11-03-07

´Oh, mais ici, cela se passe toujours comme cela.´

Dag allemaal. Dit is een nieuwe poging om een bericht op mijn blog te zetten. Frusterend om te merken dat je bijna drie uur bezig bent met het typen van een bericht en dan te merken dat het niet op je blog verschijnt, zoals ik vandaag merkte. Ik heb namelijk een week geleden alle moeite gedaan om nog eens een smakelijke tekst te schrijven en dan merk je dat die er niet door is gekomen. Soit, er zullen wel erger dingen zijn in het leven, zeker ... De internetconnectie in Santa Elena de Uairen, aan de grens met Brazilië, is niet altijd even goed en ik vrees dat mijn bericht ergens in de Atlantische Oceaan is blijven steken. Goed, ik ga me proberen te herinneren wat ik geschreven had. Eerst en vooral, na lang genoeg in Puerto la Cruz en omgeving te hebben gezeten, wilde ik naar Caripe gaan, een stadje in de bergen en dichtbij de Guacharogrot. Guacharo´s zijn vogels die in grotten leven en die enkel buiten komen als het donker wordt. Ze kunnen namelijk niet tegen het zonlicht. Het is wel een spektakel, zo´n 14000 beesten te zien die bij het vallen van de nacht onder een zeer vreemdsoortig geluid, hun woonplaats verlaten om eten te zoeken in de omgeving. Meer was er in Caripe niet te zien. Echter, vooraleer naar laatstgenoemde te trekken, wilde het lot dat ik verder richting noordoosten trok, naar de deelstaat Sucre. Dat zat namelijk zo: de busdienst naar Caripe bleek gewoonweg niet te bestaan en na lang overpeinzen en wachten, besloot ik dan maar naar Rio Caribe te trekken met de nachtbus. Aankomen in een Venezolaans busstation is altijd wel hilarisch: allerlei mannetjes die werken voor verschillende busdiensten spreken je aan om te weten waar je naartoe wil. Het komt er daarbij aan om correcte informatie in te winnen. Ik doe dat zo. Wil ik naar plek A, dan vraag ik aan een mannetje die tickets verkoopt naar plek B of er überhaupt wel bussen zijn naar plek A, en zo ja, wanneer en hoeveel ze kosten. Dit vraag ik dan nog eens aan andere mensen zodat ik een goed beeld krijg van de situatie. Direct naar de ticketverkopers van plek A gaan is meestal niet zo´n goed idee, omdat ze je meestal niet al te objectieve informatie geven ... Het is wel een leuk tijdverdrijf, want zoals de meesten onder jullie die naar Zuid-Amerika zijn geweest wel zullen weten, kunnen ze hier wel een stukske lullen. Daarenboven zijn de verkopers hier in het algemeen helemaal niet vervelend. Meestal komt het er op aan om wat ´tof´ te doen en een kort oppervlakkig gesprekje te beginnen om ze tevreden te stellen. Sowieso is het altijd interessant om gesprekken aan te knopen met de locals ... Soit, vooraleer naar Caripe te gaan, zou ik wat gaan ronddolen in Sucre (ben niet naar Trinidad en Tobago geweest omdat er onder meer voor Belgen een tijdelijke visumplicht is ingesteld ten koste van 100 dollar). Sucre, dat is de deelstaat van de cacao, van de bijhorende overwegend zwarte bevolking (die vroeger als slaven op de cacaoplantages werkten), prachtige Caraïbische stranden (echt oogverblindend!), vele lage en rijkelijk begroeide heuvels, vriendelijkere mensen dan in de rest van Venezuela (van wat ik toch gezien heb), vissersdorpjes, toch ook wel wat malandros (criminelen) en de meest spetterende carnavals van Venezuela. Ik heb eerst enkele dagjes in Rio Caribe (een sympathiek klein dorpje met enkele zeer toffe posada´s - soort herberg) doorgebracht, op zoek naar mensen om dollars te wisselen tegen een interessante koers. Daarna heb ik dan een tochtje ondernomen naar verschillende stranden en vissersdorpjes om dan, half ziek (diarree) terug in Rio Caribe aan te komen. Dat tochtje was een heel leuke onderneming. Samen met Damien, een Fransman die ik in Rio Caribe leerde kennen, bezocht ik Playa Medina, wat de coverfoto van mijn reisgids bleek te zijn en waar we door een troep schoolgaande jeugd werden uitgenodigd om met hen taart te eten en wat te praten met hen in het algemeen. We kregen van hen ook een lift aangeboden, want openbaar transport is in Sucre redelijk schaars. Schooltransport in Venezuela gaat toch wel op een andere manier in werking dan in België! Men neme een robuuste jeep met een laadbak. Men spanne enkele koorden waaraan de jongeren zich moeten vastklampen en, scheur, men is vertrokken. Die jongeren worden tijdens de rit over de hobbelende, niet-verharde weg meermaals door elkaar geschud, maar die zitten daar niet veel mee in, want ze zijn te druk bezig met converseren, moppen tappen, zingen enzovoot ... Verkeersveiligheid? Daar is men in Venezuela, waar vele chauffeurs (tot taxidrivers toe) met de whiskeyfles in de hand door het land scheuren, niet zo mee bezig. Soit, terug naar mijnn verhaal. Ik stapte een eindje verder af, want ik vervolgde mijn tocht naar Playa Pui-Puy, een al even paradijselijk strand van twee kilometer lang. Daar leerde ik een Duitser kennen die zijn jeugd in Venezuela had doorgebracht en met wie ik verscheidene zeer interessante gesprekken voerde, in het Spaans en in het Duits ... niet altijd evident om van het ene op het andere over te schakelen. Die gesprekken gingen zeer breed qua onderwerp: van filosofisch en spiritueel getinte gesprekken tot persoonlijke ervaringen. Tevens leerde ik door hem wat meer over de geschiedenis van Venezuela kennen. Ik vraag me bijvoorbeeld nog steeds af of die gigantische hoeveelheid petroleum waarover het land beschikt eerder een zegen danwel een vloek is. Na twee dagen had ik het er wel gezien en besloot ik terug naar de ´grote baan´ te wandelen (15 km verderop) om mijn tocht verder te zetten naar San Juan de las Galdonas. Een mooie wandeltocht was dat: een slingerbaantje geflankeerd door eenvoudige huisjes (met zeer vriendelijke bewoners). Echter, voor de eerste keer op mijn reis begon het te regenen en verderop, in een verlaten bos, stond mij nog meer onprettigs te wachten. Ik werd namelijk achtervolgd door twee heerschappen die er niet meteen poeslief uitzagen. Integendeel, de manier waarop ze hun baseballbats vasthielden, alsmede hun taalgebruik (´¡Oye, tu, ven pa´ca!´ - vrij vertaald als ´Aai gast, koemt nor hier!´) maakten mij al snel duidelijk dat ze me wilden overvallen ... Gelukkig, zou er dan toch een god bestaan?, hoorde ik net op dat moment een camion naderen van de andere kant ... De twee malandros blijkbaar ook, want sneller dan de bliksem vluchtten ze de bosjes in. Ik dus die camion stoppen: ´Por favor, no me dejas aqui ... hay dos muchachos con palos en el bosque que quieren robarme.´ (Aub, laat me niet hier, er zijn twee gasten met bats in de bossen die me willen overvallen.) Uiteindelijk kon ik met een jeep meerijden die de ´juiste´ kant opreed en kwam ik dus ongehavend weg van die onheilsplek. Wat wel gek is, en dit zeg ik niet vanuit één of ander misplaatst machogevoel, is dat ik op het moment zelf helemaal geen angst voelde. Ik voelde enkel de adrenalinestoot door mijn lichaam gaan. Het is pas achteraf, toen ik begon te beseffen waaraan ik ontsnapt was, dat ik schrik kreeg. De volgende dagen was ik toch wel een beetje achterdochtiger dan anders ... hoewel nooit overdreven. Veel had ook te maken met het feit dat ik naar San Juan de las Galdonas ging. Op de weg ernaartoe werd ik tegengehouden door enkele militairen die werkelijk alles wilden weten: wat ik er ging doen, hoe lang ik al in Venezuela was, hoeveel geld ik op zak had en zelfs waarom ik als vreemdeling zo goed Spaans sprak (tja, als zij het zeggen ...). Gelukkig kon ik, nederig en beleefd, hun sympathie winnen toen ik uitlegde waarom ik mijn paspoort in Rio Caribe had gelaten en enkel fotokopies ervan bijhad. Effectivement, was ik eerder die dag niet bijna overvallen? Het komt er altijd op aan om preventief te werk gegaan: hoe loop ik het minste risico? Informatie inwinnen bij locals is altijd heel belangrijk (velen zullen je zonder te vragen vertellen waar het veilig is en waar niet). Soit, de reden waarom er in de buurt van San Juan zoveel militairen zijn, laat zich gemakkelijk raden. Het is het eindpunt van een drugsroute vanuit Colombia. Vanuit San Juan vertrekken bootjes naar Trinidad, vanwaar dan andere boten richting Europa en USA vertrekken om daar de gegeerde cocaïne binnen te smokkelen. San Juan de las Galdonas wordt dan ook in de volksmond San Juan de los Ladrones (boeven) genoemd. En toch ... is het prachtig gelegen (de weg ernaartoe is hemels!) en bezit het een aantal prachtige stranden en een heel toffe posada. Toch besloot ik maar snel verder te trekken, naar Unare en Playa Cipara (enkel met 4x4, met de boot of te voet bereikbaar) waar supervriendelijke vissers leven die me al bij mijn aankomst duidelijk maakten dat ik er niets te vrezen had en dat er tussen hen geen malandros leefden, dat ik zelfs op het strand kon slapen. Twee dagen verbleef ik bij drie broers die ´s morgens vroeg de vissen uit het water haalden die ´s nachts in hun netten verstrikt geraakten, een bodegonneke uitbaatten en voor de rest niet veel deden. Het werden twee dagen pasgevangen vis eten, polarkes drinken (het lokale bier) en vallenato beluisteren (traditionele Colombiaanse muziek met accordeon die ook in Venezuela heel populair is). Zeer leuke ervaring! Terug in Rio Caribe aangekomen was het carnaval ... De stoet, als rasechte Wortelnaar moest ik dat natuurlijk gezien hebben. Het accent lag veel meer dan bij Wortel Carnaval op het aspect ´belleza´: schoonheid. Allerlei vehikels passeerden met daarop de lokale schoonheden die erg sois-belle-et-tais-toi-gewijs het publiek toezwaaiden. Natuurlijk, wat had u gedacht, met de eeuwige wittetandenpastalach op het gezicht. De stoet zelf verliep nogal rustig. Buiten de mannelijke helft van de omstaanders die allerlei complimentjes riepen naar de carnavalsprinsessen-in-spe en die daarvoor rijkelijk beloond werden met snoepgoed, ging het er nogal laks aan toe. Het was een redelijk familiaal gebeuren. ´s Avonds echter veranderde dit. Het was de verkiezing van de ´reina de carnaval´, een meer dan drie uur durend spektakel waarbij de verschillende chica´s moesten proberen de jury te overtuigen dat zij en zij alleen die titel waard waren. Het geheel werd opgevrolijkt door de nieuwste reggaetondeuntjes (remember: ´Gasolina´) die de hele massa, van 1 tot 99 jaar in veroering bracht. Het ging er nogal wild aan toe en het bier vloeide rijkelijk. De presentatrice bleef er maar steeds op hameren dat de locals een goed beeld van zichzelf moesten tonen aan de vele bezoekers uit alle hoeken van het land. Het imago van het carnaval van Rio Caribe stond namelijk op het spel, een imago dat nog geen vijf minuten na de verkiezing letterlijk aan flarden werd geschoten toen één of andere gek besloot zijn pistola leeg te schieten op een omstaander: another body murdered. Ikzelf stond aan de andere kant van het plein en zag plots iedereen in paniek naar mijn kant toerennen. Ik heb dan maar wijselijk besloten om braafjes naar mijn posada te gaan. Het meest schokkende is toch wel het feit dat deze voorvallen ... niemand choqueren. De Zwitserse bazin van de posada: ´Oh, mais ici, cela se passe toujours comme cela. On boit, on prend des drogues et on termine par s´entretuer.´ Anderen reageerden op een vergelijkbare manier. Het is een deel van het leven, men kijkt er niet eens van op (wat niet wil zeggen dat de gemiddelde Venezolaan dit geweld niet beu is). Was het een afrekening? Blijkbaar gebeurt het vaak dat men wacht op dit soort van evenementen om met een vijand af te rekenen. Het feit dat het zich in een massa mensen afspeelt, maakt dat alles relatief anoniem kan gebeuren. Maar het motief ken ik nog steeds niet en zal ik ook nooit kennen. Na het carnaval besloot ik dan richting Caripe te trekken, waarover ik al informeerde, en daarna was het richting Brasil! Aangezien mijn plan was om de Gran Sabana en de Roraima (een soort tafelberg, ´tepuy´ genaamd) te bezoeken en deze twee zaken tegen de Braziliaanse grens liggen, besloot ik een excursietje te ondernemen naar dat immens grote land. De echte reden erachter was puur financieel. Ik vertelde al over de twee koersen die in Venezuela bestaan en het grote verschil ertussen. In Brazilië kan de lokale munt, de real, in tegenstelling tot Venezuela, omgewisseld worden in dollars. Dus was het mijn plan om naar de eerste grote Braziliaanse stad te gaan (Boa Vista, niks te zien) en met dollars terug te keren om die dan tegen een voordelige koers om te wisselen in bolivares. Dit lukte zonder problemen zodat ik momenteel weer een heel tijdje voortkan in Venezuela zonder dat mijn reis te duur wordt. Tegelijkertijd was het een interessant uitstapje. Niet zozeer omdat er iets te zien was in Boa Vista, maar omdat een ander land een andere sfeer, een andere mentaliteit met zich meebrengt. Voor de eerste keer kon ik Venezuela eens vergelijken met een ander land en ik moet zeggen: Brazilië, hoewel ik er kort verbleef, beviel me wel. De mensen lijken er opener en ontvankelijker tegenover reizigers zoals ik. Dit in tegenstelling tot Venezuela waar een ietwat dubbele houding tegenover gringo´s (waartoe Europeanen voor de gemakkelijkheid ook gerekend worden) bestaat: enerzijds is men nieuwsgierig, vriendelijk en positief, anderzijds bestaat er een zekere haat tegenover gringo´s. Brazilië betekent tevens ... de Portugese taal! Een taal, die, ik moet het nu toch wel toegeven, een pak melodieuzer en gewoonweg mooier is dan het Spaans. Alleen daarom zou ik het land al willen gaan exploreren, maar misschien toch maar eens eerst een cursuske Portugees volgen. Soit, tijdens de busreis terug geraakte ik in gesprek met een Colombiaan die gans Zuid-Amerika doorfietste om ´de jeugd te tonen dat ze moeten sporten in plaats van drugs te nemen´, een Braziliaan die steeds maar bleef herhalen (tot vervelens toe) hoe ´hermosa´de Braziliaanse vrouwen wel zijn en een Venezolaan die in Brazilië werkte en die constant met alles moest lachen. Met dit bonte gezelschap deelde ik een kamer alvorens we de grens overstaken en iedereen weer zijn eigen weg uitging. Ikzelf ging in Santa Elena de Uairen op zoek naar Damien, de Fransman die ik eerder al leerde kennen. We hadden min of meer vaagjes afgesproken om samen de Roraïma te beklimmen. Dat is dan ook wat we de afgelopen week gedaan hebben. En het was een prachtige ervaring. Eerst komt men aan in een indianendorp (dat nu ook weer niet zo authentiek is - per jaar bestijgen toch wel een aantal honderden / duizenden toeristen de Roraima) waar we een gids zochten, want men mag de Roraima niet beklimmen zonder gids. Voordeel was dat we zo ontsnapten aan de dure tours die vanuit Santa Elena worden opgezet. Nadeel was dan weer dat onze gids eigenlijk helemaal geen gids was, maar eerder een ´portador´, een drager, die de weg even goed kende, maar geen uitleg gaf. Soit, de bovenkant van de Roraima was echt spectaculair. In feite bestaat deze tafelberg uit een soort roos-oranjeachtige steen, maar alles ziet zwart door de algen die de stenen bezetten. De bovenkant is min of meer plat, maar overal steken allerlei door de natuur geschapen formaties boven die ´vlakte´ uit. Sommige formaties lijken heel futuristisch: het lijkt soms wel moderne kunst! Heel raar allemaal, 100 procent de moeite. Ik heb nog nooit in mijn leven iets vergelijkbaars gezien, alsof je op een andere planeet bent terechtgekomen. In elk geval ben ik blij dat ik deze trekking heb gedaan en het feit dat we alles zelf hebben gedaan (alles zelf naar boven gedragen, eten koken met het petroleumstoofje ...) maakte de ervaring nog intenser. De voorbije twee dagen hebben Damien en ik, moe maar tevreden, wat rondgeslenterd in Santa Elena. Morgen vertrekken we om de ´ruta de la Gran Sabana´te doen. Het komt erop neer dat we de baan die naar het noorden gaat (richting rest van Venezuela) gaan afwandelen / liften om af en toe een sprong links en rechts te maken om allerlei watervallen ... te bezichtigen. We plannen er voor een weekje op uit te trekken. Wat daarna gebeurt, dat weet ik niet. Ik heb wel weer zin om er op mijn eentje op uit te trekken, want ik mis toch wel het contact met de Venezolaan. In Santa Elena kom je op één of andere manier altijd bij toeristen terecht en daarvoor ben ik nu niet naar hier gekomen. Tja, we zien wel wat er gebeurt. Ik hou jullie in één van de weken die komen op de hoogte. De groeten.

21:15 Gepost door Peter in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |