25-09-07

Over Colombiaanse hoogten en Venezolaanse laagten.

IMG_1399Ik laat jullie nog eens een bericht, want het vorige bericht ging tot en met Medellín en dat is toch alweer een tijdje geleden. Ondertussen heb ik nog wat meer tijd doorgebracht met Paola en heb ik zo Socorro, waar ze woont, nog wat beter leren kennen, ben ik naar het afgelegen dorp El Cocuy gereisd om daar enkele dagen in de bergen te gaan doorbrengen en heb ik de laatste twee weken in Venezuela gezeten, met de initiële hoofdreden dat mijn stempel in mijn paspoort die me toeliet zestig dagen in Colombia te verblijven, op het punt stond te vervallen. Ik heb er meteen gebruik van gemaakt om de Llanos, een grote vlakte met ongelooflijk veel (gevaarlijke en ook wel minder gevaarlijke) dieren te bezoeken. Laten we maar eens beginnen met waar we gestopt waren. Na Medellín was het weer tijd om Paola een bezoekje te brengen, want het was al meer dan drie weken geleden dat ik haar toen gezien had. Mijn plan was om een tijdje in haar heimat te blijven, om dan met haar naar één of andere grote Colombiaanse stad te reizen. Het zit namelijk zo: Paola is danslerares en er is vorige maand een nieuwe danscursus begonnen, georganiseerd door de gemeente Socorro en met Paola als lerares. Ze heeft het zo geregeld dat ze telkens de laatste week van de maand vrijaf heeft. In die week probeert ze workshops dans te volgen in welke grote stad van Colombia dan ook. Een interessant idee, want zo kan ze haar danskunsten nog wat bijschaven en tegelijkertijd geeft dat ons de gelegenheid om elkaar te zien in anonimiteitsland, waar niet iedereen om elke hoek zit te loeren om te ontdekken of wij nu iets hebben of niet. Ik overdrijf, hoor, dat is helemaal niet de sfeer die in Socorro hangt, maar je komt er voortdurend bekenden tegen en dus gaan we niet als een koppeltje door de straten lopen, want officieel zijn wij nog altijd louter vrienden. ´Amigos con derechos especiales´, noemen ze dat hier, vrienden met speciale rechten. Alleen, die plannen lopen zo een beetje in het honderd. Eind augustus was het initiële idee om naar Bogotá te gaan, maar uiteindelijk bleek het heel moeilijk om daar een workshop te vinden voor een week. Uiteindelijk kwam er niks van terecht, ook al omdat de in de VS-wonende zus van Paola op bezoek kwam in Bucaramanga. Paola heeft dan maar enkele danslessen gevolgd in een volksschool in Bucaramanga. Eén keer heb ik haar vergezeld, wat wel de moeite was, want het was die avond muziek uit het Pacifische gedeelte van Colombia, muziek die zeer Afrikaans van karakter is. Dat verklaart zich door het feit dat de meeste van de dorpen aan de Pacifische Oceaan vrijwel geheel zwart zijn. Het zijn afstammelingen van de Afrikaanse slaven die op allerlei plantages moesten werken. Ze hebben blijkbaar in grote mate hun cultuur en hun muziek behouden, ook al omdat die regio een zeer geïsoleerde streek is. De dorpen in Chocó, het overigens zeer arme departement dat een groot gedeelte van de Colombiaanse Pacifische Oceaan omhelst, zijn zelfs vandaag zeer moeilijk bereikbaar, deels omdat er maar amper wegen zijn, deels omdat het gebied nog steeds voorwerp is van de strijd tussen guerrilla en paramilitairen. De muziek die daar geproduceerd wordt, is wel dik de moeite. Uiteindelijk had ik niet veel moeite om de danspassen te volgen (volgens Paola pik ik snel nieuwe danspassen op), maar ik had wel te maken met het eeuwige probleem waarmee Europeanen te maken hebben: de heupen. Ik probeerde en probeerde maar mijn heupen te zwieren in alle mogelijke richtingen. Hopeloos, de hele tijd had de dansleraar maar één opmerking: de heupen! Beweeg die heupen! Als ik me dan meer daarop probeerde te focussen, verloor ik de danspassen. Ik heb mezelf dan maar gezegd dat ik me zou concentreren op de danspassen en dat die heupen eventueel later wel zouden volgen. Ik moet zeggen: die heupbewegingen, dat zit er hier van jongs af aan ingebakken. Vanaf jonge leeftijd dansen de Colombiaantjes: tijdens het wachten op de bus naar school, voor het cafeetje naast de school waar salsa, vallenato of merengue de wereld in worden geblazen, in de school zelf, na schooltijd, thuis en ´s avonds tijdens één of ander feest. Het is dus wel logisch dat zij op één of andere manier voorsprong hebben op een Europeaan als ik, afkomstig zijnde van een land waar dans totaal verwaarloosd wordt, gedeeltelijk omdat zoveel volk schrik heeft om op de dansvloer te gaan staan (uitzondering: wanneer de Belg gedronken heeft), gedeeltelijk omdat een deel van de traditionele dansen (die onder meer heel af en toe in de school worden aangeleerd) oersaai zijn ... En dan nog meer: welke traditionele dansen hebben wij eigenlijk in België, buiten de kuskesdans? Het feit dat ik er niks van af ken, zoals zoveel van mijn vrienden, zegt al genoeg. Ergens is het toch wel spijtig dat dat deel van het leven bij ons zo verwaarloosd wordt. Niks daarvan in Colombia, een land dat werkelijk bulkt van de verschillende muziek- en dansstijlen. Ik vernoemde al salsa, vallenato, merengue, maar verder zijn er cumbia (waarbij de Afrikaanse invloeden niet te onderkennen zijn), de joropo (de dans van de llanos, waarbij met de voeten haast tapdansgewijs op de dansvloer gestampt wordt), Mapalé (tevens zeer Afrikaans gericht) en zoveel meer dansen die ik niet ken maar die ongetwijfeld de moeite waard zijn. Ik weet wel, nothing beats the kuskesdaans, maar toch ... Buiten die danslessen was Bucaramanga weer niet echt de moeite. Als je er niet zoals ik voor een heel specifieke reden naartoe gaat, heb je er eigenlijk niks te zoeken. Het is een heel georganiseerde stad (althans naar Zuid-Amerikaanse normen), maar daar houdt het dan ook bij op. Maar omdat ik een specifieke reden had om naar Bucaramanga te gaan, was het dus wel een prettig verblijf. Ik ontmoette er de zus van Paola en haar man, zeer sympathieke mensen die er duidelijk van genoten om nog eens in hun thuisland te zijn. Mensen die blij genoeg zijn om in El Paso, Texas, te wonen, want er zijn daar nu eenmaal veel meer mogelijkheden dan in Colombia en alles is gewoonweg veel beter georganiseerd, maar de menselijke kwaliteiten van de Colombianen, die missen ze toch wel in Texas. Naar mijn ervaring met de Colombianen en mijn beperkte ervaring met Amerikanen kan ik me dat echt wel voorstellen. In Bucaramanga bleef ik eveneens enkele dagen overnachten bij Jhonatan (zo geschreven), een maat uit Socorro die in Bucaramanga studeert. Op zich was dat ook wel een ervaring op zich. Hij leeft namelijk in een huis met zijn zeer slecht ter been zijnde grootmoeder en twee tantes. Jongens toch, gelovig dat die waren, dat heb ik nog niet veel meegemaakt. De dagen dat ik er doorbracht, waren ze haast constant bezig met bidden. ´s Morgens na het eten, bidden. Om tien uur, bidden. s´Middags na het eten, bidden. Om drie, vier uur, bidden. ´s Avonds na het eten, bidden. ´s Avonds voor het naar bed gaan, bidden. Steeds met zijn drieën, geknield en luidop fezelend. Gelukkig ben ik niet gelovig, al dat bidden, ik zou er zot van worden, denk ik. Jhonatan dacht er ook zo het zijne van, want hij is nu niet echt het prototype van de gelovige katholiek, maar alles went zeker. In elk geval, het waren vriendelijke mensen waarmee ik enkele interessante gesprekken heb gehad. Ik heb ook veel respect voor de manier waarop de tantes hun moeder behandelen, een licht dementerend oudje dat me wel vijf keer gevraagd heb waar ik vandaan kom. Ze dacht trouwens dat België een departement van Colombia was, wat nog maar eens onderstreept hoe slecht vele Colombianen hun eigen land kennen. Zovelen kennen enkel hun eigen departement. In andere delen van hun eigen land zijn ze nog nooit geweest. Daarom blijft Colombia tot vandaag een land met zoveel verschillen. In België spreekt men vaak over multiculturaliteit. Je zou eens naar hier moeten komen en verscheidene delen van Colombia bezoeken, dan weet je pas was multiculturaliteit is. Colombia is werkelijk een mix van culturen en gewoonten en tegelijkertijd zijn de onderlinge verschillen nog vaak zo groot. Ga naar de Caraïbische kust en daarna naar één of ander dorp in Boyacá (hoog gelegen departement in het centrum van het land), alsof je in een ander land, of zelfs op een ander continent bent ... Dit feit alleen al, maar ook al omwille van de menselijke warmte die blijkbaar de Colombianen van ALLE regio´s typeert, maakt dit land zo fascinerend en interessant. En als je dan nog eens una Colombiana tegengekomen bent ... Nee, in feite roept ons samenzijn soms tegenstrijdige gevoelens bij me op. Ik vind haar nog steeds super, maar er gaat een moment komen dat ik een beslissing ga moeten nemen. Zij heeft namelijk niet de mogelijkheid om te reizen zoals ik. Ik daarentegen wil blijven reizen, maar ook bij haar zijn. Het feit dat ze één week per maand vrij heeft, is een perfecte tijdelijke oplossing. Echter, normaal gezien moet ik binnen twee maanden als toerist Colombia verlaten (als toerist heb je maar het recht om 180 dagen op een jaar in Colombia te blijven) en dan wordt het dus allemaal wat gecompliceerder. Het feit dat haar plannen om naar Bogotá en Medellín te gaan in het water vallen, maakt het allemaal nog wat gecompliceerder. Hadden die plannen doorgegaan, dan hadden we samen kunnen zijn en dan had ik die steden wat beter kunnen ontdekken. In het geval van Medellín: eind september wordt daar altijd een festival van moderne dans georganiseerd, met haast uitsluitend gratis workshops. Voor Paola dé gedroomde gelegenheid om haar danskunsten bij te schaven. Echter, dit jaar blijkt het eerste jaar in tien jaar te zijn dat het festival niet georganiseerd wordt, omdat de staat besloten heeft de subsidies voor het festival stop te zetten. Waarschijnlijk wordt dat geld nu gebruikt om de guerrilla in de pan te hakken ... De investeringen in de guerra worden opgeschroefd en dus moet er op andere vlakken bespaard worden. Een trieste realiteit, maar helaas waar. Het alternatieve plan voor de week die komt is weer maar eens Bucaramanga. Aangezien ze daar veel familie heeft, wordt ons samenzijn weer op één of andere manier beknot. Niet dat die familie niet tof is, integendeel, maar soms wil je toch wel wat meer tijd voor je tweetjes. Ik denk daar trouwens niet alleen zo over, Paola voelt het ook zo aan. Enkel, ze kan nogal moeilijk naar Bucaramanga gaan en niet haar familie bezoeken. Dat wordt hier namelijk als iets heel raars beschouwd. Maar bon, uiteindelijk zijn het luxeproblemen en komt het er in de volgende weken op aan een keuze te maken: ofwel reis ik verder in het hele Zuid-Amerikaanse continent waarbij een relatie met haar niet vanzelfsprekend is, ofwel zoek ik een manier om langer in Colombia te blijven (op zich al een even aangename gedachte, aangezien het land me zo erg bevalt en het feit dat we dan veel tijd hebben voor elkaar). De volgende weken zullen me wel duidelijk maken wat ik werkelijk wil. Bon, na Socorro en Bucaramanga, was het tijd voor nog eens iets anders. Ik vond het al zolang geleden dat ik nog eens wat echte bergen had getrotseerd en een bezoek aan het nationaal park El Cocuy leek me geen slecht idee. Ondanks het feit dat het dorp met het gelijknamige toponiem in vogelvlucht slechts een tweehonderdtal kilometer van Bucaramanga ligt, zou de reis ernaartoe zo´n twee dagen duren. Dat kwam zo. Het eerste gedeelte ging over een geasfalteerde weg, maar al snel veranderde die in een bergpad. Op die paden rijden de bussen niet harder dan twintig kilometer per uur, terwijl je toch stevig door elkaar geschud wordt. In zowat elk dorp moet je dan nog overstappen, wat de nodige vertragingen met zich meebrengt. Interessant is wel dat je zo in dorpen komt die heel afgelegen zijn, met heel nieuwsgierige mensen, want ja, ze hebben bij wijze van spreken nog nooit een buitenlander gezien, laat staan gesproken. Je ziet tijdens die busritten tevens de landschappen veranderen. Traagjesaan veranderen de tropische vegetatierijke bergen van het departement Santander in de groene, meer Europeesachtige vegetatie van het hogergelegen Boyacá. Zelfs de huidskleur van de medereizigers verandert. De Boyacanen zijn een tikje blanker dan de Santanderianen. Ze hebben vaak rode wangen, een gevolg van de vaak koude wind. De klederdracht verandert en de mensen beginnen zelfs een beetje te stinken (door het koude klimaat wassen de Boyacanen zich minder frequent dan de Santanderianen en de neus merkt dat wel op). Het karakter van de mensen is er ook anders. Hoewel de Santanderianen erg vriendelijke mensen zijn, kunnen ze toch niet tippen aan de Boyacanen, die bekend staan als goedgezinde, harde werkers. Ik moet zeggen, ik denk dat ik van de hele reis nog niet zo´n vriendelijke mensen ben tegengekomen als in El Cocuy. Ik werd er werkelijk overal met de glimlach ontvangen, en die glimlach was authentiek, het was geen geldglimlach, daar ben ik wel zeker van. Het feit dat het dorp zo moeilijk bereikbaar is, telt gewoonweg niet wanneer je ter plekke komt en beseft dat het dorp echt wel dik de moeite is. Naast de warmte van de mensen is het een prachtig dorp met witte huizen, met iets verderop het nationaal park El Cocuy, waar je werkelijk adembenemende wandelingen kan maken. De tocht naar het dorp had ook wel iets avontuurlijks. Op één bepaald deel moesten de mannen in het busje, ikzelf inclusief, voortdurend uitstappen om het uit de modder te duwen. De nachtelijke regen had de zandweg namelijk in een modderpoel veranderd. Maar er is meer. De tweede dag lifte ik mee met een truckchauffeur die een wel vijftien meter lange rolband moest transporteren naar een dorp niet ver van El Cocuy. Die rolband diende om cement aan te maken. Echter, het gevaarte bleek niet echt bestand te zijn tegen de hobbelige wegen waar de camion over moest. Voortdurend vielen er machineonderdelen van de camion en moesten we dus stoppen. Eén keer verloren we een cilinderachtig onderdeel. Ik met een busje enkele kilometers naar beneden om de wegranden kilometers lang uit te pluizen. Niets gevonden. Op die manier verlies je natuurlijk wel heel wat tijd. Achteraf had ik die tocht van twee dagen, die soms hard was, voor geen geld van de wereld willen missen, ook al omdat het uiteindelijke reisdoel, het bovengenoemde nationaal park erg de moeite was. Ik ben er in totaal vijf dagen gebleven. De eerste dag nam ik een busje dat de melk bij de boeren ging ophalen tot aan de ingang van het park. Ik liet mijn rugzak achter bij Alejandro Herrera, een lokale paardenboer die in een huisje zonder electriciteit en verwarming woont op 3900 meter hoogte. Overdag was het goed weer en ik beklom een berg tot op een hoogte van zo´n 4600 meter, schat ik. Op dat moment kreeg ik stekende koppijn en begon ik me duizelig te voelen, hoogteziekte dus, een gevolg van het niet aangepast zijn aan de grote hoogte. Toch was het zeer goed dat ik die dag zo hoog geklommen ben, want de volgende dag had ik totaal geen last op die hoogten. Die tweede dag wandelde ik tot aan het meertje Laguna de la Plaza, een uitputtende wandeling die langer duurde dan ik me had voorgesteld. Ik kwam er tegen het schemeren aan en toen ik de tent wilde gaan opstellen, merkte ik dat ik mijn zaklamp vergeten was bij Alejandro. Gelukkig kon ik me op tijd installeren en had ik kaarsen bij. Die nacht zou ik echter bijna geen oog dichtdoen. Ik had mezelf een groot plastiek zeil aangeschaft, zodat ik niet nat zou worden. Regenen zou het die nacht niet doen, sneeuwen wel! Daardoor kwamen de muren van het tentje als het ware op mij af. Ik moest af en toe eens tegen de wanden boxen om de sneeuw er af te slaan. Binnen werden mijn voeten nat en dus had ik een hele nacht koude voeten. ´s Morgens liet ik mijn plan, om een dag aan het meer te blijven, varen, want het was mistig en dus kun je sowieso niet veel zien. Spijtig, want niet ver van het meertje heb je naar het schijnt een fenomenaal uitzicht op de llanos, laaggelegen vlak gebied. El Cocuy is namelijk het meest oostelijk gelegen punt van het Colombiaanse Andesgebergte. Aan de oostkant ervan volgen niets anders dan laaggelegen vlakten. Aangezien er nogal wat van mijn kleren nat geworden waren, besloot ik die nacht maar terug naar het huisje van Alejandro te gaan. Het zicht op het op 4300 meter hoogte gelegen meertje was, ondanks de mist, wel erg mooi. Volgens sommigen betreft het het mooiste meertje van heel Zuid-Amerika. Het is wel een beetje spijtig dat ik het meer niet beter heb kunnen leren kennen, maar met een dik pak mist en natte kleren is er natuurlijk niet zoveel aan. De derde dag wandelde ik dus terug naar Alejandro, die blij was om me te zien, want hij had zich al zorgen om me gemaakt, zo alleen in dat slechte weer. Dag vier was een rustdag, niet omdat ik dat zozeer wilde, maar wel omdat het de hele dag regende. En koud dat het was. En koude voeten. En mijn lippen waren zo schraal dat ze na een tijd begonnen te bloeden. Dag vijf was het weer een zonnige dag en wandelde ik langs af en toe geschift gevaarlijke paden tot aan de Pulpito del Diablo (iets hoger dan 5000 meter - zie foto´s), althans daar waar de eeuwige sneeuw begint. Een avontuurlijke tocht, dat was het zeker wel. Dik de moeite, dat ook. De bergen, het blijft toch wel mysterieus. Ik heb me er vaak zo klein gevoeld. Je zou er nog bijna religieus van worden ... Het verblijf bij de eerdergenoemde Alejandro was ook heel aangenaam. Hij en zijn vrouw leven heel simpel: koken op houtvuur, een huis geconstrueerd met wat ze in de bergen vinden (met onder meer muren gemaakt van de stammen van de frailejones, een plant die ik in een vorig bericht al eens beschreven heb). Zoals ik al zei hebben ze er geen electriciteit en geen verwarming. Om acht uur ´s avonds kruipen ze er onder de lakens ... en dekens, want zelfs in een land als Colombia is het op 3900 meter hoogte ´s nachts behoorlijk koud! De zesde dag verliet ik het nationaal park en keerde ik via de Camino Real, het koninklijke wandelpad, terug naar het op 2700 meter hoogte gelegen dorp El Cocuy, genietend van de minder koude wind en het groener wordende landschap. De tocht was hard geweest, maar een onvergetelijke ervaring. Prachtig gewoon, hoe zalig afzien kan zijn ... En zelfs die zesde dag was het nog niet gedaan, want dat ´koninklijke wandelpad´ was niet meer dan een slijkerige modderpoel waar je voortdurend moest uitkijken om niet uit te glijden. Avontuur, dat wel! Dan terug in het dorp aankomen, een warme (lees: lauwe) douche nemen en twee dagen platte rust! Hoe heerlijk toch. Ik verbleef er in een grote kamer met multi channel television (voor iets meer dan 2,5 euro per nacht trouwens, de beste prijs-kwaliteitsverhouding die ik tot nog toe in Colombia heb gehad). Het was US-Open en ik heb er genoten van de tennismatchen die ik er, uitgestrekt op mijn bed, heb gezien. Verder ontmoette ik er nog wat locals met wie ik ´s avonds de cafés opzocht en met wie ik wat ronddalkte overdag. El Cocuy, dik de moeite! De volgende bestemming zou Tunja, de departementele hoofdstad van Boyacá worden. Ik kan er kort over zijn (ik ben er maar twee dagen geweest): het is een relaxed studentenstadje met gezellige cafés en een mooi koloniaal gedeelte. Het is er redelijk koud (ligt op 3000 meter hoogte) en naar Colombiaanse normen een beetje bourgeois, wat zich uit in hogere hotelprijzen dan elders. Ik was er naartoe gegaan om Zhaitter, een maat uit Valle de San José (dicht bij Socorro) die in Tunja studeert, te bezoeken, maar bleek dat die niet in Tunja was, wel in Valle! Ongeveer rond hetzelfde moment besloot ik dat ik terug een tijdje naar Venezuela zou gaan (de zestig dagen bijna eindigende) en aangezien Socorro en Valle op de weg liggen, bracht ik nog even een bezoek aan Paola en aan Zhaitter. Het bezoek aan Zhaitter, samen met Paola, was wel erg tof! Het was slechts één namiddag. De hele tijd zaten we aan een rivier waar ik al eens gekampeerd had, samen met hem, Paola, een neef van Zhaitter en twee psychologiestudenten uit Bogotá. En de hele dag werd er hevig gediscussieerd en gol getrapt over een hele reeks items. Ondertussen ledigde de emmer guarapo zich (een alcoholische drank op basis van panela, wat je verkrijgt uit suikerriet vooraleer het omgezet wordt in suiker, en ananas). De twee Bogotanen bleken ook nog eens echte ganjaliefhebbers te zijn. Ik smoorde wel niet mee, want alcohol daarmee vermengen is niet altijd een goed idee, dunkt me. Ik kreeg wel de slappe lach toen ik hen vroeg waarover ze een studie maakten in Valle de San Jose. Met de guarapo in de hand vertelden ze dat die ging over het huiselijk geweld in een Santanderiaans dorp, met name Valle de San Jose, specifieker over de invloed van de consumptie van guarapo op het huiselijk geweld ... Tja, je moet weten waarover je babbelt natuurlijk. Na Socorro en Valle werd het tijd om de Venezolaanse grens op te zoeken. Had ik een dag later de grens overgestoken, ik had misschien wel een zware boete aan mijn broek gehad. Ik was dan ook content dat ik de elfde september om 20:04 uur de brug tussen Colombia en Venezuela, met de stempel ´salida´ van de Colombiaanse douane, de grens overstak. Het verschil was al meteen frappant! In Venezuela was het al na negen uur (één uur verschil) en alles was al dicht! Bijna geen kat in de straten, donkere steegjes, gure figuren. Wat een verschil met Colombia één kilometer verderop, waar ´s avonds alles gewoonweg open is, waar de locals op de hoek van de straat staan te keuvelen, waar een gewoonweg veel relaxter sfeertje hangt. Ik sta er toch telkens van versteld hoe landsgrenzen in Zuid-Amerika mentaliteitsgrenzen zijn, leefgrenzen, cultuurgrenzen, gevaarsgrenzen, autogrenzen (in Colombia klein maar fijn - in Venezuela grote Amerikaanse bakken). Gelukkig vond ik nog een por puesto naar San Cristóbal, waar ik een nachtbus naar Mérida wilde nemen, de bekende en gezellige studentenstad in de bergen, zowat de meest veilige (of minst gevaarlijke?) en sympathiekste stad van heel Venezuela. Om elf uur ´s avonds kwam ik aan in een lege busterminal, met een kerel die me vroeg de terminal te verlaten aangezien ze gesloten ging worden. Nachtbussen naar Mérida? Nee, meneer, die zijn er niet. De eerste bus vertrekt morgen om vijf uur ´s morgens. Daar stond ik dan om elf uur ´s avonds in een Venezolaanse stad met al mijn hebben en houden: niet echt aan te raden, maar ja, soms gebeurt dat gewoon. Erger nog was dat alle hotels in de buurt van de terminal ofwel vol waren, ofwel buitensporige bedragen vroegen. Uiteindelijk slaagde ik erin om in een relatief gortig hotelletje voor een kamer tot vijf uur ´s morgens af te bieden tot 25 000 bolivars, oftewel (volgens zwarte marktwisselkoers) vijf euro, of (volgens officiële koers) zo´n acht euro. Maar bon, ik was in safety. De volgende morgen nam ik de bus naar Mérida, waar ik een kamer zocht in Posada Patty, waar ik al eens verbleven had. Mijn plan was om enkele dagen in Mérida te blijven en vervolgens enkele dagen naar de llanos te gaan, waar je allerlei wilde dieren kan gadeslaan. Het verblijf in Mérida was erg tof en vooral feestelijk. Elke avond ging ik met Denis, een Fransman die ook naar de llanos wilde gaan, op stap, aangespoord door het (in vergelijking met Colombia en zeker met welk Europees land dan ook) spotgoedkoop bier! Mérida kent daarenboven een hele resem sympathieke cafés die bevolkt worden door de studenten die in grote getalen aanwezig zijn. In de posada leerde ik in enkele dagen meer reizigers kennen dan in vier maanden in Colombia (soms is het nog wel eens tof om andere reizigers tegen te komen, hoewel ik zeker niet heel de tijd bij andere reizigers wil zijn) en met hen gingen we uit en leerden we in de cafés weer Venezolanen kennen. Het zoeken van volk voor onze tour was echter niet zo simpel. Ofwel was men er al geweest, ofwel vertrok men van Mérida naar het paradijselijke oord Caracas om er het vliegtuig naar het thuisland te nemen. Na enkele dagen begon dat wel frustrerend te worden. Ik was om twee redenen naar Mérida gekomen: om me wat te amuseren in de stad en om een tour naar de llanos te regelen. Het merendeel van die tours wordt namelijk vanuit Mérida georganiseerd. Alejandro, de Chileen van de posada, had ons echter een veel goedkopere prijs voorgesteld dan de touroperators, alleen, we moesten nog twee personen vinden (anders was het te duur). Vorige zondag, zeven dagen geleden, had ik de hoop al opgegeven, toen een sympathiek Frans koppel, Cédric en Mélanie, de posada binnenstapte, vragende of men er tours naar de llanos organiseerde. Eindelijk! Eindelijk, alsof ze als een geschenk uit de hemel kwamen. Ik was dus supercontent, want op de valreep zou ik toch nog naar de llanos kunnen. Alleen, bleek dat de contactpersoon van Alejandro, de bezitter van een kampement in de llanos, ons niet kon verderhelpen, want zijn kampement was al volgeboekt. Die zondagavond en de maandag erop waren echt helse momenten, want we waren met drie, niet met vier! Doordat Alejandro ons niet zijn goedkope tour kon aanbieden, haakte Denis af, want een duurdere tour kon hij niet meer betalen. (Hij stond op het punt om naar Colombia te vertrekken en zijn laatste zwarte marktbolivars waren aan het slinken.) Die maandag zochten en zochten we met zijn drieën naar een vierde (en eventueel vijfde persoon). Cédric en Mélanie waren namelijk een gids tegengekomen die ons een tour van vier dagen voor een relatief goedkope prijs kon aanbieden. Maar tevergeefs. Iedereen die we aanspraken had al andere plannen. Eén Amerikaans koppel had één minuut eerder betaald bij een touroperator. Hun reactie: ´Ooh, shit, if we had known...´ Hoewel uiteindelijk een luxeprobleem, begon ik het van al dat ´Ja, we kunnen gaan.´ - ´Nee, toch niet´- gedoe vandeeg op mijn heupen te krijgen. Tot het verlossende moment kwam en we na wat onderhandelen met die gids voor een hogere maar toch nog relatief goedkope prijs vier dagen met zijn drieën naar de llanos konden. Dus, uiteindelijk, uiteindelijk, uiteindelijk, zou ik toch kunnen gaan! En achteraf bekeken hebben we veel geluk gehad. Carlos, onze gids, was een toffe peer die wilde dat we genoten van de llanos en die altijd voor ons klaarstond. Het kampement was heel goed (goed eten, slapen deden we in hangmatten). Nicandro, de baas van het kampement, bovendien een llanero pur sang, was heel relaxt en altijd erg grappig. Totaal geen stoefer en iemand die zijn job kende! Echt, de handigheid waarmee hij kaaimannen uit het water toverde en ze veilig aan de oever bracht, was echt verbazingwekkend. De mensen die in de llanos leven (en dat zijn er niet veel) staan elke dag oog in oog met een natuur die zich van een net iets gevaarlijkere kant laat zien dan in België. Tijgers, anaconda´s, kaaimannen, miereneters (gevaarlijk!), maar ook muggen en ander ongedierte vormen steeds een bedreiging. Ze hebben echter geen schrik van die dieren. Hun kennis erover maakt dat ze weten in welke omstandigheden de verschillende dieren gevaarlijk zijn en ze zijn daar op ingesteld. De twee dagen dat we werkelijk in de llanos waren, waren ingedeeld in vier basisactiviteiten. (De twee andere dagen waren transport - een rit van negen uur heen.) Voor ons begon het met een paardenrit. Ik heb nooit echt paardgereden, maar in feite is het helemaal niet moeilijk. Het is zelfs heel logisch. Als je wil dat je paard stopt, trek je eens stevig aan de teugels. Wil je dat ie harder gaat, dan roep je: ´Ay, oppaaa ...´ en sla je eens goed op zijn billen. Een avontuurlijke tocht was het door onder water gelopen vlakten. Steeds loerde er gevaar, want er kunnen overal kaaimannen en anaconda´s zitten. Maar met Nicandro in de buurt voelden we ons op één of andere manier altijd in veiligheid. Tijdens de tocht kwamen we een miereneter tegen, die blijkbaar heel gevaarlijk kan zijn. Het valt normaal gezien alleen maar mieren aan, maar als het zich in het nauw gedreven voelt, durft het wel eens in een kamikazepiloot te veranderen. Ze hebben namelijk drie lange nagels en doorboren daarmee je longen. Tegelijkertijd steekt hun harde tong je via de neus de hersenen uit. Goed dat ze ons dat achteraf pas verteld hebben ... Ze zien er niet zo gevaarlijk uit, maar het feit dat het het enige dier is dat niet wordt aangevallen door tijgers, zegt al genoeg. Tijdens de tweede activiteit, de safari, maakten we kennis met een anaconda op zo´n dertig kilometer van het kampement. Het gevaarte was zes meter lang, maar was zeer relaxt. Ze had namelijk recentelijk een kaaiman verorberd en was aan het vervellen. Het was verder een vrouwtje en rond deze tijd van het jaar zijn die blijkbaar wel eens zwanger. Drie redenen om te zeggen dat het te gevaarlijk was voor de anaconda om hem op te tillen en een foto van de haar te maken, gedragen wordende door de leden van de groep (in dit geval wij gedrieën en zes anderen die via een touroperator in hetzelfde kampement zaten). Ik was er wel tevreden over dat er uiteindelijk rekening werd gehouden met de slang en dat ze niet koste wat kost uitgestrekt moest worden, wat de slang in kwestie had kunnen schaden. Zo, opgerold, was het al een adembenemend fenomeen. Zo sta je daar dan, oog in oog met de langste slang ter wereld! Maar gelukkig dat ze fragiel was en net gegeten had, zodat het niet al te gevaarlijk was. Ik heb, als haast enige in de groep, de slang aangeraakt, gewoonweg omdat het me eerst gevraagd werd en de kop van de slang de andere kant opkeek. Daarna draaide de slang zijn kop naar de groep en werd het te gevaarlijk om ze aan te raken. Maar, ik verzeker je, je kijkt je ogen haast uit je doppen wanneer je zo´n wonder van de natuur staat te bewonderen. Echt fascinerend! En hoe ze bewoog ... om kippenvel van te krijgen. Ik denk dat iedereen in de groep wel enorm onder de indruk was. Daarna hielden we er namelijk niet over op om over de anaconda te spreken. Wat verderop ging Nicandro in een waterpoel met een stok op zoek naar een kaaiman en jawel, iets later had hij er één gevonden. Zoals ik al heb aangegeven, haalde hij die met de grootste handigheid uit het water. Daarna werd zijn bek met een schoenveter, de mijne trouwens ;-), dichtgeknoopt en mochten wij de kaaiman vastpakken. Zo´n kaaiman, dat voelt wel raar aan. Ik had zijn huid veel harder en taaier voorgesteld. Het had zelfs iets elastisch en was een beetje blubberachtig. Nadat de vrijwilligers de kaaiman hadden vastgepakt, werd het beest weer losgelaten en keerden we terug naar het kampement. ´s Avonds begaven we ons naar een feest met muziek van de llanos. Shake that bootie! De volgende dag begon met een boottocht die minder spectaculair was dan ik me had voorgesteld. Wel hebben we samen met een zoetwaterdolfijn gezwommen, wat wel een zalige ervaring was. Blijkbaar is het in de buurt van een zoetwaterdolfijn zwemmen zowat het veiligste wat je in de rivieren van de llanos kan doen, want, zo vertelde Carlos ons: ´De dolfijn is de koning van de rivier.´ In de buurt van een dolfijn zul je geen kaaimannen en piranha´s aantreffen, aangezien ze door de dolfijnen worden aangevallen. Die dolfijnen vallen verder geen mensen aan, dus werd het een heerlijk potje zwemmen. De laatste activiteit was uiteindelijk het piranhavissen. Jawel, de piranha´s gingen ons niet opeten, wel gingen wij ze vissen om ze ´s avonds in het kampement te verorberen. Zalig! Piranha´s vissen doe je niet met wormen, wel met stukken kip! En jawel, ik ving er één! Amaai, het gevoel dat piranha´s vissen bij je oproept, is heel speciaal. Je weet dat je, als je te ver de rivier ingaat en je toevallig een beetje bloedt aan je benen, levend wordt verscheurd door die allesvreters. Het is dus oppassen geblazen! Heel direct! Het geeft je een adrenalinekick, dan kan ik je wel zeggen! Vooral dan wanneer je ze uit het water haalt en je ze met een stokslag op hun hoofd dood slaat. Je moet wel, want eens ze hun bek openen, zijn ze gevaarlijk! Piranha´s blijken dan nog eens overheerlijke vissen te zijn! Echt delicioso! De laatste dag keerden we dan terug naar Mérida, erg moe, maar nog veel meer voldaan! Ik raad iedereen aan die ooit naar Venezuela reist, de llanos te bezoeken. Die vier dagen hebben ons uiteindelijk 450 000 bolivars per persoon gekost, volgens zwarte marktwisselkoers nog geen honderd euro. Echt niet zo duur. (Met een tour is het wel duurder.) Ik ben dan ook erg blij dat de reden van mijn korte verblijf in Venezuela, de llanos bezoeken, uiteindelijk werkelijkheid werd. Zeker achteraf bekeken! Echt een unieke ervaring, al die dieren, en dan nog de vergezichten die je er terugvindt. Spectaculair! En hierbij ga ik het houden. Deze nacht vertrek ik weer naar Colombia! Ik kan niet wachten ... Om jullie een beetje te verwennen na al dat gelees, heb ik ook deze keer foto´s toegevoegd. Enjoy! Enne ... het ga jullie goed! Uitleg bij de foto´s: 1. Met Paola en anderen feestend in een dansbar in Bucaramanga. DSCN21312. Het dorpsplein van El Cocuy in de schemering. DSCN21733. Het Parque Nacional Natural El Cocuy: inderdaad, cien por ciento natural ...DSCN21914. ... soms voelde ik me wel wat kleintjes daar in de bergen.DSCN22145. Met mijn tentje in de sneeuw: een onvergetelijke ervaring, maar met een tentje op het strand is toch net iets meer relaxt. DSCN22356. De Laguna de la Plaza, koud en mistig. DSCN22377. Een landschap op weg naar de Pulpito del Diablo. Een geschift paadje was dat.DSCN22598. De Pulpito del Diablo. Na het nemen van deze foto ging ik terug naar beneden, want de koppijn begon zwaar op te steken. DSCN22699. Alejandro Herrera, de man in wiens nederig stulpje op 3900 meter hoogte ik enkele nachten verbleef. Grappige en interessante man die op een oh zo eenvoudige manier leeft. DSCN227610. Enkele kids uit het dorp El Cocuy die ik tegenkwam tijdens de terugtocht naar hetzelfde dorp. DSCN228911. Jaime, een supervriendelijke winkelier uit El Cocuy die me meermaals op de koffie uitnodigde met zijn zoon, een overigens heel intelligent baasje. DSCN230012. Het centrum van de studentenstad Tunja. Er is heel wat van de koloniale architectuur bewaard gebleven in dit sympathiek stadje.DSCN230613. De namiddag aan de rivier in Valle de San Jose. Van rechts naar links: Zhaitter, zijn neef, de twee Bogotanen en Paola. Allemaal lichtjes aangeschoten door de guarapo uit de groene emmer die je op de foto ziet.DSCN230914. Een zicht op Socorro en de nabijgelegen bergen. DSCN231615. Het busticket Socorro - Bucaramanga dat ik een tijdje geleden kocht. Na Betty B(oob) bestaat er nu blijkbaar ook een Petty P(oep)? Mijn naam wordt hier op alle mogelijke manieren geschreven: Piter, Pitter, Petter en af en toe ook wel eens Peter. DSCN2318 16. Armworstelen met de dochter van Patty, de bezitster van de gelijknamige posada. Vanaf hieraf aan zijn alle foto´s in Venezuela. DSCN232317. Mérida, Venezuela, dat is feest, feest en nog eens feest! Op de foto, van links naar rechts: Denis (Frankrijk), Christelle (Frankrijk), Lucas (Zwitserland) en onderaan ikzelf. DSCN234018. 47 liter diesel voor 2255 bolivars, oftewel minder dan aan halve euro!DSCN236619. Een typische Venezolaanse bus die we tegenkwamen toen we op weg waren naar de Llanos. IMG_124620. Een zonsondergang in de Llanos ...DSCN237721. Met Cédric in de slaapplaats van het kampement. Zoals je ziet sliepen we daar in hangmatten, ok, maar toch niet hetzelfde als een bed.IMG_126522. Hoewel ik nog nooit echt paardgereden had, slaagde ik er toch min of meer in om het beest te laten doen wat ik wilde.DSCN238823. Nicandro, de baas van het kampement met zijn paard. DSCN239524. Een miereneter, gevaarlijker dan het er uitziet ...DSCN239925. Wij op zoek naar de anaconda. IMG_128426. Daar is ie dan. IMG_128727. De kop van de anaconda, één en al gevaar!IMG_129628. Het moment voor het aanraken van de slang. Van het moment zelf is er helaas geen foto ...DSCN243329. Onze gids Carlos naar de paarden kijkend die hij daarna samen met Nicandro en met de lasso mee uit de omheining zou halen.IMG_138530. Een zicht op de waterrijke llanos: in het water wachten kaaimannen, anaconda´s en piranha´s je op ...DSCN245631. Het moment waarop Nicandro op de kaaiman stoot. Het is een toeval dat ik net de foto nam op het moment dat de kaaiman uit het water kwam. Rechts op de foto zie je reeds de opwelling van het water ...DSCN246032. Ikzelf met de kaaiman in mijn handen ... nadat de bek wat dichtgeknoopt natuurlijk!DSCN246933. ¡Musica llanera! DSCN247834. ... daar kan Flip van Jommeke niet tegen op. DSCN247935. Zwemmend daar waar een dolfijn in het water rondspartelde. Spijtig genoeg zijn ze nogal moeilijk in een foto te vatten, want wanneer je de knop indrukt is hij al terug het water in verdwenen. DSCN250236. Mélanie met de lieve dochter van Nicandro. DSCN251437. Ikzelf met ´mijn´ piranha nadat ik hem uit het water had gevist.DSCN252538. Twee waterhonden, die steeds boven water komen om lucht te happen en na een opwipje terug onder water duiken om piranha´s te vangen.IMG_139639. Wanted: piranha: dead but not alive!IMG_139940. Smakelijk!IMG_000541. Dit is het beeld van Mérida wanneer je de stad binnenrijdt. IMG_0026

23:34 Gepost door Peter in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

Commentaren

Llanos Dag Peter,

Echt de moeite, die Llanos. Ik wou dat ik erbij kon zijn. Groetjes,Leen

Gepost door: Leen | 26-09-07

Aj Pitter,

straffe verhale, gezellige grieten en drank in emmers ... klinkt als een zeer interessante ervaring ! Allej cheers Pejter

Gepost door: Jappe | 26-09-07

Kick ass, rock the microphone, qualitytitties, buxus 4 life. Pakt vur mij es ne piranhatand mej.

mvg,

bert

Gepost door: Schuurmans Bert | 27-09-07

falafel for life Ola Pietro! Quetal hombre?

Wat een avonturen! Wat een mails!
Heb ze eens afgeprint om ze op mijn gemak te lezen want ik kreeg wat hoofdpijn van naar het scherm te turen. Gelukkig gebruik ik gerecycleerd papier anders zou er heel wat minder bos staan in Zuid-Amerika ;-)
Wel ideaal voer om bij weg te dromen op de trein terwijl le plat pays qui est le notre aan me voorbij raast. Eerlijk gezegd: wou dat ik erbij was: ONE PAMELA!

Trouwens, als ge ooit terugkomt en ge u vrijwillig wilt inzetten voor vluchtelingen, laat dan zeker iets weten want taalknobbels kunnen we hier goed gebruiken om bijles te geven!
Hier kabbelt het leven trouwens rustig verder onder ons schraal zonnetje dat in België dit jaar de zomer heeft overgeslagen. Een straf voor onze groeiende Vlaamse Solidariteit met onszelf? Als de zomer niet komt, kan Al Gore misschien nog eens langskomen om een woordje uitleg te geven. Ik hoop dat Sinterklaas het in ieder geval wel nog aandurft onze fragiele Belgische hartjes op te warmen... Komend weekend trouwens 3 voor 11 in de cahier met een prachtige KO-revange van ons aller Baati Verschorren ;-) Een ander gemist festijn was het African Vibes-teerfeest onder perfecte begeleiding van meester-chef dirigent Tommy (hail to the master!) en de founding fathers. Amai gast, heb nog nooit zo gezellig en in zo'n leuk gezelschap gewerkt. Alleen maar maten en matinnen! Dat de mannen maar snel werk maken van dat hotel daar in Ghana dan weten we ineens waarom we aan pensioensparen kunnen beginnen: Wat doen we vanavond? How, momentje! Eerst een paar pintjes en de barbecue aansteken!

Zoals de stem van onze generatie heel juist opmerkte: "It ain't over 'til it's over!"
Geniet er daar van!

Geef iedereen daar veel kussen en knuffels van de cabrones uit Europa en als ge langskomt in Brussel, weet dan dat er altijd massa's eten klaarstaat met een Pedro-stijl bijschepportie!

Nog even over je blog: de 1000ste bezoeker kan mij aan zijn deur verwachten met een heerlijk flesje Merlot onder de arm en ingrediënten voor een vingerlikkende vegetarische lasagne! DUS KLIKKEN MAAR! Als dat je zusje in Azië is, zal ze het met een pretpostpakket moeten stellen. (Trouwens een dikke proficiat Leen en Brendan !!)

p.s. Dag Jasper ;-) Ik bel je snel!

Gepost door: Thomas Vendenberghe | 22-10-07

De commentaren zijn gesloten.