28-06-07

Goodbye Venezuela, it´s time for Colombia

Dag allemaal. Eindelijk, na lang wachten, nog eens een bericht op mijn blog ... Naar het einde van mijn tocht in Venezuela werden de bestemmingen min of meer bepaald in functie van het niet te ver van Caracas wegreizen. Ik moest namelijk terug naar die stad om er het geld op te halen dat ik terug moest krijgen, omdat ik mijn (fictief) vliegtuigticket naar Aruba (een terugvorderbaar ticket dat ik gekocht had om het land binnen te mogen) ingewisseld had. Zoiets is in Europa een kwestie van naar een bureau te gaan, even gegevens checken en hopla, je hebt je geld terug. Dat gaf de man die mijn case moest onderzoeken op het hoofdbureau van Santa Barbara Airlines, een Venezolaanse vliegtuigmaatschappij, toe. Echter, zo vertelde hij me al eind maart, in Venezuela duurt dit ietwat langer, ´maar ik kan ervoor zorgen dat je binnen drie weken je geld hebt´. Bon, drie weken dus. Uiteindelijk maakte dit in het begin weinig uit omdat er ook in de buurt van Caracas vele interessante plaatsen zijn om te bezoeken. Vervelender wordt het wanneer je elke week belt en verteld wordt dat ´je cheque deze week nog niet klaar zal zijn´. (Betaaldag is steeds op vrijdag.) Daardoor moest ik steeds nieuwe bestemmingen aanboren, want ja, enkele weken gaan wachten in Caracas is nu ook weer niet zo interessant. Dus ging ik, na een tijd in de regio van Choroni doorgebracht te hebben (zie vorig bericht), maar naar Coro, één van de weinige Venezolaanse steden die het bezoek waard zijn. Er is een koloniaal centrum (waarvan de straten op dit moment open liggen wegens werken); het is de moeite om er wat rond te wandelen. Voor de rest valt er niet veel te zien. In Coro bevindt zich wel de posada met beste prijs/kwaliteitsverhoudig die ik tot nu toe ben tegengekomen, namelijk Posada Casa Tun Tun: veel ruimte, twee keukens, toffe sfeer, gratis koffie en water, spotgoedkoop ... De posada wordt gerund door een koppel uit Luik, maar wegens hun (jaarlijkse?) terugkeer nar het Belgenland kon ik ze niet ontmoeten. De regio van Coro is in feite interessanter dan Coro zelf. Zo bezocht ik de Sierra San Luis, waar je een pad kan volgen dat in de tijd door slaven werd aangelegd met de bedoeling om het Spaanse oorlogsmateriaal te vervoeren. Interessant pad, des te meer omdat Damien en ik (Ja, dezelfde Damien van in de Gran Sabana) vergezeld werden door constant apengebrul. Verder waren er enkele grotten op de weg die het bezoek waard waren. Nog interessanter was mijn uitstapje naar het schiereiland Paraguaná, dat het meest noordelijke punt van Venezuela is. Het is in zekere zin moeilijk bereikbaar, maar met het weinige transport dat er was en vooral door te liften geraakte ik tot aan een totaal verlaten rots met een vuurtoren. Daar heerste een zeer strakke wind en in de baai daarnaast lag een boot die er al zo´n 15 jaar ligt (de schipper zou in slaap gevallen zijn en zo zou de boot op de kust vastgevaren zijn). Grappig zicht. ´s Nachts zag ik in de verte een lichtwaas, de lichtjes van Aruba, dat maar 25 kilometer van die rots ligt. Verder is Paraguaná erg verlaten en is het er erg droog. De kaktussen tieren er welig in het rond; bomen komen er in feite niet voor. Ik kwam er weer wel erg relaxte mensen tegen die me uitnodigden om te eten en wat rum te drinken. Ik mocht dus niet klagen. Tussen het schiereiland en de stad Coro ligt trouwens een woestijntje met steeds voortbewegende duinen. Heel raar, alsof ik van de ene op de andere dag in de Sahara terechtgekomen was, met dan het verschil dat in de ´Medanos de Coro´ steeds 4x4-motors rondreden. Na een langere tijd in Coro doorgebracht te hebben dan strikt noodzakelijk was en dit geheel door de erg plezante sfeer in Casa Tun Tun, besloot ik de terugweg naar Caracas aan te vatten, want na vijf weken in plaats van drie had de brave man van Santa Barbara mij beloofd dat ik de zesde vrijdag na de feiten eindelijk mijn geld zou kunnen ophalen. Zes weken dus in plaats van drie zouden het worden. Bon, in afwachting van het geld trok ik met een Duitser naar het nationaal park Morrocoy, een verzameling tropische eilandjes. Vanuit de miserabele kustplaats Tucacas moesten we een boot nemen om dan twee dagen lang te genieten van het nietsdoen, kijken naar het turkoois blauwe water, slapen onder een palmboom en meer van dat soort ´activiteiten´ ... Terug in Tucacas aangekomen, kreeg ik een e-mail van de servicio de consumadores van Santa Barbara, zeggende dat ook die vrijdag, zes weken na mijn eerste kennismaking met bovengenoemde maatschappij, de cheque nog niet klaar zou zijn. Verontschuldigingen en ´bedankt voor uw begrip´. Ik moest bijgevolg vooral niet naar Caracas komen, want dat zou toch niet veel zin hebben. Begrip had ik al lang niet meer voor de situatie en dus besloot ik die vrijdag om toch, tegen beter weten in, naar de Santa Barbara Office in Caracas te gaan. En wat bleek: na veel zagen en klagen, na eens een keer boos te worden en vooral na lang wachten (de hele dag) kreeg ik om 16 uur eindelijk mijn cheque overhandigd ... uiteindelijk dus na zes zeken wachten. Moraal van het verhaal? Zie dat u in Venezuela nooit geld van iets of iemand moet terugkrijgen, want u zult wachten, wachten, wachten. Andere moraal van het verhaal: brullen, klagen, zagen en eventueel met een advocaat dreigen, het werkt! Eén van de volgende dagen nam ik de bus naar Mérida, een in de bergen verdoken studentenstad: aangename sfeer, mooi centrum, verschillende plezante bars om uit te gaan, gemoedelijke mensen: het klinkt bijna niet als een Venezolaanse stad. Mérida geeft verder toegang tot de hoogste bergen van Venezuela, die te bezoeken zijn via verschillende nationale parken of via de teleférico de Mérida, de hoogste en langste télépherique in de gehele en ganse wereld. Ikzelf besloot twee keer wandelend de bergen in te trekken. Fantastisch! De eerste keer bezocht ik enkele bergmeren en de tweede keer een bergketen die nogal droog is en waar je bijgevolg (bij het haast ontbreken van bossen) zeer ver kan kijken en zo de weg niet kan kwijt geraken. Dit laatste dunkt me redelijk belangrijk te zijn in berggebieden waar je op een hele dag geen kat tegenkomt (wel koeien) en waar het ´s nachts behoorlijk koud wordt. Het was lang geleden dat ik nog eens echt koudte gevoeld had en ik moet zeggen: het deed nog eens deugd. Zoals Casa Tun Tun Coro aantrekkelijker maakte, was dat in Mérida het geval met Posada Paty. Paty, de eigenares, is een Colombiaanse van middelbare leeftijd, openhartig en redelijk emotioneel. Alejandro, de Chileense helper, een man die overal in Zuid-Amerika rondgereisd heeft en die ons af en toe mee uit nam in zijn pickup-truck, bezat een grote naturel en had geweldig veel interessante zaken te zeggen. Beiden hebben in hun leven al wel wat watertjes moeten doorzwemmen en waren in het verleden wat in Europa politieke vluchtelingen zouden genoemd worden. Paty ontvluchtte de situatie in haar thuisland (haar familie werd het slachtoffer van de strijd tussen guerrilla en paramilitairen), Alejandro deed hetzelfde in de seventies toen Pinochet in Chili een hardleers, door de US gesteund regime uitbouwde. Vorig jaar werden ze de laatste keer op de proef gesteld toen Interpol de posada kwam doorzoeken. Twee jonge Belgen kwamen toen namelijk om in de bergen van Mérida. De meesten onder jullie zullen zich dat verhaal nog wel herinneren, aangezien nogal wat kranten er over bericht hebben. Die twee gasten bleken in Posada Paty overnacht te hebben. Ze verdwenen en niemand blijkt echt te weten wat er met hen gebeurd is. Paty en Alejandro zijn de laatsten die hen levend hebben gezien. Je kan je de verbijstering voorstellen toen Alejandro in de krant las dat hij een VERDACHTE in de zaak bleek te zijn. De gesprekken die ik met hem over deze zaak voerde, waren erg interessant. Ik ben blij dat niet ik in zijn plaats was toen het gebeurde ... Ondertussen begon mijn visa op zijn einde te lopen en de reizigers die in Posada Paty terechtkwamen (en die om één of andere reden allemaal uit Colombia afgezakt bleken te zijn) gaven me veel zin om eindelijk verder te trekken richting Colombia. Ik had twee keuzes: ofwel ging ik noortwaarts richting Maracaibo en zo verder naar de Caraïbische kust van Colombia, ofwel ging ik verder zuidwaarts via Cúcuta, om zo het Colombiaanse bergachtige binnenland binnen te trekken. De avond voor mijn vertrek om twaalf uur ´s nachts nam ik uiteindelijk mijn besluit; wat heerlijk om als reiziger zo lang te kunnen twijfelen tussen twee bestemmingen. Uiteindelijk werd het Cúcuta. Daar aangekomen nam ik direct een bus naar studentenstad Pamplona, in de bergen verdoken en een mix van modern (universiteit) en traditioneel (herders met koeien, geiten ...) wat nog versterkt werd doordat de koeien er tussen de universiteitsgebouwen doorliepen. Het was wel wat aanpassen in het begin, zoals dat altijd gaat wanneer je in een nieuw land aankomt. Ik merkte het al direct: de sfeer was anders, de mensen zagen er anders uit, het eten was anders en meer van dat. Het Spaans was zelfs anders: in het begin voelde het aan alsof ik mijn kennis Spaans haast verloren had, zoveel andere woorden en uitdrukkingen. Nu, een maand later, heb ik al enkele markante verschillen met de Venezolanen ontdekt. Enkele zaken die hen in mijn ogen van de Venezolanen onderscheiden zijn, dunkt me, de volgende: hun neiging tot het constant grappen maken over alles en iedereen, de toch iet of wat mindere nadruk op het goed verschijnen en het er steeds tiptop uit te zien, hun grote honger naar kennis over België en Europa (Ik word hier trouwens minder snel als ´gringo´, maar vaker als ´vreemdeling´ bekeken, wat op zich al deugd doet, hoewel sommige van de lieve kindertjes het op: (schelle stem) ´Gringo, kom hier, gringo, gringo´ houden.), en, last but not least, hun wil om je als vreemdeling te ontvangen in hun huizen, om te komen eten, om een puur Colombiaanse koffie te drinken en meer van dat. De gastvrijheid is werkelijk ongelooflijk. Soms voelt het aan alsof ik in een droom ben terechtgekomen waarin iedereen supervriendelijk tegen me is en me het beste van zichzelf wil laten zien. Ik heb in de regio Santander, waar ik al een viertal weken verblijf, enkele tochten ondernomen en steeds werd ik met open armen onthaald door de lokale bevolking, die vaak zo blij is dat er eindelijk eens een vreemdeling naar hun dorpje komt zodat het clichébeeld van Colombia als het land van guerrilla, paramilitairen en drugstrafiek toch tenminste bij iemand wordt bijgesteld. Zo zeggen veel mensen me hier: ´Nu zie je het, Colombia is zoveel meer dan al het negatieve dat in het nieuws over ons gezegd wordt.´ En ik moet zeggen: ik denk niet dat ik ooit al in een land ben geweest met zulke hartverwarmende mensen, met een zulke gastvrijheid, met een zulke wil om je een onvergetelijk verblijf te bezorgen. Bovendien doet het hen enorm deugd wanneer ik hen vertel dat ik hier de tijd van mijn leven beleef. Het feit dat de mensen je zo openlijk ontvangen en je vaak dagenlang in hun huis laten overnachten, brengt wel weer tot op een zeker niveau moeilijkheden met zich mee. Als gast heb ik steeds de neiging een compromis te zoeken tussen het actief en geldelijk bijdragen tot het huishouden (want uiteindelijk heb ik het een pak breder dan hen) en het gevoel te geven dat ik hun hospitaliteit op prijs stel. Dit is hoegenaamd niet gemakkelijk! Zo verbleef ik in het dorpje Curiti bij een artisano (´een artisanaal handwerker´) en zijn vriendin en twee kinderen. De kerel leeft van zijn zelfbereide armbandjes, kettinkjes, broeksriemen en meer van dat. Zijn koopwaar verkoopt hij in het weekend op het centrale plein van San Gil, lokaal gezien het grootste stadje. De kerel heeft het niet breed, maar zat zich herhaaldelijk te verontschuldigen omdat hij mij niet meer kon aanbieden, waarop ik hem steeds geruststelde dat hij me door mij te ontvangen al zoveel voor me deed ... Een andere gast in Socorro die me enkele dagen in zijn huis ontving, vond dan weer dat ik niet genoeg bijdroeg tot het huishouden (wat bij mij nogal als een verrassing overkwam aangezien ik vaak genoeg met zijn zus eten ging kopen, eten dat ikzelf mee bekostigde voor de hele familie). Maar bon, ondertussen is alles bijgelegd en had het meer te maken met het feit dat ik iets niet nakwam. (In feite bleek het om een misverstand te gaan.) Uiteindelijk heb ik besloten om een goedkoop hotelletje te zoeken, dit terwijl we ondertussen weer als vrienden met elkaar overweg gaan. Toch voelt het allemaal wat raar aan, des te meer omdat ik verliefd ben geworden op zijn zus Paola, die gelukkig enkele dagen geleden, om het melig en een beetje formeel te zeggen te zeggen, mijn liefde beantwoord heeft. Nu lopen we vaak samen door de straten van Socorro, hoewel we niet laten merken dat er iets is tussen ons. En toch: in een kleine gemeenschap gaan de geruchten snel de ronde. Gisterenavond wachtte ik haar op aan de centrale plaats toen drie kereltjes me vroegen wat ik aan het doen was. Ik: ´Ik ben op iemand aan het wachten.´ Waarop de kleinste onder hen: ´Op wie? Paola?' waarop ik een schaterlach niet kon onderdrukken. Of nog deze morgen toen ik weer op dezelfde plaats aan het wachten was en een heel sympathieke dame van de toeristische dienst, waarmee ik al heel wat afgezeverd heb, me lachend aan een vriendin van haar voorstelde als ´de Belg Peter, die al enkele weken in Socorro rondloopt en maar niet wel wil wegens affiniteitsredenen ...´ (letterlijke vertaling), waarop ik weeral een lach niet kon onderdrukken. Andres, de broer van Paola, had al eens grapjes in die richting gemaakt, maar omdat het een kerel is die nogal moeilijk in te schatten is, weet ik in feite nog altijd niet hoe hij zou staan tegenover een lovestory tussen ons ... In elk geval, niemand weet echt iets, maar velen zullen wel hun vermoedens hebben. U ziet het: het tussen de Colombianen leven (met al in weken geen andere vreemdeling tegen te zijn gekomen) is bijzonder aangenaam en leerrijk, en tegelijkertijd niet altijd simpel, want ja, wat verwachten ze nu eigenlijk van je. Het aanvoelen daarvan is heel belangrijk, want zoals ik al zei, liggen hun verwachtingen in het ongesprokene, en komt het erop aan je buikgevoel te laten spreken. ´Ach, die Colombianen, wat een rare vogels toch,´ zeg ik weleens tegen de mensen die ik hier ken. Maar misschien zijn wij, Belgen, wel de rare vogels, wie weet ... Wat de Colombiaan misschien nog wel het meest charmeert, zijn zijn handige verkoopstrucks bij het passeren van hun winkels/standjes: ´Tot uw orders, meneer, kom binnen´), het opportunisme van de verkopers (Vier bananen? Kijk, deze vijf bananen zijn juist één pond), hun nooit uitdovende pogingen om je meer aan te smeren dan je strikt nodig hebt (´Meneer, wij hebben tevens papaya, ananas, mango. Nee, wilt u echt niets anders? Het is echt niet duur en goed voor de gezondheid.´ Of: ´Meneer, dit goedje is een echt afrodisiacum!´), hun neiging om je een beetje maar nooit serieus af te zetten en meer van dat. De Colombiaanse verkoper is een gewiekste man of vrouw, gehard in zijn stiel maar zo open in zijn omgang; wat een verschil met de haast apatische houding van het merendeel van de Venezolaanse verkopers, die me vaak de indruk gaven dat het hen geen zier kon schelen of je nu iets bij hen kocht of niet en die je bij wijze als dank je wisselgeld terugsmeten zodat je zeker niet meer terug zou komen. Ik overdrijf misschien wel wat, maar mensen die de twee landen bezocht hebben, zullen ongetwijfeld weten waarover ik het heb. Vervolgens: de koopwaar en het eten! Het fruit is overheerlijk (ananas, boomtomaten, maracuya´s, coco, papaya´s, borojo´s (heel aparte smaak - bovendien een afrodisiacum voor de geïnteresseerden onder u), mango´s en nog veel meer), de gerechten zijn copieus en heel lekker (veel rijst, yuca, bonen ...), de jugos naturales (verse vruchtensapjes) met of zonder melk overheerlijk, de hormigas culonas (´mieren met een grote kont´) een echte lekkernij (Ik zever niet!) en het bier en de chocola... best te doen, hoewel deze natuurlijk moeten inleveren tegenover onze overbekende Belgische producten. Maar geen geklaag, de frietenmetbierheimwee valt best mee ... Wat nog? Salsa! Merengue! Vallenato! Dansen die ik ondertussen onder de knie begin te krijgen hoewel ik nog steeds het schaamrood krijg wanneer ik sommige locals zie tekeergaan op die muziek. Maar goed, elke dag word ik een beetje beter (of: ´minder slecht´) en eens je het ritme te pakken hebt, is het zalig. Nu nog niet te vaak op de tippen van mijn danspartners gaan staan en alles komt goed ... hoewel dat met mijn 47 niet altijd evident is. In verband met mijn schoenmaat heb ik laatst nog een hilarische morgen meegemaakt in Bucaramanga (´de schoenenstad´) toen ik er tevergeefs van de ene naar de andere verkoper gesleurd werd bij het gebrek aan maten groter dan 46. Uiteindelijk was er één paar schoenen dat paste, maar dat waren dan weer geïmporteerde uit de States en ... te duur. Ander onderwerp: guerrilla. Daar heb ik nog niet veel gemerkt, maar ... er is steeds een maar, ik heb er al wel veel over gehoord en mensen waarschuwen me herhaaldelijk over bepaalde streken die liefst te vermijden zijn (vooral afgelegen gebieden en het hele Amazonegebied). Zoals Camilo, de artisano uit Curiti, me al zei: ´De oorlog in Colombia is een verstopte oorlog. Je kan hier jaren leven zonder ook maar iets over die oorlog te vernemen en dan plots, pats, kom je in een dorpje terecht waar er over en weer geschoten wordt tussen paramilitairen (al dan niet officieus gesteund door de regering) en guerrilla.´ Die verstopte oorlog duurt ondertussen al veertig jaar. Het is een verhaal met veel verschillende aspecten en vanzelfsprekend enorme verdraaiingen waarin iedereen zijn eigen gelijk probeert te halen. En toch, in het departement Santander verblijvende zou je soms vergeten dat er hier een ´oorlog´ aan de gang is. Niks, maar dan ook niks wijst in die zin en de gesprekken tussen de locals gaan er vaak helemaal niet over. Ik durf gerust te stellen dat dit deel van Colombia veel veiliger is dan wat ik in het overgrote deel van Venezuela heb gezien en meegemaakt. Het negatieve beeld van Colombia als een superonveilig land moet dus toch wel wat bijgesteld worden ... Ik loop hier ´s nachts rond en niemand doet me wat: wat een verschil met Venezuela, hoewel de situatie daar natuurlijk ook grondig verschilt van streek tot streek! In elk geval is Colombia geen ´normale´ staat, wat dat ook moge betekenen. De huidige rechtse regering, zeer USA-gericht, is verkozen door een deel van de 40 procent van de mensen die gingen stemmen. Het niet-stemmen wijst hier echter niet op desinteresse. Mensen gaan gewoonweg niet stemmen uit protest tegen de regeringen die tot nu toe hun geld steeds gestopt hebben in de ´guerra´, in de strijd tegen de guerrilla zonder tegelijkertijd een oplossing voor het probleem te zoeken. Zo legde de oom van Andres en Paola me uit: stemmen is de oorlog steunen. Hetzelfde met het betalen van belastingen. Camilo, de artisano uit Curiti, weigert belastingen te betalen, want, zo zegt hij, het merendeel van dat geld wordt in de ´guerra´ gestopt. Het zou volgens een andere artisano die ik tegenkwam om meer dan 55 procent van het BNP gaan. Ik weet niet op dit klopt, maar moest dit waar zijn: ongelooflijk, nietwaar? Ik herinner er hier aan dat bijvoorbeeld ook de USA meer dan 20 procent van zijn BNP in het leger stopt, dus geheel ongeloofwaardig is het ook weer niet. Wat een wereld toch! Hoewel de politieke situatie in België ook weer niet perfect genoemd kan worden, kon ik met het oog op de recente verkiezingen er niet aan helpen te denken dat wij uiteindelijk toch wel geluk hebben dat de thema´s van de verkeizingen toch ietwat anders zijn. Wij moeten niet kiezen tussen een regime dat een groot deel wil besteden aan het opblazen van mensen en een ander dat paramilitaire groeperingen onderhuids wil steunen om hetzelfde effect te bereiken. Stel je voor dat hier de stemplicht zou ingevoerd worden, met welke overpeinzingen ga je dan in feite nar het stemlokaal? U ziet het, ik heb hier de vorige weken weer eens een hoop zaken bijgeleerd. Colombia is een land dat me met stijgende verbijstering overvalt, een land van enorm gastvrije mensen die elkaar blijkbaar op bepaalde plaatsen het hoofd inslaan, een land waar je in de bussen tot brakens toe van links naar rechts en van omhoog naar omlaag geslingerd wordt, alsof je in een pinballmachine bent terechtgekomen en een land van onvergetelijke bergzichten, watervallen, dolstromende rivieren en karkasvretende gieren. Ik had dit deel van de reis, en geloof me maar, voor geen geld van de wereld willen missen. Ik denk dat ik het nog wel een tijdje in dit land ga uitzitten ... Tot slot, ik had gepland om hieronder enkele foto´s te posten, maar om de één of andere reden lukt dit niet. Hopelijk kan ik in de nabije toekmst enkele foto´s op mijn blog zetten. Tot ziens, nos vemos.

02:49 Gepost door Peter in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

great stories Hey Peter, it's good to hear the stories. Let them keep coming. Brendan

Gepost door: brendan | 16-07-07

De commentaren zijn gesloten.