07-12-07

Colombia es una chimba, ¡huevón!

Dag allemaal. Na een stilte van bijna twee en een halve maand vond ik het hoognodig om jullie nog eens op de hoogte te stellen van mijn reisperikelen. In die voorbije twee maanden reisde ik delen van Colombia af die ik tot nu toe nog niet kende, zoals bijvoorbeeld hoofdstad Bogotá, afgewisseld met twee verblijven te Socorro, Santander, woonplaats van Paola. Uit Venezuela teruggekomen, begaf ik me stante pede naar Socorro om er Paola en haar vrienden te bezoeken. Natuurlijk werd het weer een hartelijk weerzien. Het was erg de moeite en niet alleen om de reden dat ik er weeral eens een heel leuke tijd met Paola zou doorbrengen. Het toeval wilde namelijk dat er die week in hetzelfde plaatsje een universitaire week aan de gang was. In Socorro zijn er namelijk twee universiteiten, een afdeling van de UIS (Universidad Industrial de Santander, hoofdzetel in Bucaramanga en in Colombia beschouwd als de op één na beste universiteit van het land) en de Universidad Libre, een privé-universiteit. Madelin, die in de UIS werkt, in het huis van Paola woont en tevens haar zowat beste vriendin is, hield ons steeds op de hoogte van de activiteiten gedurende die week. En ... die waren erg de moeite waard. Er was een avond met enkele heavy metalbands (en een hardcoregroep) uit Bogotá: lange, sluike haren, spannende jeansbroeken, Iron Maiden-achtige kreten en af en toe een headbanger. Een zeer geslaagde avond was het, want de kwaliteit van de gebrachte muziek lag erg hoog! Ik probeerde fouten op te sporen bij de verschillende bands, maar dat was niet evident. De volgende avond werd het nog interessanter: de studenten van de UIS werden onderverdeeld naargelang de regio waar ze vandaan komen. Er waren vier groepen: de Santanderianos (die gezien de geografische ligging van de universitait in de ruime meerderheid waren), de Boyacenses (zij uit een aanpalende hogergelegen regio, Boyacá), de Llaneros (zij die afkomstig zijn uit de oneindige llanos, vlakten aan de oostkant van het Andesgebergte) en de Costeños (de kustbewoners). Ik had al die regio´s al bezocht (hoewel ik de llanos in Venezuela had bezocht) en wist al dat er een aantal belangrijke cultuurverschillen tussen die regio´s waren. Die avond kregen we voorstellingen (dans, muziek, humor) uit de verschillende regio´s voorgeschoteld, verzorgd door de studenten van de respectievelijke groepen. Wederom was de kwaliteit van de voorstellingen erg hoog! De Boyacenses hadden een groep uitgenodgd die de typische muziek van daar speelt (een kwartet met gitaar, simpele percussie). Zeer de moeite, ook al omdat een groot deel van het publiek van zijn zitplaatsje kwam en begon te dansen. Wat wil je, het zijn Colombianen natuurlijk. De Santanderianos hadden een stand up comedian uitgenodigd, maar als ik al tien procent van zijn grappen verstond, zal het al veel geweest zijn. Humor blijft toch steeds het allermoeilijkst om te verstaan. Daarenboven bestaat humor er in Colombia in met woorden te spelen. Vaak gaat het net om dubbele betekenissen van die woorden. Ik wist vaak maar al te goed waar zich de grap verschuilde, maar wat nu juist iedereen deed schaterlachen was mij compleet onduidelijk, tot genoegen van mijn Socorraanse vrienden die in een nog grotere lach uitbarstten wanneer ze mijn verwarde gelaatsuitdrukkingen zagen. Eén van de voorstellingen van de Llaneros vond ik dan weer het einde! Ze hadden een koppel uitgenodigd dat de joropo, de traditionele dans uit de llanos, danste. Nu, ik heb in het vorig bericht al eens uitgelegd wat voor een dans dat is: het heeft ergens iets weg van tapdansen, maar dan in koppel. De vrouw maakt sierlijke draaibewegingen, waarbij het rokje door de wind opstuit, wat het spektakel verhoogt. Het is een zeer ritmische dans, vol vuur, en het spektakel dat dat koppel daar die avond neerzette: jongens, ik was er even niet goed van! Ze werden dan ook onthaald op een minutenlang applaus. De Costeños sloten de avond af met een eigengevormd vallenato-groepje (die muziek met accordeon ...) waarbij zowat iedereen begon te dansen, uw schrijver incluis. Verder waren er die week ook nog een zeepkistenrace en een galabal, waar mijn maat Damien, de Fransman die ik in Venezuela had leren kennen, iets te diep in het glas had gekeken, wat dan weer aanleiding gaf tot allerlei grappige toestanden. Nadien werd ik in Socorro af en toe met ´Bonjour´ aangesproken; we hadden blijkbaar faam gemaakt. Aangezien Damien Fransman is, dacht de meerderheid natuurlijk dat ik dat ook was. Uitleggen dat je Belg bent, heeft dan eigenlijk geen zin, want het bericht dat er twee Fransmannen in Socorro rondhangen, verspreidt zich als een vuurtje. In het verlengde daarvan: uitleggen dat er in België drie talen zijn afhankelijk van de regio waar je woont en dat het Engels NIET één van die drie talen is, vinden ze al heel raar. En als we dan nog even verder gaan en actualiseren: uitleggen dat er in het perfecte Europa een landje is dat al 180 dagen zonder regering zit en dan nog proberen te verklaren waarom, dat vinden ze helemaal onbegrijpelijk en bizar. En dan beginnen ze over hun eigen politiek: dat er bij de recente gemeenteraads- en gouverneursverkiezingen weer wat kandidaten neergeknald zijn, dat er in enkele dorpen niet is gaan stemmen wegens schrik voor represailles vanwege de guerrilla en dat politiekers allemaal criminelen en maffiosi zijn (wat eerlijk gezegd in het geval van Colombia wel eens grotendeels zou kunnen kloppen). Maar goed, laten we niet te ver afdwalen. Damien, die Fransman die ik dus al van in Venezuela kende, schreef mij een bericht dat hij in het nabijgelegen San Gil was en de volgende dag stond hij al in Socorro. Ik heb dan de volgende twee weken (ongeveer) met hem samengereisd, want reizen met die kerel is altijd heel plezant en interessant en op één of andere manier voelen wij elkaar altijd perfect aan. Het toeval wilde dan nog dat een andere Fransman, Denis, die ik in Mérida, Venezuela, had leren kennen, dezelfde dag een berichtje schreef dat hij in, jawel, San Gil was. Van toeval gesproken ... Nu, uiteindelijk zou hij ook op bezoek komen in Socorro, maar net op een dag dat Damien er niet was. In Socorro vonden ze dat allemaal nogal lachwekkend: daar stond ik weeral met een Fransman, maar die bleek dan weer die andere Fransman niet te kennen. Met Denis bezocht ik de omgeving van Socorro en gingen we een avondje naar een activiteit in het kader van de universitaire week van die andere universiteit, de Universidad Libre. Organiseert de ene een reeks activiteiten, dan organiseert de andere die de week erop! Grappig allemaal. Zo werd het verblijf in Socorro, Santander, weer eens om een hoop verschillende redenen onvergetelijk. Na er een anderhalve week verbleven te hebben, vertrokken Damien en ik naar Bogotá, eindelijk! Na vier maanden Colombia zou het de eerste keer worden dat ik haar hoofdstad zou leren kennen. We kwamen onder de gietende regen aan, maar dan echt gietende regen! Alsof die de hele stad met al haar gebouwen van de kaart zou vegen. De straten veranderden in open riolen, je kon geen vijf seconden wandelen of je werd kletsnat! Toch waagden we het erop: ik spande mijn 3x3-meter plastieken zeil rondom ons getweeën en onze bagages en zo kwamen we als een min of meer droge Siamese tweeling in het appartement van Noémie aan, een sympathieke Parisienne die al een jaar in Bogotá woont en die ik had leren kennen in het Nationaal Park Tayrona, enkele maanden voordien. We hadden veel geluk, want ze vertelde ons al direct dat we zo lang mochten blijven als we wilden ... Het was altijd heel gezellig in haar appartement en zo bespaarden we heel wat geld, want het logement in Bogotá is niet erg goedkoop, hoewel er uitzonderingen zijn. Bogotá is groot! Ik weet niet hoelang je onderweg bent om van het noordelijkste puntje naar het zuidelijkste te gaan, maar met de haast voortdurende verkeersopstoppingen moet dat uren en uren in beslag nemen. Het is een stad van zo´n 7 à 8 miljoen inwoners, bijna Parijs of Londen dus. Heel het zuidelijke gedeelte is het armere deel van de stad en daar valt naar het schijnt niet veel te zien, dus daar kom je bijna nooit. Heel het westelijke deel van de stad is woongebied en dus kom je daar ook al niet. De zones die je als bezoeker leert kennen zijn vooral La Candelaria (= het oude centrum van de stad), de zones errond, Chapinero (een plezante middenklassebuurt waar wij verbleven aangezien Noémie er woont) en enkele buurten in het noorden van de stad, zoals Usaquén (een dorp dat in de loop van de tijd een deel van de stad is geworden). Op een heuvel boven de oostkant van de stad torent een abdij uit, Montserrate. Vandaar heb je een zicht over de hele stad, correctie, over een groot deel van de stad aangezien de uiteinden door de smog niet zichtbaar zijn. Ik ben er zelf niet geweest want het pad ernaartoe zou enkel in het weekend veilig zijn (wegens overvallers) en op één of andere manier was het weer tijdens elk weekend dat ik er was, slecht. Verder was ik verbaasd over het soort bebouwing in de stad. Natuurlijk zijn er de hoge wolkenkrabbers en de woonblokken die typisch zijn voor zowat elke Zuid-Amerikaanse stad, maar daarnaast vind je huizen in allerlei stijlen: Engelse, Franse. Sommige huizen zouden zelfs in Wortel, Schellebelle of Durbuy kunnen staan. Aangezien Bogotá op 2600 meter hoogte ligt, is het er niet al te warm. Vooral de eerste keer dat ik er was, regende het veel en was het haast constant bewolkt. Gecombineerd met het feit dat de Bogotanen nogal bleek zijn, waande ik me haast in een Europese stad. Buiten het weer heeft de stad echter veel te bieden. La Candelaria is een heel gezellige buurt om in rond te struinen, met verkeersluwe straten en huizen in koloniale stijl. Verder zijn er de onvergetelijke musea zoals het Goudmuseum, dat een bezoek meer dan waard is, en het Boteromuseum. Voor de rest is er altijd wel één of ander festival aan de gang, zijn er een hele resem culturele activiteiten, honderden optredens per jaar (recentelijk bijvoorbeeld Björk), het grootste rockfestival van Zuid-Amerika (in open lucht en helemaal gratis) en meer van dat. Je zal je tijdens een bezoek in Bogotá niet vervelen, want er zijn eveneens nogal wat bars en discotheken. Alleen spijtig dat die relatief duur zijn ... Ik heb al gesproken over de geografie van Bogotá. Die heeft eveneens een veiligheidsaspect: doordat de stad zo uitgestrekt is, riskeer je er als bezoeker niet te veel (mits de nodige voorzieningen - met een grote fotocamera op je rug rondlopen of een nachtelijk bezoek brengen aan het zuiden van de stad is vanzelfsprekend vragen om problemen). Verder zijn de moord- en criminaliteitscijfers de laatste tien jaren spectaculair gedaald. Naar Zuid-Amerikaanse normen is de Colombiaanse hoofdstad vandaag een relatief veilige stad! Eerlijk gezegd: een stad waar ik gerust een tijdje zou willen wonen, want naast al de eerder opgesomde aantrekkelijkheden, kom je er veel cool volk tegen. Of was het dat wij geluk hadden? Damien kende er El Negro, Fernando, een supersympathieke kerel die eveneens in Chapinero woont en via wie we een hele resem zalige gasten en grieten leerden kennen die wel hielden van een pintje en die niet ophielden grappen te maken over het één en het ander: kortom, mensen die het leven niet te serieus nemen en met wie het altijd plezant is om mee op te trekken. Zo hadden we met zijn vriendengroep een onvergetelijke drinkavond onder een paraplu nabij een commercieel centrum. We zaten met zijn allen opeengepakt en rondom de paraplu regende het pijpestelen, maar wij werden niet nat of het moet van het bier geweest zijn! Verder keken we met hen de voetbalwedstrijd Sao Paulo - Millionnarios Bogotá in een vochtig cafeetje waarbij iedereen zowat uit zijn dak ging, des te meer omdat de underdog het haalde van de grote Braziliaanse broer met 0-1. Feest verzekerd! Die woensdagavond gingen we dan ook met hen een avondje uit naar een soort discobar waar heuse funkfeestjes plaatsvinden. Heel de nacht: shake your bootie! Bogotá liet mij achter met een zeer positief gevoel: een kosmopolitische stad met een uitgebreid cultuurleven, met genoeg aangename wijken en parken en niet te gevaarlijk. Enkel het weer viel er wat tegen en, hierop zit een deel van jullie natuurlijk weer te wachten, de vrouwen waren er minder mooi dan in enkele andere delen van het land. Van Bogotá ging het dan naar Cali, de twee miljoen inwoners tellende hoofdstad van het departement Valle de Cauca, en zoals Medellin berucht om zijn drugskartels. Tegenwoordig is ook Cali aan een heropleving bezig, maar je ziet direct dat Medellin hierin al veel verder gevorderd is. In Cali ligt die hele zwarte periode nog wat verser in het geheugen, gecombineerd met het feit dat er de laatste jaren honderduizenden desplazados in de stad zijn toegekomen (mensen die omwille van de paramilitairen verplicht zijn geweest te verhuizen - in Colombia gaat het om 3 miljoen mensen die proberen te overleven op wat voor manier dan ook). Op het eerste zicht leek het me een bizarre stad. Damien en ik besloten te voet te wandelen tot aan het hotel dat we geboekt hadden. Zo liepen we langs allerlei boulevards met nogal veel guur volk in de straten. In het langgerekte park langs de rivier Cauca die de stad doorkruist, waren allerlei daklozen vuurtjes aan het stoken en eten aan het koken, waardoor de warme, zwoele lucht zich vermengde met de rook die dat veroorzaakte. Precies of ik was terug in India. Zoals de Colombianen zeggen: Cali is chaos, Cali is deregulación. Het is niet echt een mooie stad, maar het deel waar wij verbleven, San Antonio, was dat dan weer wel. Het is het oude deel van de stad met koloniale huizen en met een heuvelachtig park met bovenaan een klein maar fijn kapelletje vanwaar je een zicht hebt over een groot deel van de stad. We verbleven er in La Casa Cafe Cali, een internet café / cultuurcafé van nog geen jaar oud waar eveneens kamers verhuurd worden. Het was er goedkoop voor wat het was en de uitbaters waren erg toffe mensen met wie ik allerlei interessante gesprekken had. Om de hoek was er een een ander cultuurcafé onder de benaming ´Ojos de perro azul´ (letterlijk: ´Ogen van blauwe hond´), dat eveneens de titel is van een boek van Colombia´s meest gerenommeerde schrijver Gabriel Garcia Marquez. Maar de echte reden ervan moet geweest zijn dat de uitbater een hond heeft met één blauw oog. (Het andere is rood.) Grappig. In de buurt van La Casa Cafe Cali is er eveneens een winkeltje waar we steeds bier gingen drinken. Met Ricardo, een Peruviaan die in Casa Cafe Cali verblijft en die als kok in een Frans retaurant werkt, gingen we zowat elke avond uit. Ricardo is een waar feestbeest en ik weet niet hoe hij het doet, maar een vrouwenverslinder eerste klas. Verder betreft het een heel interessante kerel die al kokend Zuid-Amerika afreist. Hij wil tot aan de Mexicaans-Amerikaanse grens gaan om te pissen op Amerikaanse grondgebied en dan terug naar het zuiden terug te keren. Dat is in elk geval zijn zeveruitleg, want dat kon hij nogal goed. Zijn meest geliefde uitspraak: ´Me encanta el catolicismo por que tiene el concepto del pecado. Y a mi, me gusta cometer el pecado!´ (met een grijns doelend op zijn veroveringen). (Vertaling: Ik hou veel van het katholicisme, want het kent het begrip zonde. En ik hou ervan te zondigen!) Ricardo nam ons mee naar de plekken die je wil kennen wanneer je naar Cali komt: de salsabars! Geloof de Colombianen wanneer ze je vertellen dat de Caleños, de inwoners van Cali, de beste salsadansers van het land zijn. Het zit hem in hun bloed, het wordt ze van jongs af aan aangeleerd. Het niveau is zó hoog dat je haast schrik krijgt om op de dansvloer te gaan staan, werkelijk adembenemend! Een echte kunst. De Caleños zijn daarenboven veel bruiner van huidskleur dan de inwoners van Medellin of Bogotá, een resultaat van bloedvermenging met de zwarten uit het nabijgelegen Pacifische gebied. Zou het genetisch zijn? Ik weet het niet ... Verder zagen we in Cali een voetbalwedstrijd (Colombia - Brazilië) in een commercieel centrum ... op zijn Caleño´s, dit wil zeggen: de helft van de tijd was er geen beeld. Waarschijnlijk waren de verantwoordelijken te tam geweest om even voor de match te kijken of alles goed functioneerde. (De wedstrijd eindigde trouwens op 0-0 en het was Colombia, niet Brazilë, dat verdiende te winnen, allez, mij baserend op de delen die ik dan toch gezien heb.) Cali, de moeite, niet omdat de stad mooi zou zijn, maar des te meer voor zijn speciaal sfeertje en zijn vriendelijke mensen die van feesten houden. Na Bogotá en Cali had ik wel even een stedenoverload gehad. Damien was trouwens vertrokken naar Ecuador en dus was ik weer alleen. Ik besloot naar de Pacifische kust te gaan. Daarvoor moet je een bus nemen naar Buenaventura, de grootste haven van de Pacifische kust en een zeer aparte plek. Kort samengevat: de bevolking is grotendeels zwart (precies of je bent in Afrika - het zijn afstammelingen van de slaven die er destijds op de plantages moesten werken), een groot deel van de locals leeft er in armzalige houten hutten die deels op het water gebouwd zijn, het is een gatlelijke, verloederde, vervuilde, overbevolkte stad en het stikt er van politie en leger. Dit omdat de veiligheidssituatie er niet al te best is. Waarom? Het heeft te maken met een combinatie van grote ongelijkheid en armoede enerzijds, en het feit dat dergelijke havens, waar veel illegale praktijken huishouden en waar bakken geld verdiend worden, steeds de interesse opwekken van de guerrilla. Ik was er dan nog eens net voor de verkiezingen, altijd een moeilijke periode. Echt veilig voelde ik me er althans niet, hoewel de stad me wel fascineerde. En hoewel vele Colombianen niks moeten hebben van zwarte vrouwen (´Las negras son feas.´ - zoiets als: Negerinnen zijn lelijk.), liep er veel prachtig, voluptueus, schaars gekleed vrouwelijk zwart over de kapotgereden straten. Je voelt dat de inwoners voor een deel hun Afrikaanse erfenis hebben behouden: ze lopen nonchalant en luid tegen elkaar roepend de straat over, de sfeer is een mix van ongedwongenheid en toch ook wel stress (vanwege de veiligheidssituatie). De muziek die je hoort is vaak Afrikaans van origine (tamtams en dergelijke), maar het eten is dan weer typisch Colombiaans, waarbij vlees vaak door vis vervagen wordt. Nog even over die ´lelijke vrouwen´. Ik vraag me af of dit iets met racisme te maken heeft. Nu is het zo dat je niet van iemand kunt zeggen dat hij racist is omdat hij een type vrouwen niet mooi vindt. Maar er zijn er zovelen die dat beweren dat ik de indruk heb dat er meer aan de hand is. Het moet iets te maken hebben met een schoonheidsideaal dat op ´blank´ afgestemd is. Ofwel overdrijf ik. In elk geval: racisme bestaat even goed in Zuid-Amerika. Het is niet het soort openlijk racisme dat bij ons soms aan de oppervlakte komt. Maar ik heb even goed de verhalen gehoord van ´de zwarten die nooit hun huur betalen en die criminelen zijn.´ En jawel, ik heb even goed gehoord dat ´die zwarten racistischer zijn tegenover ons, de rest van de Colombianen dan omgekeerd.´ Waar hebben we dat nog al gehoord? Nu, ik heb wel de indruk dat het een onpersoonlijker racisme is dan bij ons. Een Colombiaan die een zwarte medeburger uitmaakt voor ´vuile neger´ ... ik heb de indruk dat dat door het over-, overgrote deel van de Colombianen totaal niet zou aanvaard worden, terwijl dat bij ons door een niet onbelangrijk deel van de bevolking geen probleem is. Maar als het over groepsdenken gaat, dan bestaat hier ook racisme. Dan bestaat hier ook de schrik voor het onbekende. Ik zou nog meer met die zwarten te maken hebben in Juan Chaco en Ladrilleros, twee dorpen aan de Pacifische kust die enkel per boot vanuit Buenaventura bereikbaar zijn. De locals kwamen me op het eerste gezicht nogal gereserveerd over. Steeds waren ze vriendelijk tegen me, maar ik had niet de indruk dat ze echt met me wilden praten, althans toch niet wanneer ze me totaal niet kenden. Ik verbleef er een vier-, vijftal dagen in mijn tentje onder een kioskje die aan Don Cerebro (de heer Hersens) en zijn vrouw toebehoorde. Zij wonen op het strand Boca Barra, dat een uur wandelen is van Ladrilleros, een strand van zwart zand en een zee die vaak bedekt is met grijze, regenrijke wolken. Het nabijgelegen departement Chocó is namelijk het tweedevochtigste gebied ter aarde. De hele eerste dag dat ik er was, regende het pijpestelen. Heel het gebied rond mijn kioskje stond onder water, in mijn tentje was echter geen spatje water te bespeuren. De volgende dagen was het beter weer en hield ik me bezig met rondwandelen op het strand en in de aanpalende, ondiepe rivieren waarin allerlei slakjes rondliepen. Prachtig! Het ging steeds om één soort slakjes die een andere, witsoortige opzocht en begon te bekruipen totdat die laatste dan weer wegliep. Zou het om een soort paringsritueel gaan? Ik zou het eens aan Dirk Draulans moeten vragen. Tevens bezocht ik de twee dorpjes en rotsformaties niet ver van Juan Chaco. Met een Bogotaans koppel en Don Cerebro maakte ik eveneens een boottochtje naar het nabijgelegen mangrovegebied en verderop naar een watervalletje, daar waar de heuvels samenkomen met de mangrove. In het binnenland zouden er indianennederzettingen zijn, maar die hebben wij niet gezien. Evenmin heb ik het voorrecht gehad om een walvis te spotten in het water, aangezien je er per boot naartoe moet en ik geen mensen vond om de kosten mee te delen. Spijtig, maar ja, ge kunt niet alles doen in het leven. Het had wel de kers op de taart geweest van enkele rustige, zeer interessante en mooie dagen die ik daar doorbracht, dalkend, kokend, in mijn dagboek schrijvend en lullend met Don Cerebro die de helft van de tijd met een dikke, pure joint in zijn handen rondliep. Peace and love! De Pacifische kust is een wondermooie streek, geheel anders dan de rest van Colombia, een geïsoleerd gebied, drinkwater dat je verkrijgt door je beker in de regen te houden, een weelderige vegetatie, honderden (vliegende) vissen, krabjes en slakken, mensen die in houten hutjes wonen en zich per kano op de rivieren en in zee verplaatsen. Een werkelijk magische plek waar de natuur altijd aanwezig is en waar het relaxen tegen laag tempo is. En van Juan Chaco terug naar de stad! Ik had in Bogotá afgesproken met Paola, die er naar een wekenlang dansfestival wilde gaan (eigentijdse dans). Dat is haar ware passie en voor mij was het de ideale manier om haar beter te leren kennen, weg van Socorro, en om met een nieuwe wereld in aanraking te komen, want van eigentijdse dans kende ik niks. Dus nam ik de boot terug naar Buenaventura, alwaar ik een ticket kocht voor de nachtbus naar Bogotá, the sequel. Daar verbleef ik opnieuw in het appartement van Noémie, waar Denis nog steeds bleek te zijn. Dat had ik nog niet verteld: Denis, de Fransman die die andere Fransman niet kende, zouden we puur toevallig in Bogotá tegenkomen. Nu, een tweetal weken later bleek hij nog steeds in Bogotá te zijn: de liefde! Hij was er Nathalie tegengekomen, een eenentwintigjarige knappe en heel spontane griet uit Bucaramanga die al een tijdje alleen in Bogotá woont. dat kwam natuurlijk perfect uit. Had ik even geen zin om naar de dansvoorstellingen te gaan, dan ging ik iets met Denis doen. Nu, die week was eigenlijk wel heel speciaal. Eindelijk had ik eens tijd om met Paola, die bij haar tante verbleef, rond te lopen zonder dat we constant nagekeken werden. Eindelijk hadden we eens tijd om een aantal zaken te bespreken. Daardoor maakten we eveneens onze eerste ruzie, die natuurlijk weer bijgelegd werd. Ik begon te beseffen dat ik voor een steeds moeilijkere beslissing begon te staan: ofwel bij haar blijven, ofwel verder reizen. Nu, ik wist al langer dat ik een relatie op afstand niet zag zitten, want ik voelde die vorige weken en dagen al aan dat die relatie een beperking op mijn reisplezier begon te vormen. Het is niet evident om verder te reizen en een relatie in stand te houden, vind ik. Wanneer ik een relatie heb, wil ik veel tijd spenderen met mijn geliefde en die geografische afstand begon wat op mijn gemoed te werken. In Bogotá leerde ik Paola nog beter kennen en telkens wanneer ik bij haar was, wilde ik bij haar blijven, dus dit alles maakte de keuze die ik moest maken, moeilijker met de dag. Soms overwoog het ene, dan weer het andere gevoel. Wekenlang heb ik rondgelopen met de vraag wat ik nu moest doen, verderreizen of bij haar blijven in Colombia (vanaf één januari terugkeren en een job zoeken, of werken als vrijwilliger) en zelfs vandaag, nu ik al de beslissing genomen heb (zie verder), twijfel ik nog enigszins over het feit of ik nu wel juist gekozen heb, hoewel die twijfel met de dag afneemt. Goed, die week was dus eveneens een kennismakingsweek voor mij, namelijk met eigentijdse dans. Ik moet zeggen dat ik de voorstellingen erg de moeite vond, maar soms duurde het wat lang en na enkele dagen begon ik er wel genoeg van te krijgen. Het was een universitair festival met groepen van over heel Colombia en een Peruviaanse groep, die voor mij het toppunt van alles was. Vrijdagavond vertrok Paola alweer naar Socorro en bleef ik achter met Denis, zijn vriendin, Noémie, El Negro enzovoort. Veel tijd om te treuren over het vertrek van Paola was er niet, want direct was het feest, tot twee keer toe in het appartement van Noémie. Dat had alles te maken met de ´ley seca´ (drooglegging). Het waren namelijk verkiezingen dat weekend en er werd verordend dat er geen alcohol mocht verkocht worden. De redenen daarvoor waren wantoestanden en spontane ophitsingen te controleren, mensen nuchter te laten stemmen, en volgens mij eveneens om de mensen van de straat te houden. Nu, het eerste is volgens mij wel gelukt, alsook het derde, maar mensen nuchter houden? Terwijl we aan het drinken waren in Noémies appartement (we waren preventief te werk gegaan: we hadden een niet onbelangrijke voorraad alcohol ingeslagen vooraleer de ley seca van kracht werd) hoorden we overal in de appartementsblok geluid en geroezemoes van andere feestjes. Of doen wat niet mag. Je mag niet, dus je doet het. Kan je niet feesten in een bar, dan doe je dat thuis. Ik zou wel eens de vergelijking willen zien van het alcoholverbruik dat weekend en dat van een normaal weekend. Eerlijk gezegd denk ik dat er tijdens de ley seca niet minder, maar wel meer gezopen is dan in andere weekends. Na dat weekend wilde ik vertrekken naar de Eje Cafetero, de ´Koffieas´, de streek in de centrale cordillera ten zuiden van Medellin en ten noorden van Cali waar Colombia´s beste koffie vandaan komt. Het is een streek van heuvels die verderop (meer oostelijk) heuze bergen worden, een streek waar je allerlei wandelingen kan ondernemen en waar je kan verblijven op één van de vele koffiefinca´s (koffieboerderijen) die ze rijk is. Nu, de dag voordat ik wilde vertrekken, bevond ik me in de woning van de Negro en de Coco, toen die laatste plots het idee kreeg dat hij wilde reizen: ´Quiero pasear!´ De Negro zei hem: ´Vertrek dan morgen met Peter naar de Eje Cafetero.´ En zo gaat dat dan: de volgende dag vertrokken we samen. Dat is Colombia: ze krijgen plots een idee en pats! Dat gebeurt er dan. Zonder veel voorbereiding, van de ene dag op de andere. De Coco is eenentwintig jaar en heeft een bengel van bijna vijf, maar zoals vele Colombianen woont hij niet bij de moeder. Hij betaalt haar een maandelijks bedrag en wekelijks bezoekt hij zijn zoon. Hier is het nog altijd de vrouw die de opvoeding van het kind verzorgt. Mannen hebben dan ook, ongeacht het feit of ze kinderen hebben of niet, de vrijheid om te doen wat ze willen. Nu, de Coco werkt in het bedrijfje van zijn vader. Ze maken decors voor allerlei bekende TV-series: ´Zie, Peter, die vloer heb ik gemaakt en de Negro stond in voor de muurbekleding.´ Hij kan dus met zijn vader overleggen over verlof, hoewel overleggen? De volgende dag toen we met de bus al halfweg waren vroeg zijn vader via gsm waar hij was, waarop de Coco droogjes antwoordde dat hij met mij naar de Eje Cafetero vertrokken was, wat voor die vader helemaal geen probleem bleek te zijn: ´Allez, amuseert u daar goed!´ Nu, met een Colombiaan vertrekken heeft zo zijn voor- en zijn nadelen. Ten eerste: de impulsiviteit. We hebben in de twee weken die we samen gereisd hebben alleen de eerste dagen in een finca geslapen. Daarna gingen we niet meer te hoog de bergen in met de tent, want de Coco had zijn warme slaapzak geschonken aan de bezitter van die finca en dus had hij er geen meer. Ik vond het ergens wel vervelend, want op zich is het natuurlijk een nobele zaak om een slaapzak te schenken, maar daardoor konden we dan niet meer kamperen in de bergen. De Coco was vaak nogal impulsief in zijn beslissingen. Op lange duur zou ik het er van op mijn heupen krijgen, denk ik, van iemand die zegt: ´Kom, we gaan de bergen in´ en eens je dan van boven bent: ´Laten we terug naar beneden gaan.´ omdat ze er niet aan gedacht hebben dat het in de bergen wel eens koud zou kunnen zijn. Echter, het heeft ook zijn voordelen, die impulsiviteit. Zo sprak hij in de bergen uit het niets twee Amerikaanse grieten aan om iets te gaan drinken die avond, waardoor we ´s avonds met een groepke gringo´s tejo aan het spelen waren (een Colombiaans spel waarbij je een platte schijf naar een kleibak moet gooien - bedoeling is om kruidvat te laten ontploffen). Ten tweede, geld. Colombianen hebben nu eenmaal niet veel geld, dus slaap je nooit in dure hotels, want dat kunnen ze niet betalen, eten ze goedkoop enzovoort. Nu, voor alcohol was er steeds WEL geld, waardoor het vaak ook te maken heeft met een slecht omgaan met geld, aangezien alcohol in Colombia relatief duur is, zeker ten opzichte van een goedkope slaapplaats. Voor een fles rum kan je bijvoorbeeld drie keer overnachten. En dus moest de Coco steeds komen vragen of ik hem geld kon voorschieten, want hij moest de Negro vragen om hem geld over te schrijven en moest dus wachten op zijn geld. Nu, op het einde heeft hij (bijna) alles terugbetaald, maar daar moest ik toch wel vaak naar vragen en dat vind ik helemaal niet leuk. Indien ik dus langer met hem had gereisd, had het zeker tot botsingen gekomen. Nu, ik vind het als westerling niet erg om een beetje meer te betalen als een Colombiaan, maar het wordt vervelend wanneer dat structureel begint te worden, des te meer omdat ik hem niet gevraagd had om met mij te reizen, maar dat hij me dat gevraagd had. Nu, ik heb het er met hem wel eens over gehad, over die geldzaken, maar uiteindelijk had ik niet de zin om er echt problemen over te maken. Colombianen verwachten nu eenmaal dat je hen wat ondersteunt (niet dat je daardoor veel geld verliest) en ergens is het ook wel logisch, zolang het maar niet overdreven wordt. Het is gewoon geen plezant gevoel wanneer je begint te voelen dat men van je begint te profiteren, al kan dat dan soms een onterecht gevoel zijn. Ten derde, de connecties. Ik kende helemaal niemand in de Eje Cafetero, de Coco wel. Daardoor had ik natuurlijk het voorrecht om nieuwe mensen te leren kennen, wederom vriendelijke, levendige Colombianen. Daardoor bleven we wel langer in de steden hangen, want zijn vrienden woonden allemaal daar. Uiteindelijk is Salento het enige dorp dat we bezocht hebben, en dorpen bezoeken blijf ik toch steeds aangenamer vinden dan steden. Of nee, wat mij vooral interesseert, is een goeie combinatie stad-dorp, en ik had het gevoel dat we iets té veel tijd aan het verliezen waren in de steden. Maar bon, met twee reizen is compromissen sluiten en achteraf bekeken mag ik best tevreden zijn over ons tripje. Misschien ben ik iets te relativiserend, maar alles heeft uiteindelijk zijn voor- en nadelen, soms op het absurde af! Zou het niet kunnen zijn dat Colombia zo´n fantastisch land is om op reis te gaan, omdat de mensen blij zijn eens een vreemdeling te zien in hun land dat toch zo´n slechte naam heeft? Zou reizen in Colombia een danig toffe ervaring zijn mede door het conflict dat er al jarenlang heerst, waardoor het ´toerisme´, waarbij locals je meer en meer als een potentiële geldbron gaan zien, er niet echt voet aan de grond krijgt? Misschien een rare gedachtekronkel, maar dan misschien toch ook weer niet. Andere reizigers hebben me al genoeg keren verzekerd dat de mentaliteit van de mensen in het toeristische deel van Peru (Cuzco en Machu Pichu) helemaal niet tof is, dat ze constant van je proberen te profiteren enzovoort. Dat heb ik in Colombia toch niet vaak meegemaakt. Goed, wat zagen we nu eigenlijk in de Eje Cafetero? Salento, een dot van een dorp. Daar dichtbij gelegen de Valle de Cocora, een vallei waar je prachtige wandelingen kan maken en waar de ´waspalmbomen´ (palmas de cera), erg hoge palmbomen die vaak ouder dan tweehonderd jaar zijn en die alleen dáár voorkomen, een mysterieuze tint geven aan het geheel, vooral wanneer de kruinen zich verschuilen in de grijze wolken: simpelweg prachtig! Verder nam het tripje ons mee naar Pereira, ´la ciudad donde las nenas se acuestan antes de sentarse´ (de stad waar de meiden gaan liggen vooraleer te gaan zitten). Dat is in elk geval de reputatie die de stad heeft in de rest van het land. Het lijkt me allemaal wat overdreven. Wel hangt er een losse, zelfs een losbandige sfeer, maar dan meer op een problematische manier. Echt, het stikt er van de daklozen. Pereira is een stad die te maken heeft met vele drugsproblemen, vooral met mensen die ´bazuco´ roken (men noemt ze ´bazuqueros´), een soort restdrug, het is te zeggen: men rookt de residuën van cocaïne en andere drugs. Naar het schijnt superverslavend! Wanneer men het in Pereira over iemand bekend heeft, zeggende ´die zit aan de bazuco´, dan weet iedereen hoe laat het is. Naast het piepkleine huisje van Alejandra en Jaime, een bevriend koppel van de Coco, is er een soort vuilnisbelt waar die drugsverslaafde daklozen komen zoeken naar wat dan ook. Een trieste realiteit ... In Pereira valt in feite niet veel te beleven, maar omdat we er mensen kenden, amuseerden we ons wel, in het lokale reggaecafé, of in de ´Pavo´ (de kalkoen), een soort bruine kroeg waar het bier erg goedkoop is en waar ´s avonds de studenten juist om die reden samentroepen! Pereira was dus wel ok, hoewel de stad op zich niet veel te bieden heeft. Na Pereira volgde dan Manizales, een stad waar we veel slechte dingen over hoorden. Tussen de inwoners van Pereira en van Manizales bestaat een grote rivaliteit en dit alleen verklaart waarom we slechte dingen over die laatste stad te horen kregen. Met de realiteit strookte dit allerminst! Het is verbazingwekkend hoe die twee steden, hoewel ze slechts veertig of vijftig kilometer van elkaar verwijderd zijn, verschillen! In Manizales: een reeks mooie, koloniale gebouwen, veel minder daklozen, kouder en grijzer weer (vaak is het er bewolkt), zicht op de omliggende bergen, een echte cultuurstad. Veel studenten en ´cool´ volk. De mensen ZIEN er zelfs anders uit. In Manizales zijn ze veel blanker, groter, slanker, in Pereira zijn ze corpulenter / voluptueuzer, kleiner, donkerder qua huidskleur ... Manizales is vroeger gekoloniseerd geweest vanuit het noorden, vanuit de regio van Medellín, en dat verklaart meteen hun ander uitzicht ... en hun prachtige vrouwen. Echte juweeltjes! Die soms enorme verschillen in uitzicht, cultuur, mentaliteiten, overtuigingen, vaak op zo´n korte afstand, dat is voor mij misschien wel dé essentie van wat Colombia is. In Manizales maakten we weeral kennis met andere vrienden van de Coco die ergens buiten aan een winkeltje rum aan het drinken waren, of beter gezegd, die de rum met sloten naar binnen speelden. Het tempo lag iets hoger dan ik gewend ben, maar uiteindelijk was ik minder zat dan ik eerst dacht dat ik ging worden, in tegenstelling tot de Coco die zowat de hele avond in een dronken roes op een matras in een soort appartement, ingericht als café, lag te ronken. Ik zette het geprek voort, vooral met een drietal meiden die allemaal Natalia heetten en die met mij wilden blijven en blijven babbelen, want: ´¿De donde vienes? ¿De Bélgica? Aah, entonces hablas Francés ...´ (Waar kom je vandaan? Van België? Aah, dus praat je Frans. - Het is al heel wat dat ze weten dat er in België Frans wordt gesproken, meestal denken ze dat in België Belgisch wordt gesproken. En dus ik: ´Nee, in Belgié zijn er drie officiële talen, blablabla ...) Vooral één van die meiden, die redelijk goed Frans parleerde, was nogal opdringerig als jullie begrijpen wat ik bedoel. Maar ik bleef gelukkig ´nuchter´ genoeg om niet in te gaan op haar avances. En dit terwijl ik eigenlijk al had uitgemaakt dat ik verder wilde reizen en dat ik het met Paola ging afmaken, wat mij de volgende dag wat verward achterliet. Via Honda, een superheet plekje aan de Magdalenarivier ging het verder naar Bogotá ... en voor mij naar Socorro. Dit om de dertigste verjaardag van Paola te vieren ... en om te gaan uitleggen waarom ik ervoor koos om verder op reis te trekken, naar andere landen, het avontuur tegemoet. Gemakkelijk is dat niet, want je wil natuurlijk haar verjaardag niet gaan verbrodden, en anderzijds werd het met de minuut moeilijker, omdat ik die dagen echt wel besefte dat ik haar graag zag. Daarna is het ook een tijdje moeilijk gebleven; ik had de indruk dat ik iets heel moois aan het opgeven was. Ondertussen begint dat gevoel te veranderen en ben ik blij dat ik die dagen heb doorgezet, want momenteel voel ik me weer helemaal klaar om nieuwe landen te ontdekken, het avontuur tegemoet te gaan, te reizen, quoi ... Vooraleer naar Ecuador te vertrekken, stopte ik nog enkele dagen in San Agustin, in het zuiden van het land. Daar is de Magdalena, de grootste rivier van Colombia, niet meer dan een bergrivier. De omgeving is uitstekend om al wandelend te ontdekken en er is het Archeologisch Park. Dit is een verzameling van eeuwenoude precolombiaanse beelden, gemaakt door een indianencultuur. Dat is zowat alles wat men ervan afweet, want die cultuur is op mysterieuze manier verdwenen en tegen dat de Spanjaarden in Zuid-Amerika aankwamen, bleef er van die cultuur al niets meer over. Ze zijn prachtig, die beelden, en ze stellen mensen en dieren voor, soms mengvormen van de twee. Grappig waren de beelden waarbij een vrouw een kindje in haar handen houdt. Het is niet simpel om de betekenis van die beelden te achterhalen, juist omdat er van die indianencultuur haast niks bekend is. Maar het bezoek aan het park laat je achter met vele impressies, vele vragen in de trant ´stel je voor dat die indianen nog bestonden ... hoe zou het zijn?´ ... San Agustin was gewoonweg de perfecte afsluiter van Colombia, een land dat ik met een zekere weemoed verliet. Zes maanden op reis in een land dat mij eindeloos boeit en fascineert: de landschappen, de fruitsoorten, de verschillende klimaatzones, de honderdenéén verschillende culturen, mensen van alle kleuren, en een menselijke warmte en spontaniteit die ik volgens mij moeilijk in een ander land ga terugvinden. Ik ben nu een tweetal weken in Ecuador en het bevalt mij, maar de mensen zijn hier stiller en minder spontaan dan in buurland Colombia. En het is niet alleen die menselijke warmte, die spontaniteit van de Colombianen die de ervaring zo uniek maken. Ik heb er met zóveel interessante mensen gesproken en van één ding sta ik gewoonweg versteld: hun gave om, ondanks de verschrikkelijkheden die ze vaak in hun leven hebben meegmaakt, zo positief in het leven te staan, om zoveel menselijkheid te tonen in een land waar de mensenrechten nog steeds grof geschonden worden. Zoals gisteren: toen ben ik hier in Quito, Ecuadors hoofdstad, een Colombiaanse mensenrechtenactivist tegengekomen die niet terug naar zijn land kan, omdat hij anders riskeert afgemaakt te worden door de paramilitairen, die trouwens zijn vrouw voor dezelfde redenen hebben vermoord. En toch, die kerel heeft zijn zin om te leven, zijn humor, zijn trots om Colombiaan te zijn niet verloren ... Hartverwarmend! Al die factoren bijeen maken het gewoonweg een superinteressant land om op reis te gaan. Colombia heeft op mij een meer dan grote indruk achtergelaten, er op reis gaan is een ervaring die ik nooit zal vergeten. Ik prijs me gelukkig dat ik het heb mogen meemaken, want Colombia is gewoonweg una chimba, huevón! (zoiets als: megazalig, gast) Nu ga ik jullie verlaten ... proficiat voor zij die dit bericht in één keer hebben uitgelezen. De laatste tijd vallen ze altijd nogal lang uit ... Geniet van de foto´s!Uitleg bij de foto´s (de cijfers staan niet steeds bij de juiste foto´s - dat is niet mijn fout, wel die van Skynet): 1. Nadat ik terugkwam van Venezuela: met Madelin (links), Paola (midden) en Damien (onderaan) tijdens een wandeling in de buurt van Socorro. Made2. La Candelaria: het historisch centrum van Bogotá.Candelaria, historisch centrum Bogotá3. Danza contemporanea, eigentijdse dans, in Bogotá.danza contemporanea in Bogotá4. Na manneken Pis, de Colombiaanse Muchacho Orinando, hier wel in rustpositie. (Dit beeldje vond ik in een Bogotaans café en het kan bier pissen.) de Colombiaanse Manneke Pis5. Een zicht op Cali.Cali6. In een salsabar met enkele Caleños.in een salsabar met enkele locals7. Don Cerebro, de Meneer Hersens: Peace and love! Superrelaxte kerel ...Don Cerebro 8. Een zicht op het dorp Juan Chaco aan de Pacifische kust. Juan Chaco9. Met een bootje tussen de mangrove, daar waar een miniwatervalletje in het mangrovegebied terechtkomt. mangrove en watervalletje10. Een zicht op de Pacifische Oceaan vanaf een plek in de buurt van Boca Barra. zicht op Pacifische kust nabij Boca Barra11. Een feestje bij Noémie tijdens de ´ley seca´. Rechtsonder ziet u de Negro, Noémie staat van boven op de foto. De anderen zijn vrienden van de Negro. DSCN324412. De Valle de Cocora met zijn waspalmbomen. DSCN325513. Nabij de Valle de Cocora: waar zijn de kabouters gebleven?DSCN327514. Met de Coco aan een brug over de rivier Quindio. DSCN328115. Hyperactieve, etende kolibri´s in een ecologisch boerderijtje in een bos in de buurt van de Valle de Cocora. DSCN330516. Met de Coco en vrienden uit Pereira naar een waterval in de buurt van de stad. Op de foto ziet u Jaime, de Coco, Ana en Alejandra (vriendin van Jaime). DSCN332817. Aan de waterval in kwestie: rillen van de kou, maar puur plezier!DSCN334018. Slapen in het tentje op het terras van het minihuisje van Jaime en Alejandra: ofwel kamperen midden in de stad ...DSCN336219. Met Ana, Jaime en de Coco in de Pavo, een letterlijk en figuurlijk bruine kroeg in Pereira. DSCN337220. Eén van de vele kerken in Manizales. DSCN338721. Een zicht op het hete stadje Honda aan de Magdalena, de belangrijkste rivier van Colombia. DSCN340622. De verjaardag van Paola: het snijden van de taart. Later hing mijn gezicht zowat vol van de slagroom: foodfight!DSCN343023. San Agustin: dorpszicht.DSCN353624. Met Freddy, een local, en Olivier, een Fransman, aan de ´Estrecho´ van de Magdalena: daar waar de rivier door een geul van twee meter breed moet. Het verhaal wil dat er geen bodem is in de rivier op die plek en dat je naar andere dimensie gevoerd wordt wanneer je in het water springt. Er zijn al veel mensen verdronken aldaar. DSCN354125. De ´Estrecho´ van dichterbij: bodemloos?DSCN353526. De Magdalenavallei nabij San Agustin. Ik sliep er in een oud huisje met min of meer dit zicht!DSCN3532 27. Een beeld in het Archeologisch Park van San Agustin: let op het kindje!DSCN358128. Een ander beeld in hetzelfde park: let op die hoektanden. DSCN358429. Als afsluiter: Brian McIntyre, het kindje waarvan ik op 24 oktober 2007 nonkel werd, geboren in Japan, aangezien mijn zus Leen daar woont. Wat een schatje, nietwaar?bri-

20:26 Gepost door Peter in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

Commentaren

ik heb het nog niet allemaal gelezen maar ik geloof wel dat het er daar nog steeds gezellig aan toe gaat!
moest ge overwegen van naar argentina te gaan, wacht dan nog even tot in de zomervakantie, dan komen we elkaar misschien nog tegen

houwdu goe!
adios amigo!

Gepost door: tom | 10-12-07

oh ja, en kan iemand mij laten weten wie de duizendste bezoeker was?
die heeft immers nog iets van me tegoed...

Gepost door: tom | 10-12-07

ouw moeder ... nee serieus ikke

Gepost door: Jappe | 10-12-07

De commentaren zijn gesloten.