13-01-08

Cuicocha, Cotopaxi, Chimborazo en af en toe een chuchaqui ...

Het eerste bericht in 2008 dat hopelijk voor éénieder van jullie een zalig jaar mag worden. Ik begin deze tekst te typen op 10 januari, juist één jaar na mijn vertek. Soms sta ik er zelf van verbaasd dat het allemaal zo snel gaat. Ik ben nog maar in drie landen geweest op deze reis (als ik dan drie dagen Brazilië niet meetel). Ik kom zelden reizigers tegen die tegen een danig traag tempo reizen. Overlaatst kwam ik in Quito, de Ecuadoriaanse hoofdstad, een Engelsman tegen die sinds februari op reis is en die reeds India, Nepal, Zuid-Oost-Azië, Noord-Amerika, Centraal-Amerika en een deel van Zuid-Amerika afgereist heeft. En ik? Venezuela, Colombia en nu dus Ecuador. Maar goed, ieder zijn eigen stijl. Ik zou echt niet zijn reis willen ondernemen. Het is te zeggen: ik zou ze wel willen ondernemen, maar niet in tien maanden. Want dat is: vliegtuig uit, enkele dagen rondhangen, vliegtuig in, uitstappen, één dagje hier, twee dagjes daar, vliegtuig in. De kerel had al negentien vluchten genomen tijdens zijn reis. Dan houd ik het liever bij mijn slakkegangetje. En Ecuador, daar blijf ik normaal gezien nog wel een tijdje, want maandag de veertiende begin ik in het kleine dorpje Runtún, nabij Baños, een plezant stadje dat de overgang vormt tussen Andesgebergte en Amazonewoud, een vrijwilligersproject. Ik ga er Engels geven aan lagere schoolkinderen. Er zijn slechts eenentwintig kinderen in de school. Daardoor kan ik met kleine groepjes werken, wat het rendement zou moeten verhogen. Die lessen zouden plaatsvinden in de namiddag. De bedoeling is dat ik in de morgen de twee leraars die het schooltje telt, help met de rekenlessen, taallessen enzovoort. Ik ben van plan om er drie maanden te verblijven, erop hopende dat mijn hulp zichtbaar, tastbaar zal zijn. Hier in Ecuador zijn er erg veel mogelijkheden om te werken als vrijwilliger. Echter, vele van de programma´s duren maar enkele weken. Ik vraag me soms af wat je kan veranderen op twee, drie weken. Vaak zijn die programma´s meer een mengeling van (ecologisch) toerisme en vrijwilligerswerk en word je geld gevraagd voor je verblijf. Vaak ligt die maandelijkse steun ergens tussen de 200 en 400 ... dollar. Jawel, in Ecuador betalen ze sinds 2000 met American dollars. De nationale munt, de Sucre, was zodanig gedevalueerd dat men toendertijd maar meteen heeft besloten de nationale munt af te schaffen en over te stappen op de dollar. Eigenlijk niet zo gek gedacht: de dollar is minder sterk dan voordien, maar is in elk geval minder onderhevig aan grote koerswisselingen dan vele Zuid-Amerikaanse munten. In Europa kennen we trouwens eveneens het fenomeen van landen zonder nationale munteenheid. Ga je bijvoorbeeld vandaag in Bosnië of in Montenegro op reis, dan betaal je ... jawel, met euro´s. Goed, terug naar het vrijwilligersproject. Ik heb de laatste tijd heel wat afgezocht om een goed project te vinden en enkele spraken me erg aan, maar steeds werd er geld van je gevraagd. Nu, als dat goed besteed wordt, heb ik daar niet zo´n groot probleem mee. Echter, wanneer weet je dat iets goed wordt besteed? Vrijwilligerswerk uitvoeren en tegelijkertijd betalen: ik heb daar een slechte ervaring mee. Op mijn vorige grote reis werkten Tom Vandenberghe en ik in Nepal in twee verschillende schooltjes. We moesten voor een project van drie maanden 1000 euro betalen. Wat kwam daar uiteindelijk van in de schooltjes terecht? Noppes, nougabollen. Sindsdien heb ik tegen mezelf gezegd: vrijwilligerswerk OK, betalen, no way! Of het moet een beetje geld zijn voor onderdak en eten, daar kan ik inkomen. Bon, tijdens het zoeken vertelde een hoteluitbater in het plaatsje Baños, waar ik op dat moment verbleef, dat ik zeker wel in een schooltje in de buurt aan de slag kon. Nog geen twee uur later zat ik aan de tafel met één van de leerkrachten. Ik zou Engels kunnen geven en hen kunnen helpen. Als tegenprestatie zou ik gratis onderdak en gratis eten krijgen in het dorpje. De volgende dag ging ik kijken en een uur later zat ik al volop mee te helpen in de twee klasjes. De kinderen leken me gemotiveerd, spontaan en vriendelijk en dus was het snel besloten. Zodus begin ik volgende maandag met mijn project. Ik zal dus de hele week in dat boerengat blijven. Gelukkig is het niet ver van Baños, waar ik in het weekend naartoe kan. Baños ligt op 1800 meter hoogte (het dorpje op 2600 meter) en heeft daardoor een heel aangenaam klimaat. Baños is dé ideale plek om te genieten en te relaxen. Er zijn een viertal warmwaterbronnen, er zijn enkele goede cafés, de omgeving is prachtig en er is een actieve volkaan (de Tungurahua) die overdag om de paar minuten assen de hemel inspuwt. ´s Nachts kun je hem, als het niet overtrokken is, lava zien spuwen! Verder is er de mogelijkheid om een fietstocht te ondernemen naar Puyo, een stad zestig kilometer verderop in het Amazonegebied, een tocht tijdens dewelke je de vegetatie ziet veranderen, om nog maar te zwijgen over de spectaculaiure watervallen die je onderweg ziet. Baños ligt trouwens vlakbij dat Amazonegebied (Puyo is nog geen anderhalf uur bussen) én vlakbij de bergen. En zelfs Quito ligt slechts drie en een half uur weg met de bus. Met andere woorden, in de week zit ik daar in dat dorpje waar je steeds een zicht hebt op de volkaan - als het niet bewolkt is natuurlijk - en waar je hem voortdurend kan horen grommen. In het weekend zijn er een hele reeks zaken te bezoeken, dus ik zie het allemaal goed zitten. Genoeg over het vrijwilligersproject. Even een kort overzichtje van wat ik de voorbije anderhalve maand in Ecuador heb gedaan. Vooreerst ben ik twee dagen in het grensstadje Tulcán gebleven, waar ik even moest aanpassen aan de nieuwe sfeer die ik ontdekte, aan een nieuw land. Na een half jaar Colombia, leek alles ineens anders. De mensen kwamen mij een beetje koeltjes over. Werkelijk alle mensen die tijdens die dagen met mij een gesprekje aanknoopten, bleken in Ecuador wonende Colombianen te zijn, waardoor ik nog wat melancholischer werd. Echter, die melancholie maakte al snel plaats voor ontdekkingsdrang. Ik nam een bus naar San Lorenzo, een stadje aan de Ecuadoriaanse kust en eveneens vlakbij Colombia. Daar was alles zo anders: haast uitsluitend paalwoningen in het mangrovewoud, iedereen zwart, gelach en gegrap op de straat, supervriendelijke mensen die me overal voorthielpen, veel armoede maar nog meer vreugde, kinderen die onophoudelijk voetbalden ... Blijkbaar was dat ook een deel van Ecuador. Na een tussenstop in Mompiche, een superchill dorp aan het strand, keerde ik terug naar de bergen, naar Quito, de hoofdstad. Het waren er feria´s en dus stond de hele stad op zijn kop. Quito heeft een prachtig koloniaal centrum (Unesco Werelderfgoed), goeie bars en disco´s om uit te gaan en het gringohotel Centro del Mundo, dat op zich al een heus feest is (zie verder). In Quito ben ik tot nu toe drie keer geweest. Mijn verblijven aldaar werden afgewisseld met uitstappen en trektochten naar volkanen, turkoois gekleurde vulkanische meren en fantastische canyonachtige bergstreken die ik samen met mijn Franse maat Damien en de Québecqois Pascal ondernam. Vlak voor nieuwjaar kwam ik dan in Baños terecht en daar ben ik wat blijven rondhangen. En daar zal ik dus de volgende weken steeds zijn, althans in Runtún. De melancholie die ik in de begindagen van mijn tocht door Ecuador voelde, is ondertussen helemaal weggeëbd. Colombia zal waarschijnlijk wel mijn favoriet land van deze reis blijven, maar ook Ecuador bevalt mij ten zeerste. In feite vind ik het land veel toffer dan wat ik er van verwacht had. Niet dat ik had gedacht dat het in Ecuador zou tegenvallen. Ik had eigenlijk helemaal géén verwachtingen omtrent dit land. Maar, na een anderhalve maand begin ik me hier al goed thuis te voelen en begin ik een soort ontzag te krijgen voor dit ´kleine land´ (zo wordt altijd beweerd hoewel het toch acht of negen keer groter is dan België). Ecuador is een land dat, ondanks zijn kleine oppervlakte, zoveel te bieden heeft. Ik sta er echt van versteld! Ik kende het Andesgebergte al in Colombia, maar in Ecuador heeft die iets heel speciaals. Je kan geen twee uren met de bus rijden over de Panamericana, de hoofdbaan die Ecuador van noord naar zuid doorkruist en die trouwens gaat van Venezuela tot Chili (als ik me niet vergis), of je ziet ergens, links of rechts, een machtige, besneeuwde vulkaan. Die hebben trouwens prachtige namen, zoals de Imbabura (die ik beklommen heb - is echter niet besneeuwd), de Cotopaxi, de Sangay of de Chimborazo (die de hoogte is - 6300 meter hoogte). Enkele van die vulkanen zijn nog actief, zoals de Tungurahua, die ik in de volgende weken nog genoeg zal leren kennen. Het loont echt de moeite om met de mensen van Baños te spreken over de Tungurahua. In 1999 werd het hele stadje ontruimd omdat het gevaar te groot geworden was; drie maanden later keerden de mensen terug. Ze forceerden een blokkade van het leger (want eigenlijk mochten ze nog niet terug) en zagen dat hun huizen leeggeroofd waren door militairen. ´Het leger zorgt voor stabiliteit in het land´. Yeah, sure ... In 2006 was er een nieuwe eruptie. De lava kwam tot aan de eerste huizen. De inwoners hebben echter geen schrik van de vulkaan. Ze hebben er mee leren leven. Ze weten dat de aanwezigheid van de vulkaan altijd een risico inhoudt, maar de lava is niet erg vloeibaar en daarom hebben ze altijd genoeg tijd om weg te vluchten. De lava komt slechts enkele honderden meters per uur vooruit. Bovendien liggen noch Baños noch Runtún vlak aan de vulkaan. Er is genoeg afstand. Heb ik dan helemaal geen schrik om drie maanden zo dicht bij een vulkaan te verblijven? Ergens zit het wel in mijn kopke natuurlijk, maar ik ga af op de ervaring van de locals die er al generaties lang wonen. Zij zullen me wel laten weten wanneer de situatie gevaarlijk wordt, zeker? Die vulkanen, waaronder actieve, fascineren me wel. Tja, men zoekt wat men niet kent, natuurlijk. Wat heeft Ecuador nog allemaal te bieden? Er zijn natuurlijk de vermaarde Galápagoseilanden, zo´n duizend kilometer ten westen van het land, pal op de evenaar. Ik heb enkele mensen ontmoet die de eilanden bezocht hebben en allen waren ze er laaiend enthousiast over. Het spreekt natuurlijk tot ieders verbeelding: die Galápagosschildpadden, dolfijnen, troggen, rotskusten vol iguana´s en wat allemaal nog meer. Echter, het prijskaartje mag er ook zijn. Minder dan 1000 dollar voor vijf dagen verblijf moet je niet rekenen. Voor mij is dat op het moment iets te veel van het goede en dus zal ik het voor mij moeten laten voorbijgaan. Met diezelfde 1000 dollar kan ik namelijk twee tot drie maanden reizen. Het hangt van je prioriteiten af natuurlijk. Verder zijn er enkele mooie kustplaatsjes met dito stranden, hoewel die voor mij tot nu toe wel moeten onderdoen voor de prachtige stranden van de Colombiaanse en Venezolaanse Caraïbische kust. Aan de oostkant van de Andes heb je dan het Amazonegebied waar ik nog maar heel kort geweest ben (wie weet misschien later nog?). Het Amazonewoud, ook dat spreekt natuurlijk tot ieders verbeelding, dat onmetelijke, ondoordringbare, fauna- en florarijke bos ... Dat moet een bezoek wel waard zijn! Echter, budgetreizen in het Amazonewoud is niet zo evident. Nogal wat plaatsen zijn enkel met vliegtuig bereikbaar en je bent in vele gevallen verplicht een gids te nemen, want alleen de jungle ingaan is zowat zelfmoord. Die gidsen kosten dan weer veel geld, dus het is niet zo evident. Mijn plan is om later nog naar Peru en Bolivia te gaan. Daar zou dat wél mogelijk moeten zijn, gezien de goedkoopheid van vooral dat laatste land. Voor het eerst zal mijn bezoek aan het Amazonegebied beperkt blijven tot bezoekjes aan de rand ervan. Vervolgens: de Ecuadoriaanse steden. Vooral de steden gelegen in het Andesgebergte, zijn vaak echt een bezoek waard. Je ziet er vaak nog heel wat overblijfselen van de koloniale periode. Ik heb het al gehad over het centrum van Quito, maar er zijn ook steden zoals Ibarra, Riobamba en - naar het schijnt - Cuenca die het bezoek waard zijn. Ze worden er steeds mooier op: in Venezuela waren het overgrote deel van de steden gewoonweg verschrikkelijk lelijk, in Colombia waren er al enkele erg de moeite, en hier zijn ze gewoonweg nog mooier, hoewel dat natuurlijk ook weer niet voor álle steden opgaat. Guayaquil bijoorbeeld, Ecuadors grootste stad (maar niet de hoofdstad dus), stelt naar het schijnt niet al te veel voor. Goed, ik ben er nog niet geweest, maar ik heb nog niemand horen vertellen dat het de moeite was, integendeel zelfs.Ik heb hierboven al aangestipt dat de Ecuadorianen uit de grensstad Tulcán me nogal koeltjes overkwamen. Echter, na een anderhalve maand is dat beeld scherp bijgesteld. In het algemeen zijn Ecuadorianen, net als de Colombianen, heel aangenaam in de omgang. Die laatsten zijn misschien iets opener en socialer. In Colombia word je gemakkelijker uit het niets aangesproken dan hier, maar dat wil ook weer niet zeggen dat het moeilijk is om hier contact te leggen. In vergelijking met ons Belgenlandje valt dat uiteindelijk héééél goed mee. Ecuadorianen zijn verder best wel hulpvaardig. Ik heb dat de laatste dagen op een heel concrete manier meegemaakt. Omdat ik volgende week begin met mijn Engelse lessen, was ik naar Riobamba gegaan, een stad in de buurt van Baños. Ik ben hier nog steeds en ben naar de lerarenopleiding van de Universidad Nacional del Chimborazo gegaan om er te vragen of ze me niet konden helpen met wat materiaal, want het schooltje waar ik ga werken beschikt niet echt over veel. Direct werd ik geholpen door drie studentes die me aanmaanden mee naar het huis te gaan van één van hen waar ze me een hoop materiaal gaven. Ik heb dan vandaag met de professor Engels van hen gesproken en straks, om zeven uur, word ik bij haar thuis verwacht waar ze me zal verder helpen met nog meer materiaal. Ongelooflijk. Toen ik de professor zei dat ik haar hulp echt wel op prijs stelde, vertelde ze me: (we spraken in het Engels zoals dat leraren Engels hoort natuurlijk): ´Don´t worry, this is Ecuador. I lived three years in the States (Las Vegas) and the people over there don´t help you with anything at all. Ecuador is different. Me, I just want to stay here, man.´ Hulpvaardig, dat zijn ze blijkbaar wel. Soms komt dat zo niet over, want de Ecuadoriaan is vaak ook nogal laks. Om een voorbeeld te geven: het is me al verschillende keren voorgevallen dat ik ergens moest afstappen en mijn stop miste zodat ik pas in het volgende dorp werd afgezet. Telkens had ik op voorhand gevraagd of ze me konden verwittigen aangezien ik de streek niet kende. Twee keer heb ik het ze zelfs tot twee keer toe gevraagd en toch vergaten ze gewoonweg dat je op die bepaalde plaats moest afstappen. In zes maanden Colombia is me dat werkelijk nooit, maar dan ook nooit gebeurd. Daar gaat het zo: vanaf dat je aan de buschauffeur vraagt om je op een bepaalde plaats af te zetten, gaan de mensen in de bus je op tijd zeggen wanneer je je moet klaarhouden. Vaak zegt de buschauffeur je helemaal niks, omdat drie of vier mensen in de bus je al lang hebben gezegd dat je op die bepaalde plek moet afstappen. In Ecuador is dit niet zo. Ik ben er zeker van dat er vaak mensen aanwezig waren die wisten dat ik moest afstappen, maar die toch niks zeiden. Ik denk dat het met een soort gêne te maken heeft. Of met laksheid tout court? Die laskheid vertaalt zich evenzeer op andere, heel concrete manieren. Vraag je iemand de weg, dan is die altijd rechtdoor. ´Is er hier een bakkerij in de buurt?´wordt steevast beantwoord met ´Aqui, al lado, nada más.´ (Hiernaast, niets meer.) In de realiteit blijkt die dan drie-, vierhonderd meter ver weg te zijn. Ben je aan het wandelen en vraag je iemand hoe ver het nog is tot je eindbestemming, dan luidt het antwoord ´tien minuten´. Primo, ze bedoelen ´een tijdje´. Secundo, ze hebben het in feite over het aantal minuten PER AUTO. En dat wanneer ze je met wandelschoenen en met een rugzak gepakt zien voorbijwandelen. In feite moet je gewoonweg nooit vragen hoe ver het nog is. Ik ben daar al mee gestopt. Het heeft toch geen zin. Eergisteren sprak ik met één van de studentes af om half vier aan de universiteit te zijn om de professor in kwestie te bezoeken. Ik vroeg al grappend: ´Europese tijd of Ecuadoriaanse tijd.´ waarop ze ´Europese tijd´antwoordde, met de bedoeling om te laten zien dat niet alle Ecuadorianen altijd te laat zijn. Toch was het half vijf eer ik haar ontmoette. Een Colombiaan in Quito heeft me eens grappend uitgelegd wat Ecuadoriaanse uitdrukkingen in verband met tijd in werkelijkheid betekenen. ´Estoy llegando.´ (Ik kom aan.) wilde volgens hem zeggen dat ze net hun huis gingen verlaten. ´Estoy saliendo.´ (Ik vertek net.) betekende dan weer dat je ze wakker had gebeld. Na een tijd lagen we allemaal plat van het lachen, vooral dan omdat je beseft dat de man gewoonweg gelijk heeft. Ik heb jullie al in een eerder bericht geïnformeerd over het feit dat er in Colombia verschillende culturen bestaan naargelang de plek waar je je bevindt. In Ecuador is dat in feite niet anders. Mijn verblijf aan het noordelijke kustgebied deed me haast denken dat ik in Afrika was terechtgekomen, daar waar Tulcán overkwam als een stadje met een ietwat gesloten, sombere bevolking. Quito is dan weer heel westers. Niet de hele stad trouwens, want vooral in het zuidelijke, armere deel van de stad leven kichwa-gemeenschappen, indianen die er een eigen cultuur op nahouden, hoewel hun cultuur steeds meer onder druk staat. De rest van Quito is in feite als eender welke andere grote stad: shopping malls, disco´s, bars, veel verkeer enzovoort. Ga je dan weer de bergen in, dan kom je bij Kichwa-gemeenschappen uit. Vooral de vrouwen lopen vaak nog in traditionele klederdracht rond en ze spreken vaak geen perfect Spaans. Voor hen is het evenzeer een vreemde taal. Echter, je leert wat Kichwa-woordjes en probeert hen een goeiedag te zeggen in hun taal, en ze zullen je in haast honderd procent van de gevallen in het Spaans beantwoorden. Alsof ze hun eigen taal niet willen spreken. Ik heb mij laten vertellen dat de Kichwa´s zich vaak schamen voor hun eigen taal, alsof die minderwaardig is ten opzichte van het Spaans. Een beetje zoals de Vlamingen in het Belgische verleden? Foto´s van hen nemen doe ik niet zo snel, want ze denken dat je door een foto te nemen hun ziel steelt. Bovendien heb ik geen zin om hen te behandelen alsof ze dieren in een zoo zijn. Dat getuigt van nogal weinig respect. En ook het toerisme met onwetende westerlingen heeft hier duidelijk consequenties gehad. Tijdens onze wandeling in de streek van Quilotoa (prachtige streek trouwens) kwamen we voortdurend indianen tegen die ons een aalmoes vroegen ´para Navidad´(voor Kerstmis). Ga je naar het Amazonegebied, dan kom je andere indianenstammen tegen, ten minste als je echt de grote rivieren verlaat en het gebied werkelijk binnentrekt. Net zoals Colombia is Ecuador een mengelmoes van etnieën en culturen. Er wordt wel eens gezegd dat het land heel verdeeld is, want de mestiezen (mengeling van blank en indiaan) en de indianen kunnen het vaak helemaal niet goed vinden met elkaar. Wat Ecuador wel anders maakt dan Colombia bijvoorbeeld, is de veel grotere aanwezigheid van puur pre-Colombiaans bloed. In Colombia maken indianenstammen slechts 1 procent van de bevolking uit, in Ecuador maar liefst 25 procent. En des te meer je naar het zuiden gaat, des te groter het aandeel indianen wordt: in Peru 40 procent en in Bolivia maar liefst 60 procent, of meer dan de helft van de bevolking. Tussen de verschillende etnieën bestaat, net als in Colombia, een verschil in sociaal-economische situatie. Aan de top staan de stedelijke blanken en mestiezen. Vervolgens is er een groep van armere mestiezen. De zwarte kustbevolking en de indianen behoren duidelijk tot de armste segmenten van de Ecuadoriaanse bevolking. Zo is de tegenstelling tussen rijk en arm tegelijkertijd in belangrijke mate een rassentegenstelling, zonder daarmee te willen zeggen dat sociale upgrading voor bijvoorbeeld indianen in Ecuador onmogelijk is. Ik teken de situatie alleen maar in grote lijnen neer. Heb ik het al over het culinaire aspect van mijn verblijf in Ecuador gehad? Nee, waarschijnlijk niet. Dit is in feite niet verwonderlijk, want de Ecuadoriaanse keuken is nu niet meteen om over naar huis te schrijven. Een normale maaltijd bestaat uit een soep (vaak kippensoep of groentensoep met bonen) of uit een ´crema´ (een meer romige soep), die wordt opgevolgd door de ´secundo´ of ´seco´, het tweede deel van de maaltijd of het ´droge´. De soep is vaak lekkerder en voedzamer dan wat er volgt. Meestal is dat witte rijst met een lapje vlees of kip, een schijfje tomaat, een blaadje salade en dan heb je het zowat gehad. Vaak ga ik vooraleer te gaan eten, een avocado kopen om het groentenaspect van de maaltijd iets meer te accentueren. De maaltijd wordt wel opgevrolijkt door een ´jugo natural´, een vers vruchtensapke, maar die zijn dan weer vaak te sterk aangelengd met water en soms zijn ze zelfs vervangen door cola. Aan de kust is het eten vaak wel iets beter. Vlees wordt daar vaker vervangen dor verse vis, scampi´s of andere zeevruchten. Ik eet ondertussen al een hele tijd terug vlees omdat vegetariër zijn in Zuid-Amerika niet altijd vanzelfsprekend is, maar ik moet zeggen zoals het is: ik ben nog altijd geen grote vleesfan. Ik vermijd het nog steeds zoveel mogelijk. Groenten en fruit genieten bij mij nog steeds de volle voorkeur en vooral die groenten mis ik in de Ecuadoriaanse keuken. Wat dan, culinair gezien, wel weer een voordeel is, is dat er tegenwoordig, naast de Nederlanders :-), overal in de wereld Chinezen zijn. In elk Ecuadoriaans dorp van enige betekenis is wel een chifa te vinden, zoals een Chinees restaurant hier wordt genoemd. Zoals iedereen wel zal weten, zijn Chinese koks niet vies van groenten en dus kan ik bij hen de nodige portie ophalen. Ofwel kook ik zelf natuurlijk. Qua drank valt het dan weer wel mee. Er zijn vooreerst genoeg jugos naturales van welke tropische fruitsoort dan ook. Verder heb ik hier het beste bier geproefd dat ik tot nu toe in Zuid-Amerika ben tegengekomen. Het heet Pilsener en valt best te smaken. Meer zelfs: het is lekker! En ze worden in flessen van 75 centiliter verkocht. Meestal kosten ze één dollar, wat maakt dat het eerder aan de goedkope kant is. Verder heb ik in Baños guarapo geproefd en die was okee, maar minder goed dan in Colombia. En natuurlijk is er ook chicha (gefermenteerde drank op basis van maïs) en zelfgestookte aguardiente, maar daar begin ik niet aan want dat zaakje valt niet te vertrouwen. Volgens de Ecuadorianen is het trouwens best daar af te blijven ´wat je wordt er blind en zot van´. Aguardiente en rum wordt natuurlijk ook industrieel gefabriceerd en die is echt spot-, maar dan ook echt spotgoedkoop! De goedkoopste flessen rum van een liter kosten slechts 1,5 dollar. In Colombia waren er dat 10! Toegegeven, de kwaliteit is er veel beter, maar om te zeggen dat die flessen rum van 1,5 dollar echt slecht zijn, is ook weer overdreven. In het algemeen vallen ze wel mee. ´En op politiek vlak, valt dat daar zo nogal mee?´, hoor ik enkelen onder jullie al vragen. Ik weet het niet echt. Sinds begin 2007 is Correa aan de macht, een extreem-links politicus, een kerel die de Bolivariaanse gedachte hoog in het vaandel draagt en die, net als zijn collega Chávez in Venezuela, een socialistische staat wil creëren. Vooral de armen zijn natuurlijk erg tevreden met zijn beleid: ´Eindelijk wordt er iets voor ons gedaan.´ Er worden wegen geasfalteerd, het onderwijs zou gedemocratiseerd moeten worden, enzovoort. Het trekt inderdaad allemaal een beetje op het beleid van Chávez in Venezuela, met het grote verschil dat Correa veel intelligenter overkomt dan zijn evenknie. Chávez houdt ervan te provoceren, iets waar Correa zich niet mee bezighoudt. De twee hebben ook een verschillende opleiding genoten. Chávez is een militair en denkt in feite ook op die manier, terwijl Correa economie heeft gestudeerd. Hij is ook een pak minder populistisch! Daar waar je in Venezuela overal de kop van de president ziet hangen, naast slogans die het ´socialisme van de twintigste eeuw´verkondigen, is Correa eerder verdoken. Goed, je ziet zijn kop af en toe op oude verkiezingsaffiches die nog steeds niet weggehaald zijn en die al helemaal verkleurd zijn van de regen, maar daarnaast zie je hem maar amper in het straatbeeld. Op de televisie is hij ook minder nadrukkelijk aanwezig. Hij houdt bijvoorbeeld geen speeches van acht uur lang ´s zondags op de televisie. Het beleid komt in alle geval iets ´intelligenter´ over als ik het zo zou kunnen noemen. Nu, er is wel degelijk kritiek op het beleid van de man. Zo is er momenteel in het kustplaatsje Monticristi een constituele vergadering aan de gang die een nieuwe grondwet moet ontwerpen. Het parlement is voorlopig opgeheven. Nu, in Ecuador worden regelmatig nieuwe grondwetten ontworpen. Sinds zijn onafhankelijkheid in 1830 is er gemiddeld om de negen (9!) jaar een nieuwe grondwet ingevoerd. Niet iedereen is natuurlijk akkoord met het ontwerpen van die nieuwe grondwet en het voorlopig opheffen van het parlement. Volgens sommigen begint Correa reeds dictatoriale trekken te vertonen. Op economisch vlak is het evenmin rozegeur en maneschijn. Vandaag las ik in El Comercio, een krant die Correa niet steeds gunstig gezind is en die eigenlijk de enige echte kwaliteitskrant van het land is, dat Ecuador in Zuid-Amerika in 2007 het land is dat de kleinste economische groei gekend heeft en dat de investeringen in het land van buitenaf enorm gedaald zijn wegens de wettelijke onduidelijkheid inzake investeringsbeleid. Gaat Ecuador de tour op van Venezuela, waar ook de armsten eindelijk voorrang krijgen, maar waar de bolivar (de nationale munt) steeds verder devalueert, onder meer wegens het gebrek aan internationale investeringen? Het valt af te wachten. Zoals ik al vermeld heb, heeft Ecuador namelijk in 2000 de dollar ingevoerd wat toch enige stabiliteit zou moeten brengen. Anderzijds heeft Ecuador wel petroleum, maar in vergelijking met de hoeveelheid die Venezuela uit de grond boort, is het nogal beperkt. Ecuador heeft dus niet het voorrecht enorme winsten uit de olieverkoop te sleuren, maar Venezuela steunt Ecuador dan weer financieel. Bijgevolg vind ik het allemaal nogal moeilijk in te schatten. Kort gezegd: de Ecuadorianen worden momenteel niet veel rijker; wel is de ongelijkheid voor het eerst in twintig jaar gedaald! Goed, om af te sluiten deel ik jullie nog een aantal plezante, bizarre weetjes uit Ecuador mee. Eén, de dollars. Weet je wat? Ik vind het systeem van de dollar helemaal niet logisch! De briefjes (1, 5, 10, 20 dollar en meer) hebben allemaal dezelfde kleur. En die munten dan! 5 cent is groter dan 10 cent. Een halve dollar is groter en veel zwaarder dan een muntstuk van een dollar. (Eén dollar bestaat in briefjes en in munten.) Nu, die stukken van 50 cent zijn wel gemaakt in Ecuador en bestaan niet in de US, maar je krijgt er dan nog eens de Amerikaanse centen bovenop. Zo wordt het geheel wel heel overzichtelijk. Het gebeurde in het begin vaak dat ik in plaats van 10 cent 5 cent gaf, en dan begonnen de winkeluitbaters: ´Nee, je moet 10 cent betalen, niet 5.´ Ik moest dan gaan zoeken naar wat nu 10 cent was en dan kreeg ik van die blikken van: gast, hoe kan het nu dat gij geen dollars kent. Waarop ik hen dan maar verontschuldigend uitlegde dat ik uit Europa kom en dat ik voordien nooit dollars gebruikt heb. In elk geval, onze euro´s zijn een heel pak duidelijker dan het dollarsysteem, zowel wat munten als briefjes betreft! Twee, het zuidelijk halfrond. Ecuador heet natuurlijk niet voor niets zo, de evenaar loopt dwars door het land. Quito ligt net ten zuiden van de evenaar. Er is, iets buiten de hoofdstad een monument dat ´Mitad del Mundo´ heet (´De Helft van de Wereld.`). Dat monument is in de tijd aangelegd door Fransen. Het grappige is dat het blijkbaar niet werkelijk op de evenaar ligt. Latere berekeningen hebben uitgemaakt dat de evenaar nog driehonderd meter naar het noorden ligt. Rare jongens, die Fransen. Verder, in verband met het zuidelijk halfrond, heb ik, toen ik in Quito aankwam, direct getest of het waar is wat in the Simpsons wordt getoond. In één van de afleveringen gaat Bart naar Australië en ziet daar dat het water in het toilet in wijzerzin wegspoelt, dus het omgekeerde van bij ons. En inderdaad, het is waar. Ik vond het in het begin een beetje raar, maar alles went natuurlijk. Men heeft mij overigens verteld dat het water pal op de evenaar wegspoelt zonder in één van de twee richtingen te draaien, dus pal naar beneden. En op de evenaar kan je tevens een ei rechtop zetten. Goed, dat zijn genoeg weetjes over de evenaar en het zuidelijk halfrond. Drie, Ecuadorianen kennen vaak België! Nu, ze weten het vaak niet liggen, zoals ik ondertussen al lang gewoon ben geraakt, maar ze kennen meer dan in Colombia de naam ´België´. Dat heeft alles met de president te maken. Hij is namelijk getrouwd met een landgenote van ons. Zij zou dus de ´Eerste Dame van het Land´ moeten zijn, maar dat is ze niet. Daar heeft ze zelf voor gekozen. Ze heeft gewoonweg geweigerd deze ´functie´ op te nemen. Dit betekent dat Correa steeds alleen op internationaal bezoek gaat en dat ze in feite nooit in de pers verschijnt. Het is de eerste keer dat een dame van de president géén ´Eerste dame´ is. Jawel, we schrijven hier geschiedenis. Eigenlijk is ze maar één keer in het nieuws geweest en dat had met ons land te maken. De meesten onder jullie zullen nog wel het voorval herinneren van het Ecuadoriaanse meisje dat, na een verblijf van vijf (?) jaar in België, dreigde het land uitgezet te worden. Correa´s vrouw is toen naar België afgezakt om het miesje te bezoeken en heeft achteraf verklaard dat ze zich door dat voorval schaamde om Belgische te zijn. Verder worden er in verband met het woord ´belga´ vele grapjes gemaakt. ´Belga´ (een Belg of een Belgische) trekt nogal hard op ´verga´ (met ´b´ uitgesproken, wat een populair woord voor penis is). Dus krijg je van die grapjes over de president, genre: ´Correa se prepara para ir a la Belga´ (Correa bereidt zich voor om naar de Belgische / de penis te gaan. - De vertaling dekt niet echt de gehele lading moet ik zeggen.) Vier, ik ben hier in Ecuador, namelijk in Quito, het meest absurde hotel tegengekomen waarin ik tot nu toe gelogeerd heb. Het is namelijk het enige hotel uit mijn reis waar je door de staff effectief aangezet wordt om te drinken. Drie nachten in de week is er gratis rum & coke, verder zijn er twee dagen in de week waarop je via een pooltornooi een fles rum kan winnen. Jullie kunnen je al voorstellen hoe het er in zulk hotel aan toe gaat. Van slapen komt in feite niets terecht (het zijn collectieve slaapplaatsen en je hoort altijd lawaai van de nabijgelegen bars en disco´s) en de hele tijd wordt er gedronken. Na een verblijf van enkele dagen moet je in feite ´ontsnappen´ uit dit hotel. Het is allemaal heel plezant natuurlijk, maar na een bacchanaal doe je natuurlijk niet veel en dus heb je velen die in een week helemaal niets van Quito by day gezien hebben. Het hotel ligt in dé uitgaansbuurt en dat is wel een beetje raar. Het lijkt allemaal veilig, maar dat is het niet ... Toen ik er de eerste dag om zes uur ´s morgens aankwam, werd ik haast overvallen door een travestiet, die mijn gezicht wilde bewerken met zijn/haar lange nagels, maar gelukkig ben ik op één of andere manier kunnen weggeraken. ´t Was wel raar: het betreft een vrouw, maar met de kracht van een man ... wat doe je dan? Verder werd zowat de helft van de hotelverblijvers overvallen op straat. Ikzelf heb dus geluk gehad, want uiteindelijk is er me niks gebeurd. Vijf, de bussen. En vooral: pas op in de bussen! Ecuadorianen zijn blijkbaar meesters wat betreft stelen op de bus. Ik heb een kleine en een grote rugzak. De grote, die laat ik opbergen in een kofferruimte. Telkens vraag ik: ´Señor, ¿esto es un lugar seguro?´ (Meneer, is dit een veilige plaats?), waarmee ik eigenlijk bedoel: ´Meneer, doe de kofferruimte op slot.´ Ik blijf er dan staan totdat hij dat effectief doet. Ik heb te veel verhalen gehoord van andere reizigers wiens bagage op mysterieuze manier verdwenen was bij aankomst. Dan, de kleine rugzak. Die neem ik mee in de bus en die draag ik op mijn schoot, met mijn armen erover heen. Leg die vooral niet op de grond, want de kleine Ecuadoriaantjes krijgen in de bus blijkbaar Inspector Gadget-neigingen. Damien, mijn Franse maat, mocht dat ondervinden toen we de bus van Quito naar Ibarra namen. Hij legde zijn zak onder zijn voeten en merkte bij aankomst dat de rits ervan open was. Balans: een pakske sigaretten gepikt. Het toiletpapier liet de brave man wel zitten. Zelfs een dief heeft zijn principes ... Zes, het bellen: in de grote steden is internationaal bellen (bon, in alle geval naar de States en naar Spanje bellen) twee keer goedkoper dan naar een lokale vaste telefoon bellen. Voor Juan met de gorra is het dus goedkoper om naar zijn tante in de States te bellen dan naar Ana Mariake van de buren. En uiteindelijk, het nieuwjaar. Dat wordt hier, net als bij ons, uitbundig gevierd. De mensen maken allerlei poppen, en die worden om twaalf uur verbrand. Dat gaat er allemaal redelijk chaotisch aan toe. Hetzelfde geldt voor het afsteken van vuurwerk. Je ziet kindjes van zes jaar pijlen in de lucht afschieten. Van die grote ontplofpijlen worden midden in de straat tussen al het volk afgeschoten. Jongeren schieten fluiterkes in de menigte af. Ik zag hoe één van die fluiters op het hoofd van een ongeveer twaalfjarig meisje terechtkwam. Niemand die kwaad werd op die jonge gastjes, iedereen lachtte er eens goed mee. Verder was het feest in de bars. Ik heb het zelf uitgehouden tot zeven uur ´s morgens, maar toen was mijn kaars meer dan uit. Goed, dat was het voor deze keer. Geniet van de foto´s en tot de volgende keer! Uitleg bij de foto´s (er zijn geen foto´s bij van de kust omdat ik ze heb vergeten te downloaden):1. De volkaan Imbabura vanuit de stad Ibarra. IMG_00082. Damien tijdens het beklimmen van de Imbabura. IMG_00203. Dit soort planten kwamen we voortdurend tegen tijdens de trip naar de top van de Imbabura.IMG_00284. De krater van de Imbabura. IMG_00175. Zicht op het vulkanische meer Cuicocha, nabij Otavalo, iets ten noorden van Quito. Imagen 0186. De feria´s van Quito: optocht van schoolkinderen. Imagen 0057. Rum & coke-avond in het hotel Centro del Mundo: feest!Imagen 2128. De Plaza de Independencia in Quito. Imagen 2259. Op stap met Alex en Monica, twee Quiteñas. Imagen 22610. De vulkaan Cotopaxi toen we er met de bus voorbijreden. Imagen 23911. Poserend voor het Quilotoameer, een meer van vulkanische oorsprong. Imagen 04912. Het prachtige pad langs het Quilotoameer. Let op de prachtige kleur langs de oevers van het meer. Imagen 05313. Een schiereilandje in het Quilotoameer. Imagen 29014. Turkoois-blauwe schakeringen, die kleuren veranderden steeds naargelang er zon was of niet ...Imagen 06415. Indianenkinderen op weg naar Quilotoa. Imagen 24216. Twee schattige kindjes dansend op het schoolfeest in het dorpje Quilotoa. Imagen 30317. Een boerderij in de buurt van Quilotoa. Imagen 06618. Op weg van Quilotoa naar het dorpje Chugchilan: canyonstructuren. Imagen 07419. Vleesetende bloemen in de buurt van Chugchilan. Imagen 08220. Een lama staat daar een beetje verdwaasd te wezen onderweg. Imagen 31821. Een Peruviaanse colporteur die we tegenkwamen onderweg naar Chugchilan. Hij was net zoals ons de weg kwijtgeraakt en deed alle moeite van de wereld om zijn potten te verkopen aan de indianen, de locals. Imagen 32122. Na Quilotoa was het de beurt aan Chugchilan voor een schoolfeest ...Imagen 39923. Op weg van Chugchilan naar Isinliví.Imagen 40524. Het was gewoonweg een prachtig landschap! Vaak moesten we van die gammele bruggetjes over ...Imagen 09325. Canyonachtige structuren tussen Chugchilan en Isinliví. Imagen 10226. Omdat we verkeerd waren gegaan, moesten we op een gegeven moment terug bij een bruggetje zien te geraken. Daarbij stuikten we bijna in de rivier. Op gegeven momenten scheelde het echt niet veel!Imagen 41427. Een hutje in de buurt van Isinliví. Imagen 10828. Een waanzinnig mooie streek was het daar. Voor herhaling vatbaar. Imagen 43329. Chillen met Damien en Pascal in het hotel in Isinliví na een wandeling van zeven uur. Deugd dat dat deed!Imagen 12030. De markt in het dorpje Sigchos. Imagen 46331. Het stadje Baños. Daar in de buurt zal ik de volgende drie maanden verblijven. S630000932. De vulkaan Tungurahua in de buurt van Baños, as spuwend. S630002833. Op oudjaar had ik duidelijk succes bij de plaatselijke chica´s ...S630002534. De poppen waren eveneens gereed voor het grote feest. S630002335. Twaalf uur! 2008! De poppen worden op een hoop gegooid en kapotgesjot. S630003636. Twaalf uur twee minuten. De poppen gaan aan het branden. Ik poseer hier met Mathieu, Anaïs en Nico, drie Franse vrienden. S630004237. ... en het ging door tot in de vroege uurtjes ...S630005738. Een waterval op de weg tussen Baños en Puyo. S630006039. Baños - Puyo: De uiterst spectaculaire waterval Pablón del Diablo, ook wel het achtste wereldwonder genoemd door de locals: de apotheose van pure natuurlijke oerkracht!S630007840. Na een tijd kwamen we dicht in de buurt van het Amazonegebied. S630008441. In een disco in Riobamba met Tania (een Riobambaanse), Marco (een half-Franse, half-Belgische maat die ik van in Quito kende en die ik puur toevallig in de straten van Riobamba tegenkwam) en Nico (een Franse maat met wie ik een tweetal weekjes gereisd heb.)S630009542. De vulkaan Chimborazo, de hoogste van Ecuador (6300 meter), kan je zien vanop het terras van mijn hotel in Riobamba.S630009643. De Chimborazo is vanuit heel wat plaatsen in Riobamba te zien. Merk het contrast op met de palmbomen. S6300102 PS: ´Chuchaqui´ uit de titel is het kichwa-woord voor een kater, die kater die ´s morgens zeer doet.

04:50 Gepost door Peter in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |