurende drie maanden. Na drie maanden beseften de mensen dat er in feite niet veel gebeurde, buiten dat hij assen spuwde en dat je ´s nachts af en toe lava zag aan de top, en dus forceerden ze hun weg terug naar hun woonplaats. Vele huizen waren leeggeplunderd door militairen en ander gespuis. Sindsdien is hij actief gebleven. In augustus 2006 dan was er een redelijk serieuze eruptie. Men heeft mij verteld dat er kleine steentjes op de daken van de huizen vielen. In de buurt van Baños kwam er een lavastroom naar beneden. Nu. dat is nu net hét grote voordeel van Runtún! Het is in feite een toevluchtsoord. Het ligt hoger dan Baños en dus dichter bij de top van de vulkaan, maar tussen Runtún en de vulkaan ligt er een vallei en dus kan de lava in feite nooit tot in Runtún geraken. Ook moet je weten dat de Tungurahua geen vloeibare lava spuwt. De lava die dus naar beneden stroomt, gaat niet vlug. Voeg daarbij nog een effectief detectiesysteem dat 24 uur per dag in de gaten wordt gehouden door een onderzoekscentrum in Quito en je merkt dat men hier in feite goed is voorbereid voor eventueel onheil. In Runtún word je in feite eerder geconfronteerd met de voordelen van de vulkaan dan met de nadelen. Zoals ik eerder al aanhaalde, waaien de assen meestal de andere kant op. Maar hét grootste voordeel is natuurlijk hert kunnen aanschouwen van de vulkaan zelf. Ik kan echt, vanuit de bungalow die ik mag betrekken, minutenlang naar de Tungurahua blijven kijken, verwonderd over de vormen die hij uitspuwt. In feite gaat het om een soort paddestoel die je constant ziet (wanneer het dus niet bewolkt is), een soort atoombomeffect. Echter, door de wind wordt de top van de paddestoel als het ware weggewaaid en dus ontstaan er allerlei rare vormen. Soms zie je gezichten in de wolken, of dieren ... Het is een beetje als wolken kijken, maar dan met het verschil dat de vorm van de wolk die uit de vulkaan komt veel sneller van vorm verandert. De Tungurahua is ook een echt spektakel wanneer je van Baños naar Ambato reist. Je rijdt dan via een bochtige weg langs een rivier, de Pastaza. Op die momenten valt de vulkaan nog majestueuzer uit, want de omliggende bergen zijn veel lager. Hij torent dus letterlijk boven de rest van de omliggende bergen uit. Een prachtig zicht, vooral wanneer hij dan as aan het spuwen is. Het is dus vooral genieten van de vulkaan, hoewel ik moet toegeven dat ik één keer toch wel wat schrik heb gehad. Een drietal weken geleden, juist na het beëindigen van carnaval, overnachtte ik in Baños omdat ik nogal laat aankwam en er geen vervoer meer was naar Runtún. Die nacht om half twee werd ik wakker gebeld door Herminia, de vrouw die me de bungalow in Runtún leent: ´Peter, je moet uit Baños weggaan. De mensen zijn Baños aan het verlaten.` Ik: ´Waarom? Vanwege de vulkaan?´ Zei: `Heb je dan nog niks gehoord? De vulkaan is erg acrief geworden de laatste uren.` Ik had nog niks gehoord, want ik was aan het slapen, maar toen ik de straat opging om te gaan kijken wat er allemaal gebeurde, hoorde ik de vulkaan inderdaad grommen. De hotelbaas kwam erbij staan en vertelde me dat ik geen schrik moest hebben en dat er niks zou gebeuren. De uitbarsting van 2006 was véél sterker, zo wist hij te zeggen, `tegen die uitbarsting stelt dit niks voor.´ Ik liet hem met Herminia bellen en na wat overleg besloot ik maar in Baños te blijven, want ik dacht inderdaad dat er niks zou gebeuren. En toch, tijdens het slapen, of beter gezegd: tijdens het voortdurend wakker liggen, zat ik toch steeds met de gedachte: stel nu dat er wél iets gebeurt, dan ben ik wel mooi gezien. Ik was dus toch wel een beetje bang, terwijl ik tegelijkertijd tegen mezelf zei dat er niks zou gebeuren. En er gebeurde ook effectief niks ... De vulkaan was wel heel luidruchtig, soms waren er hevige knallen te horen en de deuren van het hotel waren aan het schokkeren, een mini-aardbevinkje dus. Ik heb achteraf gehoord dat de huizen in Ambato, dat uiteindelijk ook niet zó ver van de vulkaan ligt, aan het bewegen waren. Dat is nog het gekke aan het feit: dat je in Baños of in Runtún, terwijl de vulkaan actief is, minder kans hebt op een aardbeving dan in het verderop gelegen Ambato. Volgens de locals is dat altijd zo geweest. De volgende dag besloot ik dan maar naar Runtún te gaan. Daar aangekomen begonnen de inwoners me te vragen of ik het spektakel van de vorige nacht gezien had. Wanneer ik daarop met ´nee´ antwoordde (´Ik ben in Baños gebleven´ (waar je de vulkaan, in tegenstelling tot Runtún niet ziet)), kreeg ik steevast te horen dat ik iets gemist had: ´Peter, de hele tijd ben je hier in het dorp en nu de vulkaan ons zo´n spektakel te zien gaf, heb je het niet gezien. Echt zonde!´ Ik begon mezelf al te vervloeken: Waarom ben ik in godsnaam niet naar Runtún gegaan de vorige nacht. Veiliger en een heus spektakel dat ik aan mijn neus heb laten voorbijgaan. Het was net omdat ik dacht dat er niks zou gebeuren, dat ik in Baños gebleven was. Ik had, achteraf gezien, beter wat meer schrik gehad en naar Runtún gegaan. (De vader van Herminia was naar Baños gereden en met hem had ik naar Runtún kunnen gaan.) Dan had ik me de hele nacht veilig gevoeld en dan had ik heel het spektakel gezien. Gustavo, de man van Herminia, wist me te vertellen dat ze heel de nacht, tot 6 uur ´s morgens, hadden staan kijken naar de Tungurahua. Toch zou ik alsnog geluk hebben. Net toen ik twee dagen later op de middag aan het eten was in het huis van Dayana en Camila, twee meisjes uit de school, hoorden we weer enkele forse knallen. Het toeval wilde dat we juist aan het babbelen waren over de eruptie van twee dagen ervoor (en ik wederom besefte wat ik gemist had) toen dit gebeurde. Die namiddag hielp ik Herminia en Gustavo met het bouwen van een kotje bij hun toekomstig huis terwijl de vulkaan aan het knallen was. Het was bewolkt dus we zagen de top niet, maar het was niet echt slecht weer en af en toe kwam de zon erdoor waardoor we de hoop hadden die dag en nacht weer een heus spektakel mee te maken. In de namiddag namen de knallen weer wat af, maar net toen ik wéér ging eten bij dezelfde familie, rond zes uur ´s avonds, begon hij weer! Ik snelde naar ´mijn´ bungalow en vanaf dan heb ik echt een tijdlang met mijn mond open gestaan van verbazing! Het begon te schemeren en de bewolking was weggetrokken. De assen die de vulkaan torenhoog de lucht inblies, waaiden gelukkig weer naar de westelijke kant en dat gaf een ongelooflijk mooi zicht. De ondergaande zon kleurde alles gelig-oranje en ondertussen zag je maar meer en meer assen de lucht ingeblazen worden. En knallen en grommen dat hij deed! Tegen dat het donker begon te worden, zag ik kleine zwarte bolletjes uit de vulkaan komen: rotsblokken die tegen de oranje achtergrond weggeslingerd werden! Tegen dat het dan écht donker werd, kleurden die zwarte bolletjes rood en zag ik de ene ontploffing na de andere. Echt, je gelooft je ogen niet op zo´n moment! Een rode gloed die uit de vulkaan komt, een vuurwerkspektakel is er niks tegen! Dit was, samen met het aanschouwen van een anaconda in Venezuela, zonder meer de meest ingrijpende ´natuurlijke´ ervaring uit mijn reis! Ik had totaal geen schrik, er was enkel plaats voor verbazing en verwondering, verwondering over de kracht van de natuur, over de hoeveelheid massa die de lucht in werd geworpen, over de knallen van de vulkaan, een geluid dat ik gewoonweg niet kan beschrijven. De vader van Herminia nodigde mij uit om in zijn huis te gaan slapen, omdat het zicht op de vulkaan daar nog beter is. Ik heb daar nog wat genoten van de rode gloed die uit de vulkaan kwam, van de rode strepen, de rode halve cirkels ... Echter, na een tijd begon de bewolking weer op te zetten en tegen tien uur ´s avonds werd de vulkaan stil! En tot op de dag van vandaag heb ik nog maar amper gegrom of geknal gehoord. Er rijst enkel nog as op uit de vulkaan, verder niets. Maar mensen toch, ik zal het nooit vergeten! En blij dat ik was, dat ik, na het de eerste keer gemist te hebben, toch nog zulk moois heb mogen aanschouwen. Alsof de vulkaan het me dan toch nog cadeau heeft gedaan. Blijkbaar was het twee dagen ervoor nog een stuk spectaculairder, maar ik mag niet klagen. Een ervaring die ik zeker nooit van mijn leven zal vergeten. Onbeschrijfelijk mooi!Wie vulkanische activiteit zegt, zegt ook warmwaterbronnen. Die zijn er inderdaad in Baños. Alleen al daarom in Runtún zo goed gelegen. In het weekend zak ik vaak naar Baños af en dan ga ik enkele uurtjes relaxen in die warmwaterbronnen, echt heerlijk en achteraf voel je je helemaal gereinigd. Het is geen toeval dat er relatief veel toerisme is in Baños, vanwege de ´piscinas´, maar ook vanwege andere zaken. Je kan er de baan naar Puyo nemen, een stad zestig kilometer verderop en tevens de poort tot het Amazonewoud. De weg ernaartoe slingert naar beneden via de rivier Pastaza en dat levert een hele hoop mooie zichten op: een reeks spectaculaire watervallen en meer. Bovendien verandert de omgeving snel: tegen dat je dertig, veertig kilometer weg bent, begint het een pak warmer te worden, je voelt dat je het Amazonewoud nadert. Echt een contrast met Runtún, dat tweeënhalve kilometer van Baños ligt op een hoogte van om en bij 2200 meter, wat wil zeggen dat het ´s nachts relatief koud kan worden. De koudste temperatuur die ik in ´mijn´ bungalow opmat was die van dertien graden, niet echt warm dus.Zoals ik hierboven al aangaf, woon ik in een bungalow. Die is gemaakt van hout en bevindt zich op het terrein van Herminia en Gustasvo, echt supervriendelijke mensen. Er zijn al enkele vrijwilligers vóór mij geweest in Runtún, en die verbleven steeds in die bungalow. Ze is prachtig gelegen: langs de ene kant heb je een afgrond waardoor je kijkt op een vallei en je diep in het dal het dorp Ulba ziet liggen. Langs de andere kant heb je dan de heuvel waarop Runtún gelegen is en verderop heb je de vulkaan. Ik ben echt heel blij dat ik daar mag verblijven. Het originele plan was om me een kamer in het schoolgebouw te geven, aangezien Michelle, de dochter van Herminia en Gustavo vanaf dit jaar op de middelbare school in Baños zit. Dit wil zeggen dat de gemeenschap hen niet echt de gunst kan vragen om mij te laten verblijven in hun bungalow, maar ze hebben dat zelf aangeboden! Ik mag daar dus de hele tijd gratis verblijven! Verder ga ik elke dag eten in een ander huis. Er is een systeem bedacht waarbij ik bij de ouders van de kinderen ga eten. In totaal ga ik bij zo´n tien à vijftien mensen eten. Elke dag eet ik in een ander huis: middageten en avondeten. (Het ontbijt eet ik in de bungalow.) Het is dé ideale manier om de mensen uit het dorp te leren kennen. Eveneens is het een goede manier om te zien hoe het er thuis aan toe gaat. Runtún is heel traditioneel, dat heb ik al wel gemerkt. De vrouwen koken het eten, de mannen beheren het geld. De mannen gaan de producten verkopen op de markt (wat helemaal niet de gewoonte is aangezien het in Ecuador vaak de vrouwen zijn die producten verkopen op de markt) en de vrouwen voeden de kinderen op. Heel traditioneel. Verder zijn de meeste mensen hier erg religieus. Een deel van het dorp is katholiek, een ander deel is adventistisch. Die laatsten drinken geen alcohol en dansen zelfs niet, want dansen is volgens hen duivels. Ik heb al vele discussies met hen aangegaan. Ik blijf steeds bij mijn standpunt, namelijk dat ik niet weet of er een God is of niet en dat ik niks van de Bijbel geloof, bijvoorbeeld dat ik niet geloof dat de wereld in zeven dagen geschapen is. Ik vertel hen dan dat de Bijbel voor mij een boek is dat geschreven is door mensen uit een lang vervlogen tijd en dat het een poging is om antwoorden te geven op spirituele vragen. Ik zeg hen dan verder dat ik het respecteer dat mensen geloven in wat in de Bijbel staat, maar dat de waarheid wel eens heel anders kan zijn volgens mij, dat het mogelijk isd dat er een God is die de wereld en het universum geschapen heeft, maar op een andere manier dan in de Bijbel vermeld staat. Ik ben dus vaak in dit soort discussies verwikkeld. Heel interessant, mede door het feit dat iedereen mij daar in feite wel in respecteert! Dat zeggen ze ook zelf: het belangrijkste is dat je elkaar respecteert en dat je je eigen standpunten niet oplegt aan een ander. Volgens sommigen wil God dat ook helemaal niet. Soms gaat dat verder, zoals bij de moeder van Camila en Dayana, adventiste: ´Je zal zien. Als je echt een eerlijk en goed persoon bent, dan zal God zich wel op een gegeven moment aan je openbaren.´ Waarop ik: ´Mooi dat je dat gelooft, maar ik ben daar helemaal niet van overtuigd.´ Waarmee ik het meest problemen heb, is de negatie van de evolutie. Of beter gezegd: de meesten aanvaarden wel dat de evolutieleer van Darwin steek houdt, maar dat de mensen van apen afstammen, dat kan toch niet! Ik heb inzake dit punt trouwens al vaak in discussie gelegen, en dit niet alleen met mensen van Runtún, maar eveneens met stedelijke Ecuadorianen die het maar niet kunnen aanvaarden dat mensen van apen afkomstig zijn: ´Waarom evolueerden dan niet alle apen tot mensen?´ Ikzelf probeer hen uit te leggen dat het niet is omdat de evolutieleer steek houdt, dat er geen God kan zijn. Het betekent alleen maar dat wat in de Bijbel staat, misschien niet waar is. Maar goed, de gemiddelde Ecuadoriaan is erg gelovig en kan zoiets niet aanvaarden. Maar zoals ik al heb gezegd: ze hebben wel vaak waardering voor mijn standpunt en dat is op zich al heel wat! Dat doet je zelf dan ook weer nadenken: je kan het dan niet tof vinden dat mensen zo opgaan in wat in de Bijbel staat en dus ergens oogkleppen opzetten, maar zet ik dan zelf ook geen oogkleppen op? Weet ik het dan zelf allemaal beter? Het blijft altijd een moeilijke discussie want je zit steeds verwrongen tussen het tonen van respect voor de mening van anderen en het onaanvaardbaar vinden van bepaalde zaken die religies aan mensen opleggen, bijvoorbeeld het niet mogen dansen. Misschien is het hypocriete katholieke denken, waarbij je na je zonden toch vergiffenis kan vragen, niet steeds slecht. Misschien is tot op een bepaalde hoogte hypocriet zijn wel een menselijke nood. In elk geval, ze zetten me wel aan tot nadenken, de mensen van Runtún. Nogal wat zaken zijn anders dan ik het zou willen, maar dat is nu net op reis gaan, nietwaar? De confrontatie met het andere en de verrijking die het oplevert voor jezelf. Genoeg over religie. Zoals ik al aanhaalde krijg ik gratis eten en onderdak en mijn tegenprestatie is dus het geven van Engels aan de kinderen van de lagere school van Runtún. Ik geef elke weekdag les van half twee tot vijf uur. ´s Morgens ga ik dan vaak de kinderen helpen met rekenen en zelfs met Spaans, want ze schrijven heel wat fouten. Heel mijn week zit goed gevuld, want ik moet natuurlijk ook lessen voorbereiden, verbeteren enzovoort. Elke dag heb ik een andere groep. Het grote voordeel is dus dat ik met kleine groepen kan werken, van twee tot zes kinderen. Engels geven aan kinderen van de lagere school is wel wat anders dan in de middelbare school. Je moet veel meer aan spelletjes, liedjes enzovoort denken, anders vervelen ze zich snel. Bijkomstig is vooral de uitspraak een probleem! In het Spaans zijn er enkel zuivere klinkers: a, e, i, o, u. Onze doffe ´e´ kennen ze gewoonweg niet, om nog maar te zwijgen van ´ou´, ´ei´, ´eu´ enzovoort. De Engelse ´r´ is eveneens een probleem. Soms moet ik gewoonweg met een Spaanse ´r´ spreken opdat ze zich een bepaald woord zouden herinneren, bijvoorbeeld bij een woord als ´bird´. En dan die spelling! Het Spaans is volledig fonetisch, maar het Engels dus totaal niet! Leg hen maar eens uit dat ´one´ niet als ´oonee´ maar wel als `wan´ wordt uitgeproken! Hun schriftelijke vaardigheden in het Engels zijn dan ook een regelrechte ramp! Maar goed, ze hebben wel veel zin om te leren (niet om taken te maken!) en het doet veel deugd wanneer ze op de speelplaats spontaan een liedje beginnen te zingen in het Engels dat je hen de dag ervoor hebt aangeleerd. Hun lievelingsliedje is er dan nog één dat ik zelf verzonnen heb! Je krijgt er veel van terug, van die kinderen! Wanneer ik in de school aankom, komen er steeds een paar naar me toegelopen,´Peeettteeeerrr!´ roepende. Het zijn gewoonweg heel schattige kindjes! Af en toe zijn het natuurlijk deugnietjes, maar er is werkelijk geen enkel van de eenentwintig kinderen in de school waar ik niet mee overweg kan. Veel heeft ook te maken met het feit dat ik bij hen thuis ga eten, denk ik. Dat vinden ze heel plezant: ´Peter, vandaag moet je bij ons thuis komen eten ...´ Het geeft me dan ook erg veel voldoening om er Engels te kunnen geven. Alles is natuurlijk niet perfect, maar ik kan toch wel stellen dat ik met mijn gat in een goede boter terecht ben gekomen. Springlevende kinderen, vriendelijke ouders, een prachtig gelegen bungalow te midden van de rust, de kolibri´s die steeds rond de bungalow vliegen, de groene bergachtige omgeving, de vulkaan in de buurt ... het bevalt me er wel, daar in Runtún. In het weekend ga ik dan vaak naar Baños, of naar Ambato, vijfenveertig minuten van Baños met de bus. Ik heb daar een aantal sympathieke mensen leren kennen en zie hen nu bijna elk weekend. Dat komt zo: in Riobamba leerde ik Tania kennen die me enkele keren uitnodigde in haar stad. Ook met carnaval nodigde ze me uit en drie dagen lang waren we op stap in verschillende steden en dorpen. De eerste avond gingen we uit in Riobamba zelf. De zondag van carnaval zelf gingen we dan met een groep mensen naar een dorpje dat Penipe heet. Dat was echt een grote meevaller, want hoewel ikzelf en zelfs Tania haast niemand van die groep kende, hebben we daar dik gefeest! Er was een carnavalsoptocht en vooral ook veel bier! Het was een warme, zonnige dag en iedereen was behoorlijk in de stemming! De maandag dan gingen we naar Ambato, waar ik Karla, een vriendin van Tania, en diens vrienden en vriendinnen heb leren kennen. Nu, ik hoor velen al denken: al die grieten ... wat is dat daar allemaal? Nu, met Tania is het niks geworden, hoewel ik dat wel gewild had. En dan Karla, die zie ik eerder als een vriendin, ik voel me niet echt door haar aangetrokken. Ik kom er wel heel goed mee overweg en ze wil me steeds vriendinnen van haar aan me voorstellen, waartussen er enkele prachtige dames zitten, maar tot nu toe heb ik geen geluk gehad! Verleden weekend, toen ´ze´ me bezochten en we uitgingen in Baños, dacht ik Pamela, een vriendin van haar, aan de haak te kunnen slaan. We dansten heel de avond en uit haar uitleg (´Ik ben naar hier gekomen omdat jij me uitnodigde.´ en ´Ik wil dat je dinsdag naar Ambato komt, naar het verjaardagsfeest van mijn broer.´) ... en haar houding (me vastpakken ...) kon ik wel opvatten dat ze me wel zag zitten, maar uiteindelijk gebeurde er niet echt iets. Soit, om een lang verhaal kort te maken, ´s nachts kwam haar woeste vriend haar uit haar hotel halen ... En weg was ze. Ikzelf sliep in een ander hotel. Ruben, een vriend die ook was meegekomen en die om praktische redenen in dezelfde kamer als Pamela sliep, kreeg het bijna aan de stok met hem. Het is te zeggen: die kerel wou op de vuist met Ruben, omdat hij dacht dat die aangepapt had met zijn vriendin. Nu, ik was zelf wel wat verbaasd over het feit dat ze een vriend had (dat straalde ze niet echt uit door haar gedrag) en toen ik naar haar belde de volgende dag vertelde ze me droogweg dat ze niet wilde dat ik haar belde of berichtjes liet, omdat ze anders problemen zou krijgen met haar vriend. Tja, dat ziet er daar een hele gezonde relatie uit. Karla en haar vrienden vonden het ook allemaal wat raar: ´Ze was duidelijk in je geïnteresseerd en nu kiest ze weeral voor die gast´, een gast die ze blijkbaar helemaal niet tof vinden ... Wat Karla er aan toevoegde was dan wel weer heel grappig: ´Geen nood, Peter. Het is haar probleem als ze hem boven jou verkiest. Ik heb nog vele vriendinnen. We gaan een vriendinnetje voor je zoeken.´ En dat terwijl ik dat helemaal niet gevraagd heb! Maar, we moeten eerlijk wezen, het is niet dat ik dat niet plezant vind ... We zien wel wat er gebeurt. In elk geval, wat ik al wel heb mogen merken, is dat, indien je op zoek bent naar een serieuze relatie in Ecuador, je je niet te veel illusies moet maken. Bolivar, een man uit Runtún, vader van de kinderen Christina en Silvana en een kerel die steeds over chica´s wil praten, verwoordde het zo: ´Peter, tegenwoordig, vooral in de steden, heeft het geen zin. Casi todas son jodidas (ze zijn bijna allemaal verrot). Een vriend hebben tegenwoordig betekent niks meer. Elke griet hier heeft drie of vier vrienden. Het maakt ze allemaal geen zak uit.´ Hij overdrijft waarschijnlijk wel wat, maar trouw is een concept dat hier niet echt blijkt te bestaan. Nu, in Colombia had ik ook al die indruk (hoewel ik die indruk nooit had met mijn ex-vriendinnetje, maar je bent natuurlijk nooit zeker), maar ik denk dat het in Ecuador erger gesteld is. Niet dat de mannen trouw zijn, hoor! Gewoon maar om te zeggen dat het hier langs beide kanten voorkomt, zoals overal in de wereld natuurlijk, maar ik heb de indruk dat er in België toch ietwat meer koppels zijn die werkelijk trouw zijn aan elkaar dan hier. Misschien is dat één van de redenen waarom de gemiddelde latino en latina zo jaloers is? Omdat er werkelijk reden is om jaloers te zijn? Nu, het zijn natuurlijk wel de vrouwen zelf die de dupe zijn van die algemene ontrouw, want zijn zij het niet die met de potentiële baby opgeschept zitten? En dit zowel wanneer ze zelf ontrouw zijn, als wanneer hun man ontrouw is en hen verlaat voor een andere vrouw. Maar zoals Bolivar het al zei: het is vooral een stedelijk fenomeen. In de dorpen gaat het er allemaal veel traditioneler aan toe EN iedereen wéét natuurlijk wat zijn buren doen! Er is gewoonweg veel meer sociale controle, veel meer dan dat er in een gemiddeld Belgisch dorp is, dunkt me. Het verschil tussen dorp en stad is hier gewoonweg véél groter dan bij ons! Maar zoals bij ons leeft het overgrote deel van de Ecuadoriaanse bevolking in de steden ...Ik begin zowat aan het einde van mijn tekst te komen. Ik hoop dat ik binnenkort weer eesn helemaal fit en gezond door het leven kan stappen. Net na carnaval (en dus na de vulkaan-´uitbarstingen´) ben ik ziek geworden: griep, een keel die erg veel pijn deed, mijn ledematen die pijn deden ... Ik ben er nu al een weekje van af, maar ondertussen heb ik diarree gekregen. Zelfs na medicatie is het probleem niet verholpen. Ik heb niet de hele dag diarree, het is dus draaglijk. Maar het gaat maar niet weg! Ik ga dan ook één van de volgende dagen een onderzoek laten doen met het oog op het verkrijgen van de JUISTE medicatie. Dit nadat ik terug drie maanden toegewezen krijg door de Ecuadoriaanse douane. Ik zit al sinds gisteren, zaterdag, vast aan de grens met Colombia. Ik ben hier naartoe gekomen om op een alternatieve manier mijn verblijf te verlengen. Ik had naar het immigratiekantoor van Quito kunnen gaan om mijn verblijf te verlengen. Bij binnenkomst in Ecuador word je 90 dagen toegekend. Je hebt recht op een verlenging van 90 dagen. Echter, dat kantoor is enkel open op weekdagen en soms neemt het enkele dagen in beslag. Om alle bureaucratische rommel uit de weg te gaan wilde ik het dus op een alternatieve manier regelen. Ik wilde één dag in Colombia doorbrengen om dan naar Ecuador terug te keren en zo direct opnieuw 90 dagen toegekend te krijgen. Nu, het blijkt hier wel degelijk om 90 dagen te gaan! In Colombia kreeg ik steeds 60 dagen toegekend, maar het ging in feite om twee maanden (en sommige maanden hebben eenendertig dagen dus blijf je in feite een dag of twee dagen te lang). geen probleem. Ik had gedacht dat dat in Ecuador hetzelfde ging zijn of dat ik in elk geval zou kunnen uitleggen dat ik als vrijwilliger werk en dat ik in de week niet naar Quito kan gaan, dat ze me slecht hadden geïnformeerd in het stadhuis van Baños, en dat ik daarom twee dagen te laat was. Maar nee, boete! Ik ben vandaag teruggegaan om het nog eens te proberen, maar de douanier was al even formeel: ´Je moet boete betalen.` Praten hielp niks! Ik heb blijkbaar mijn overtuigingskracht iets te hoog ingeschat, ofwel de wil tot onderhandelen vanwege de douaniers. Ik vroeg hen of er geen ´andere manier´ was om het op te lossen, maar die bleek er niet te zijn: ´Je zit in de computer. Wij kunnen dat niet veranderen. Je moet boete betalen.` En dus moet ik hier blijven tot morgenvroeg, maandagmorgen, om in de Banco Pichincha een boete van 200 dollar te betalen. Eigen schuld natuurlijk. Ik wilde niet in de week gaan, omdat de leerlingen anders geen les zouden hebben men dus ben ik nu nte laat en zit ik nu met die boete opgeschept. Ik ben er te snel van uitgegaan dat het in Ecuador wel zoals in Colombia zou zijn, dat 90 dagen drie maanden zou betekenen (in dat geval was ik wel op tijd geweest), maar noppes, nougabollen. 90 dagen zijn 90 dagen: dat is wat de computer zegt en tegen de informatica heb ik natuurlijk geen verhaal. Daarbij komt dan nog eens dat de douaniers niet tot onderhandelen bereid waren. Ik heb de indruk dat ze stevig gecontroleerd worden. Tja, volgende keer wat meer opletten en zien dat me dit niet meer overkomt. Want, hoewel iedereen wel eens zo´n stoot uithaalt, zit je natuurlijk ook te denken aan het feit dat je met die 200 dollar heel wat had kunnen doen. Maar dat zijn dus vijgen na Pasen. Morgen betalen, naar Colombia en disndag terugkeren. Snel vergeten en aan andere zaken denken. Zo, hier sluit ik mee af. Natuurlijk volgen hieronder nog een reeks foto´s zoals altijd. Vele groeten aan iedereen en laat iets van u weten. Ciao, pesca´o!Enkele foto´s van langer geleden (de eerste acht foto´s).1. Cypressenkunst in het kerkhof van Tulcán waar voor de rest niks te zien is.DSCN3601 2. San Lorenzo aan de Ecuadoriaanse kust: paalwoningen, veel armoe.DSCN3606 3. Ricaurte, een dorp in de buurt van San Lorenzo.DSCN36144. Enkele kinderen in het dorp Calderón, niet ver van San Lorenzo. De ganse bevolking is er zwart.DSCN36215. Een aangespoelde vis op het strand van Mompiche.DSCN36276. Een palmenwoud in Portete, in de buurt van Mompiche.DSCN36417. Met Mateo, een kerel die in het hotel / de camping werkte waar ik verbleef in Mompiche. De twee kindjes zijn de dochters van de eigenaar. DSCN36578. Met Tania en een vriend van haar in de warmwaterbronnen van Guayabamba, niet die van Baños!S6300114 9. De bungalow in Runtún waarin ik leef en zijn omgeving. S630016310. De bungalow by day.S630012711. De bungalow by night.S630012012. De keuken.S630012213. Het bed.S630012414. In de omgeving van de bungalow: de lama´s van Gustavo.S630012915. Een zicht op enkele serres van Runtún; beneden diep weggedoken in de vallei ligt Baños.S630016416. Baños gezien vanop het wandelpaadje dat vanuit Runtún naar Baños loopt. S630018117. De kinderen van het schooltje met leraar Enrique.S630016518. Het klasje van het tweede leerjaar, de leerlingen zijn gedwee aan het tellen. (eerste leerjaar bij ons - hun eerste leerjaar is bij ons het vierde kleuterklasje - je moet dus in feite steeds een jaar aftrekken).S630016719. Het tweede leerjaar: een glimlach van Eva en de rest in actie. S630016820. Vier vrolijke snuiters uit het tweede jaar: van links naar rechts: Marisol, Paola, Camila en Jessica. S630017121. De meisjes van het vierde leerjaar en in de achtergrond Luis van het zevende en de leerlingen van het vijfde leerjaar. S630017222. Links Licette (die mentaal achtergesteld is - 4de jaar), Dayana, Myriam en deugniet Adrian (allen van het 5de jaar). Je ziet ook Luis van het zevende jaar. S630017423. De meisjes van het vierde leerjaar: Christina (met het blauwe T-shirt - het baasje van de groep), ernaast Mercy (een meisje met een karaktertje), Mercedes (wit hemd - een zotte mie) en Mary (een rustig type). Je ziet ook de mentaal achtergestelde Licette die mij en leraar Enrique streeds met `papi` aanspreekt. S630017624. Alex van het zevende jaar: in een rolstoel maar best een intelligent baasje. S630013925. De vrijdag voor carnaval. Lerares Mariana (op de achtergrond) staat te grinniken nadat ze leraar Enrique heeft natgemaakt tot groot jolijt van de kinderen. Mij heeft ze niet nat gemaakt. Zou ze niet gedurfd hebben?S6300177 26. Carnaval in Penipe: de stieren worden losgelaten. Gelukkig vielen er geen slachtoffers. S630020927. Carnaval in Penipe: bier, whisky, water, schuim ern veel zon! De tweede persoon van rechts is Tania. S630020528. Vrolijke vrienden, dat zijn wij! De grieten konden trouwens enkele woordjes Frans: ´Voulez-vous coucher avec moi ce soir?´, waarna geschater. Zat, zatter, zatst. S6300225 29. Carnaval in Ambato, vooraleer we vertrokken thuis bij Tirso en Karla (broer en zus): van links naar rechts: Tirso (de zotte broer van Karla die nu in Spanje zit), Karla zelf (derde van links), mijn Franse maat Marco en Tania, ikke en boven rechts Ruben, de grootste Ecuadoriaan die ik ken (even groot als mij).P1020072 30. Feest in Ambato: ikzelf met Karla (roze blouse) en haar twee nichten uit Guayaquil: Maritza (met wit hemd) en haar zus (naam vergeten - tussen mij en Karla geprangd).P1020091 31. Party going on!SD53182432. Runtún: Het kotje dat Gustavo, Herminia, Michelle en ik bouwden terwijl de vulkaan Tungurahua begon te knallen op de achtergrond. In minder dan twee uur hebben we dat daar weggezet!S630026433. Ik stel u voor: de rokende vulkaan en ikzelf!S630015234. De Tungurahua bij zonsondergang: één en al mysterie. S6300142 35. Geniet. S630014636. Geniet, deel twee.S6300154 37. De dag waarop ik in Runtún was en de Tungurahua hevig begon te knallen: het spektakel begint!S630026938. Het begint lichtjes te schemeren. S630027739. De rookkolom van dichterbij bekeken. S630028040. Iets later. S630028241. Nogmaals de rookkolom. S630028342. Erg mooi op foto, onbeschrijfelijk mooi in realiteit!S630028643. Nog wat later: de rode gloed wordt zichtbaar. S630029044. Ingezoomd op de rode gloed. S630029345. De Tungurahua bij nachte ...S630029746. De gevolgen van de eruptie uit 2006: de grijze stenen die je ziet is de lava van toen. In een anderhalf jaar tijd heeft de rivier al een dalletje uitgesneden. S6300308 47. De vader van Herminia die me meenam naar deze plek en kurkdroog zei: ´Aqui había una casa, pero ya no.´ (Hier stond een huis, maar nu niet meer.) Het gaat om een huis in de buurt van Baños dat in 2006 bedolven werd onder de lava. S6300309

00:42 Gepost door Peter in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |